COLUMN - Toen een Iraanse vriendin een paar jaar geleden in Amsterdam kwam wonen, keek ze haar ogen uit naar de dingen die ze van thuis niet kende. Het meeste vond ze leuk en over niets heeft ze ooit haar afschuw uitgesproken, op één ding na: de fietsers. Hun onvoorspelbare snelheid en hun lak aan de regels verbijsterden haar. Ze moest erg lachen om het stukje, onlangs op De Speld, dat Amsterdammers boos waren om de invoering van verkeersregels. Ze heeft soms wat moeite met De Speld, maar dit herkende ze in één keer.
Laten we er niet omheen draaien: Amsterdamse fietsers zijn inderdaad vreselijk. Ik geloof geen bal van de conclusie van een onlangs verschenen onderzoek, waarin staat dat we hier keurig rijden en dat het beeld van roekeloosheid is gebaseerd op maar 6% van de fietsers. Niet dat ik redenen heb om dat percentage te betwijfelen, maar ik vind het niet zo laag dat we de conclusie eraan mogen verbinden dat Amsterdammers heren in het verkeer zijn. Kom nou zeg.
De vraag is hoe het komt dat 6% van de Amsterdamse fietsers zich niet aan de regels houdt. Zoiets word je duidelijk als je hier een paar dagen rondrijdt. Wie in de Raadhuisstraat, stoppend voor een geel verkeerslicht, werd geraakt door een van achteren komende auto, trekt vanaf dan zijn eigen plan, verkeerslicht of niet.