Taal, internet en identiteit

Eindelijk een goed boek over internettaal. Ik ben altijd wat sceptisch geweest over iedereen die beweert wat te kunnen zeggen over de eigenaardigheden van internettaal. Alles op internet verandert voortdurend, er zijn bovendien miljarden mensen bij betrokken die zich helemaal niet allemaal van elkaar bewust zijn en dus ieder hun eigen conventies volgen, wat weten we ervan. Twee jaar geleden schreef ik hier nog letterlijk dat ik dacht dat het ‘te vroeg was voor een boek over emoji’. Maar nu denk ik dat niet meer. Dankzij het boek Because Internet van de jonge Canadese ‘internet-taalkundige’ Gretchen McCulloch. Eindelijk iemand die goed naar de taal op het internet gekeken heeft! Eindelijk iemand die erover heeft nagedacht!

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: © Palgrave Communications grafiek Twitter onderzoek via Marc van Oostendorp op Neerlandistiek

Twittertaal wordt alledaagser

ONDERZOEK - Het is altijd bevredigend als een idee wordt bevestigd. Jarenlang heb ik gestreden tegen het idee dat de sociale media de taal zouden veranderen (bijvoorbeeld hier en hier), en met name dat de taal ‘korter’ zou worden door sms en Twitter.

Mijn argument was vooral gebaseerd op de logica. Het is onwaarschijnlijk dat zoiets belangrijks voor het menselijk leven als taal, iets dat zich in de loop van duizenden jaren heeft ontwikkeld, zou veranderen door zoiets efemeers als de sociale media. Zelfs de gehardste Twitteraar spreekt op een dag waarschijnlijk nog steeds meer woorden dan hij tweet. En de proportie geharde Twitteraars op de gehele populatie is te verwaarlozen. De sociale media zijn bovendien zelf zo veranderlijk dat je eerder verwacht dat zij zich langzaam aan de behoefte van de mens aanpassen om de taal op een natuurlijke manier te gebruiken.

Technische reden

Juist vanwege de veranderlijkheid van die media, en het feit dat mensen de neiging hebben van Hyves naar Facebook naar Instagram te springen, maakte een en ander lastig empirisch te onderzoeken. Maar gelukkig voerde Twitter in november 2017 een interessant experiment uit: terwijl er verder niets veranderde, werd de karakterlimiet van 140 tekens naar 280 tekens verhoogd. De protesten waren niet van de lucht – zo hoort dat, als er iets verandert, horen de protesten niet van de lucht te zijn – maar inmiddels is geloof ik iedereen eraan gewend.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Leenwoorden uitspreken: je eigen keuze

COLUMN - © Oxford OUP, cover Shana Poplack, Borrowing. Loanwords in the Speech Community and in the Grammar, 2018Sommige taalonderwerpen lijkt iedereen interessant te vinden, behalve de taalkundige. Leenwoorden zijn daar een voorbeeld van: begin in een volle bus een gesprek over taal, en binnen de kortste keren worden leenwoorden daarin genoemd; maar heel veel taalwetenschappelijk onderzoek is er niet naar dat verschijnsel.

Het boek Borrowing van de Canadese taalkundige Shana Poplack is daarom een welkome aanwinst in de literatuur. In het boek beschrijft Poplack uitgebreid haar onderzoek naar hoe woorden uit de ene taal in een andere taal worden overgenomen en hoe zo’n ‘vreemd’ woord gaandeweg integreert – in de taal zelf en in de taalgemeenschap.

Een fascinerend hoofdstuk is bijvoorbeeld dat over de uitspraak van leenwoorden.

Als een woord lang genoeg gebruikt wordt, gaat de uitspraak zich vanzelf aanpassen aan de nieuwe taal. In het Nederlands spreekt niemand computer nog op zijn Engels uit, met een Engelse p of een Engelse t. Als je dat wel doet, klink je enorm aanstellerig en eigenlijk alsof je niet weet hoe het hoort. Voor nieuwere leenwoorden is dat niet altijd even duidelijk: ik geloof dat Whatsapp nog door veel mensen in mijn omgeving met een Engelse w wordt uitgesproken. Waar ligt de grens?

