“Het is volstrekt idioot om als journalist afzijdig te blijven”

Veel journalistiek wil net als een kameleon graag kleurloos schijnen, maar net als de kameleon nemen ze juist daardoor gewoon de kleur van hun omgeving aan. Tegen een achtergrond van bullshit is de journalistiek daarom vaak niet kleurloos, zoals ze zichzelf graag wijsmaakt, maar bullshitkleurig.

Een extreem (kenmerkend) voorbeeld is de jarenlange weigering van The New York Times (NYT) om het woord ‘martelingen’ te gebruiken voor Amerikaanse martelingen. Ze sprak van ‘enhanced interrogation techniques’ of van ‘harsh tactics’, het woord ‘martelen’ was taboe. Pas nadat de Amerikaanse regering vorig jaar zelf toegaf dat ze zich schuldig maakte aan martelen, ging ook de NYT het juiste woord gebruiken.

In plaats van de macht te controleren, gaf de krant haar op deze manier dus rugdekking. Dat is een direct gevolg van die wens tot zogenaamde ‘objectiviteit’. Wie agendaloos wil schijnen, dient in werkelijkheid de agenda van de macht.

Hoewel het besef van zowel de onmogelijkheid als de schadelijkheid van ‘objectieve journalistiek’ al lang bestaat onder journalisten die de naam waard zijn, wil het in de ‘Serieuze Journalistiek’ echter nauwelijks doordringen. Een journalist die in het aangezicht van bullshit wél durft te bijten – wat de voornaamste taak is van de journalistiek – kan erop rekenen door tandeloze collega’s ‘een activist’ genoemd te worden; wat persspeak is voor ‘geen journalist’.

Om die reden is dit stuk in Villamedia van FTM-journalist Eric Smit even welkom als behartenswaardig.

Open waanlink

  1. 3

    @1,

    Onder het mom van objectiviteit gaat ook vaak partijdigheid schuil. Journalisten die zogenaamd ongekleurd de feiten vanuit het perspectief van politici of grote bedrijven weergeven, doen net zo goed mee aan een vorm van activisme.

    Dat lijkt me wel van toepassing.

    (En Rutte’s ‘geen visie’ is heel nadrukkelijk ook zeer gekleurd.)

  2. 4

    @1:
    Kunt u dat toelichten?
    Met een voorbeeld van een “rechtse” journalist die een beerput openhaalde, en het verwijt kreeg achter de macht aan te lopen?

  3. 5

    Ietwat in het verlengde: als er ergens een controverse is, ‘dan zal de waarheid wel in het midden liggen’. Het idee dat een partij het volkomen bij het verkeerde eind heeft — heiligschennis!

  4. 6

    Smit schrijft hier veel waars, de waarheid ligt zelden in het midden, en de feiten zijn zelden neutraal.

    Toch twee kanttekeningen:
    1. waarheid en rechtvaardigheid klinkt goed, maar is in de praktijk helemaal zo gemakkelijk nog niet te bepalen. Want wiens waarheid, en wiens rechtvaardigheid? Daarom laat een goede journalist ook de twijfel zien, de verschillende kanten van het verhaal, en vertelt ook als we het niet weten. Deze twijfel mis ik bij Smit.

    2. Smit hanteert wel heel erg het frame van een dichotomie tussen het establishment en de rest. Dat is echt te simpel. Natuurlijk moet je bewust zijn van de machtsverhouding en de belangen erachter. Maar niet alleen het establishment heeft belangen, en het establishment heeft niet per definitie ongelijk.

  5. 8

    @6, voor mensen met een hart en verstand is het meestal wel aardig duidelijk welke richting waarheid en rechtvaardigheid op gaan. Er zijn heel soms ethische dilemma’s, in dat geval kun je (juist als journalist) precies die dilemma’s goed onderbouwen, maar dat zijn er eigenlijk veel minder dan men doet voorkomen.

