Voorstellen Nationale Conventie – 13

Logo Nationale ConventieHierbij het dertiende deel van de behandeling van de voorstellen van de Nationale Conventie. (Zie toelichting bij deel 1).

13. Geef de Minister-president de bevoegdheid algemene aanwijzingen te geven aan de andere ministers.

Toelichting Nationale Conventie:
De Minister-president zal ook in de toekomst over voldoende bevoegdheden moeten beschikken zijn coördinerende taken ten behoeve van een slagvaardig regeringsbeleid te kunnen uitvoeren.
Dan hebben we het over de algemene aanwijzingsbevoegdheid. Die dient verder te gaan dan zijn huidige bevoegdheden onderwerpen te agenderen of in te grijpen bij een concreet competentiegeschil. Een algemene aanwijzingsbevoegdheid biedt hem ook de mogelijkheid bindende aanwijzingen te geven over algemene beleidsaspecten. Het mes snijdt aan twee kanten: de Minister-president kan daadwerkelijk leiding geven en zijn bevoegdheden worden meer in overeenstemming gebracht met zijn feitelijke positie.
Een algemene aanwijzingsbevoegdheid is niet wezensvreemd aan het parlementaire stelsel. De Duitse kanselier bijvoorbeeld, beschikt daarover. Deze bevoegdheid verdraagt zich bovendien met de individuele verantwoordelijkheid van ministers en het uitgangspunt van collegiale besluitvorming. De vakminister blijft verantwoordelijk voor zijn beleidsterrein, ook als hij (mede) handelt op basis van een aanwijzing van de Minister-president. Dat is niet anders dan wanneer hij nu door de ministerraad als collectief, wordt gedwongen een bepaalde koers te varen. De verantwoordelijkheid van de Minister-president ten opzichte van het parlement neemt wel toe. De Kamers kunnen hem immers aanspreken op het al dan niet geven van een aanwijzing.
Aan de collegiale besluitvorming hoeft echter niet noemenswaardig afbreuk te worden gedaan. In de eerste plaats omdat het in de Nederlandse verhoudingen niet goed voorstelbaar is dat de Minister-president in volledige vrijheid kan besluiten een aanwijzing te geven. Hij zal altijd rekening moeten houden met de wensen van de coalitiepartners. In de tweede plaats kan de ministerraad een doorslaggevende stem krijgen in geval van een conflict.

Uitvoering:
Hier is een grondwetswijziging voor nodig.

Hier twijfel ik sterk bij. Aan de ene kant biedt dit de mogelijkheid om met een goede minister-president wat meer met visie te sturen i.p.v. afhankelijk te zijn van het collectief. Dit komt overigens ook tegemoet aan de roep om “sterk leiderschap”. Maar de premier wordt niet gekozen. Dus waarom zou hij meer mogen dan de andere ministers? De conventie kwam er niet uit mbt het rechtstreeks kiezen van de premier.
Verder zie ik niet zo goed welk probleem hier nou mee opgelost wordt. Dus uiteindelijk geef ik deze niet mijn zegen.

[poll=32]

– Het volledige advies van de Nationale Conventie
– Voorstellen Nationale Conventie: 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11, 12

  1. 1

    Wat is de visie van de Premier????

    Dat is en blijft ook in dit voorstel de visie vastgelegd in het regeerakkoord. De andere coalitiepartijen gaan niet zo snel ministers leveren die zich moeten onderwerpen aan de ideeen premier van een andere partij, ze moeten zekerheid hebben over die visie en inspraak, de visie van de premier moet dus worden vastgelegd.
    Wat je daarna alleen krijgt met dit voorstel is een extra machtspel in ministerraad, waarin de grootste coalitiepartner dmv haar premier probeert de macht uit te oefenen. Als je dan niet oppast krijg je een zeer getrapte machts in de handen van een minderheid (1 partij) die zijn legatimatie vindt in deze sterke stem in de ministerraad, die steun van de meerderheid van de kamer heeft.
    Niet wenselijk en ook niet haalbaar omdat andere partijen niet mee zulle werken.

  2. 2

    Zeer on-nederlands om iemand een recht te geven anderen te vertellen wat ze moeten doen of in welke richting ze moeten gaan. Aan de andere kant is hij wel de primus inter pares. En in Europa kan hij natuurlijk niet echt meepraten met b.v. de Franse, Engelse en Duitse regeringsleiders die het allemaal net wat meer voor het zeggen hebben.

    In NL heeft niemand het voor het zeggen, het staatshoofd al helemaal niet. Dat communiceert wat lastig en je wordt ook niet helemaal serieus genomen. Dus met het oog op de toekomst van NL binnen Europa: ja.

  3. 3

    Niet gisteren, niet vandaag, niet morgen – zonder onderscheids des persoons dus een duidelijk “neen”, whatever the country. Zie ook het teveel aan gewicht dat bv. de president van de VS heeft.

  4. 4

    Afgaande op de toestanden die de ministerraad herbergt, zou ik zeggen: meteen doen.
    Daar is hard een schoolmeester nodig, die de jongetjes en meisjes een beetje corrigeert, wanneer die elkaar vliegjes proberen af te vangen en/of zich ten koste van collega’s bij de minister van Financien in proberen te likken.

    Anders gezegd: het extra gewicht geven aan de primus inter pares zou wel eens heel wat door persoonlijke motieven ingegeven “gewichtigheidsstrijd” tussen de vakministers kunnen schelen.

  5. 5

    @Elke: Maar heb je daar andere wetten voor nodig. Is dat niet meer een kwestie van persoonlijkheid?
    Een zwakke persoonlijkheid middels wetten de middelen geven om zijn zwakke visie door te drukken…. mmmm…

    Hoewel ik jouw argumenten wel snap hoor. Maar vraag me af of dit middel daarvoor geschikt is.

  6. 6

    Niet nodig. Nu kan een premier met autoriteit en inzicht i.s.m. zijn ministers informeel genoeg macht uitoefenen, omdat ook zij die kwaliteiten van hem zullen herkennen. In het geval van een premier met leiderschapslacunes en autoriteitsafwezigheid – u herkent iemand in deze beschrijving? – kunnen de ministers zelf, zonder last van hem te hebben en mits zij zelf wel capabel zijn, alsnog goed werk doen.