De recente parlementsverkiezingen in de VS bracht weer enkele successen voor de Tea Party. Deze groep van independents zet zich af tegen de Democraten – die in zijn ogen een socialistisch fascistische heilstaat proberen te stichten, en tegen de Republikeinen – die het maar laten gebeuren. Opvallend veel complotdenkers hebben de hogere gelederen van de Tea Party weten te bereiken, met Glenn Beck als tragikomische voorman, die met stalen gezicht beweert dat er concentratiekampen worden gebouwd, men deportaties moet vrezen en Obama een racist is.
Maar hoe ontstaan dit soort complottheorieën eigenlijk? Spruiten ze voort uit de irreële verzinsels van paranoïde zonderlingen? Moet je die theorieën ontkrachten en zo ja hoe? De Amerikaanse juristen Adrian Vermeule en Cass Sunstein hebben er een spraakmakend artikel over geschreven. Het is al wat ouder, maar wil het toch even delen – hun conclusie is namelijk nogal bizar.
Soms komen complottheorieën inderdaad voort uit de verwrongen geestelijke toestand van zonderlingen, zoals de man die in 2002 medewerkers van Philips gijzelde in de Rembrandttoren in Amsterdam (hij streed tegen breedbeeld televisie). Maar meestal zijn complotdenkers helemaal niet zo gek, schrijven Vermeule en Sunstein.
Maar eerst, wat is een complottheorie? Volgens Vermeule en Sunstein is het an effort to explain some even tor practice by reference to the machinations of powerful people, who have also managed to conceal their role.