    Dat zogenaamde relativisme is net zo’n schijnvertoning als de neutraliteit van de journalist, namelijk op zich een tool die graag wordt ingezet vanuit een ideologie.

    (En die ideologie die er bij jou achterzit klinkt luid en duidelijk door in je tweede punt.)

  6. 9

    Voor de liefhebber heb ik trouwens ook nog drie citaatjes over de schadelijkheid en/of onmogelijkheid van objectiviteit liggen. Ik was ooit eens van plan een verzameling aan te leggen, omdat het me zo the wrong way rubt, maar later dacht ik, meh … dus kwam ik niet veel verder dan deze drie.

    Hunter S. Thompson in Fear and Loathing on the Campaign Trail ’72:

    So much for Objective Journalism. Don’t bother to look for it here–not under any byline of mine; or anyone else I can think of. With the possible exception of things like box scores, race results, and stock market tabulations, there is no such thing as Objective Journalism. The phrase itself is a pompous contradiction in terms.

    Glenn Greenwald in No Place to Hide (p.231):

    As we are told endlessly, journalists do not express opinions; they simply report the facts.
    This is an obvious pretense, a conceit of the profession. The perceptions and pronouncements of human beings are inherently subjective. Every news article is the product of all sorts of highly subjective cultural, nationalistic, and political assumptions. And all journalism serves one faction’s interest or another’s.
    The relevant distinction is not between journalists who have opinions and those who have none, a category that does not exist. It’s between journalists who candidly reaveal their opinions and those who conceal them, pretending they have none.
    The very idea that reporters should be free of opinions is far from some time-honored requirement of the profession; in fact, it is a relatively new concoction that has the effect, if not the intent, to neuter journalism.

    Rob Wijnberg (bij Argos (radio) vanaf ca. 41m50):

    Dat is een van de slechtste afslagen die de journalistiek de afgelopen honderd jaar heeft genomen, de fictie van objectiviteit, waardoor je dus zelf helemaal niet meer voorkomt en ook niet meer een rol speelt in de informatie die je verschaft, je bent alleen maar boodschapper, maar daardoor, ten eerste houd je daar een fictie mee omhoog, want uiteindelijk worden er keuzes gemaakt, hoe je het wendt of keert, iemand kiest een invalshoek of een framing of enzovoort, maar omdat je jezelf erbuiten moet laten als journalist heb je helemaal geen idee mee over welke hiërarchie de informatie heeft die je naar buiten stuurt. Anything goes, krijg je dan.

    Verder is deze blogpost van Jay Rosen (NYU’s professor journalistiek) over The New York Times en het gebruik van het woord ‘martelen’ erg instructief. Hij noemt het concept ‘the production of innocence’ – “the desire to be manifestly agenda-less” … en analyseert al langer de problemen die hieruit voortkomen.

  7. 10

    @8: De mensen met ‘hart en verstand’ zijn blijkbaar de mensen die het met jou eens zijn. Wantrouw hen die menen waarheid en moraliteit in pacht menen te hebben, zij hebben een hoop ellende veroorzaakt in de wereld.

    Ik lees liever mensen die hart en verstand herkennen in de mensen die het niet met hun eens zijn.

    Het Nederlandse establishment is tegen de doodstraf, voor de opvang van vluchtelingen, accepteert de verandering van het klimaat door de mens, accepteert de conclusies van het onderzoek naar het neerhalen van MH17, etc, etc.

    Allemaal punten waar flinke discussie over is, en waar de waarheid zeker niet bij de uitdagers van het establishment ligt.

    Je wordt niet een van de meest welvarende landen aller tijden als je het als establishment altijd bij het verkeerde eind hebt.

  8. 11

    @10

    Wantrouw hen die menen waarheid en moraliteit in pacht menen te hebben

    De waarheid bestaat niet. Er is alleen jouw waarheid en mijn waarheid. Over moraliteit wil ik het niet eens hebben.

  9. 12

    @10,

    De mensen met ‘hart en verstand’ zijn blijkbaar de mensen die het met jou eens zijn.

    Nice one, maar nee. En even later probeer je me nog een keer in een hokje te drukken, alsof ik altijd anti-establishment zou zijn. Ook dat is onzin.

    Maar in veel situaties heb je gewoon een standpunt dat klopt en een standpunt dat een stuk minder klopt, en vooral voortkomt uit angst, frustratie en haat. Die gevoelens moet je serieus nemen, maar de standpunten die er uit voortkomen zijn meestal niet goed.

    Bij de voorbeelden die je noemt is er dan ook helemaal niet zoveel werkelijke discussie als jij doet voorkomen. Veel van die discussie is bij uitstek tussen zowel de inhoudelijke als effectieve argumenten aan de ene kant, vs blinde frustratie aan de andere kant zonder interesse om iets beters te bereiken (en uberhaupt zonder interesse voor de gevolgen.)

    In die kwesties zijn dus heel prima goede en foute standpunten te onderscheiden.

    (En de goede antwoorden zijn:
    1. De doodstraf bereikt aantoonbaar niet het doel dat de tegenstanders claimen aan te halen, het kost veel geld en ellende en levert geen vergrote veiligheid of een fijnere samenleving op.
    2. Vluchtelingen zijn er, het zijn mensen, ze hebben dus in elk geval recht op een redelijke behandeling en niet op pesterijen, aanslagen, geweld en een stapel vooroordelen waar ze nooit doorheen kunnen komen. De discussie die er wel is, is hoe we de vluchtelingen op de juiste manier opvangen en begeleiden. Dat is in veel opzichten wel een moeilijke kwestie. Maar ‘ze moeten hier gewoon niet zijn’ is een standpunt dat op basis van hart en verstand prima is te verwerpen.
    3. Het handelen van de mens heeft grote klimaatgevolgen, die voor veel mensen bovendien een accute bedreiging vormen
    4. die conclusies zijn volgens mij niet waar het om gaat, maar vooral waar ze toe moeten leiden. Maar iedereen die denkt dat het een goed idee is om mee te gaan schieten in de oorlog daar, is alvast niet goed bij z’n hoofd, net als iedereen die denkt dat Putin ‘best een goed staatsman is’. Ook daar: je bereikt niets behalve meer doden. Het lost niks op. Simpel antwoord dus.)

    En geheel als bonus, als je maar genoeg relativeert is ook Hitler gewoon nog fout, Stalin een massamoordenaar, is het een slechte zaak dat de wereldeconomie zo fragiel is en beheerst wordt door een klein clubje met gigantische belangen, en is Trump gewoon geen goed idee.
    Sommige dingen zijn moeilijk, genuanceerd, eindeloos ingewikkeld (de vrijheid om fouten te maken vs ingrijpen, zoals gedwongen opname vs vrijheid, of het uit huis plaatsen van kinderen dat onvermijdelijk leidt tot trauma maar soms het minst erge is, maar wanneer dan?)

    Maar veel dingen zijn nadrukkelijk niet moeilijk, niet alleen maar relatief, maar worden alleen maar zo voorgesteld door partijen die daar hun eigen belang bij hebben, meestal belangen die profiteren van meer chaos en geweld.

  10. 13

    @6: Ik denk dat hij anders wel een goed voorbeeld geeft met de term ‘enhanced interrogation techniques’ door de overheid (die in het kader van wederhoor door de media altijd genoemd werd als het ging over het aan de kaak stellen van Amerikaanse martelpraktijken). Op dezelfde wijze zijn na de invasies van Irak en Afghanistan wel meer eufemismen door de media geslikt als zoete koek (denk bv. ook aan “collatoral damage” voor burgerslachtoffers, of “combatants” voor mensen waarvan geen schuld vaststaat, die vaak nooit een wapen in handen hebben gehad en die zonder proces worden opgesloten, of voor burgerslachtoffers van drones).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

| Registreren