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Waarom praten volwassenen niet kinderachtig tegen elkaar?

COLUMN - © Landelijk Onderzoekschool Taalwetenschap cover proefschrift The role of prosodic input in word learning, auteur Mengru HanWe wisten al lang dat mensen over de hele wereld geneigd zijn anders te praten als ze tegen kleinere kinderen praten. Ze doen dat zelfs allemaal op dezelfde manier: iedereen die zich over een wieg buigt praat vanzelf met een hogere stem en tegelijkertijd meer stembuigingen, en wat langzamer dan wanneer ze tegen volwassenen praten. Infant-directed speech (IDS) noemen taalkundigen dat.

Als mensen zoiets over de hele wereld van nature doen, ligt voor de hand om te denken dat zoiets een functie heeft. Vreemd genoeg wordt dat pas sinds een paar jaar serieus onderzocht. Het recente Utrechtse proefschrift van de taalkundige Mengru Han onderzoekt het voor het Chinees en het Nederlands.

Appen

De bevindingen zijn misschien nog niet eens zo verrassend. Moeders blijken gevoelig te zijn voor de woordenschat van hun kinderen. Als ze ervan uitgaan dat hun kind een woord niet kent, zijn ze eerder geneigd om er een IDS-vorm aan te geven. Bovendien blijken kinderen van twee jaar oud nieuwe woorden ook een beetje makkelijker te leren wanneer ze die aangepaste vorm hebben. IDS is dus een natuurlijke manier om taal leren gemakkelijker te maken.

Dat roept allerlei vragen op, en vooral dat maakt dit soort onderzoek wat mij betreft interessant. Op een bepaald moment houden we kennelijk op met die IDS. Nieuwe woorden leren is iets wat voor de meeste mensen in de Westerse samenleving hun leven lang doorgaat – al is het maar om te kunnen blijven meepraten over de nieuwste technologieën –, en toch heeft niemand van ons het woord appen geleerd doordat het op een kinderachtige manier tegen ons werd gezegd.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Doneer voor ¡eXisto!, een boek over trans mannen in Colombia

Fotograaf Jasper Groen heeft jouw hulp nodig bij het maken van ¡eXisto! (“Ik besta!”). Voor dit project fotografeerde hij gedurende meerdere jaren Colombiaanse trans mannen en non-binaire personen. Deze twee groepen zijn veel minder zichtbaar dan trans vrouwen. Met dit boek wil hij hun bestaan onderstrepen.

De ruim dertig jongeren in ¡eXisto! kijken afwisselend trots, onzeker of strak in de camera. Het zijn indringende portretten die ook ontroeren. Naast de foto’s komen bovendien persoonlijke en vaak emotionele verhalen te staan, die door de jongeren zelf geschreven zijn. Zo wordt dit geen boek óver, maar mét en voor een belangrijk deel dóór trans personen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Dikpraatjes en burgerwetenschap

© Arizona State University Line drawing of men with BMI 25 outside at a pool party in swim trunks. Line drawing courtesy of Cindi SturtzSreetharan 2019

© Arizona State University Line drawing courtesy of Cindi SturtzSreetharan 2019

COLUMN - Het is een minigenre, een gesprekvorm die over het algemeen al is afgelopen voor je met je ogen geknipperd hebt. Iemand zegt tegen iemand anders ‘Ik voel me zo dik’, of ‘Geeft die broek me geen dikke kont?’ en daar reageert de ander dan op (‘Ben je een haartje betoeterd!’). Fat talk wordt het door de deskundigen genoemd; dikpraatjes.

Het blijkt niet gemakkelijk te zijn om te onderzoeken, bijvoorbeeld omdat het zo kort duurt en over het algemeen nu ook niet echt gesprekken oplevert die de deelnemers zich nog lang heugen. Stel dat je wil weten wat voor antwoorden er nu zoal gegeven worden op zo’n opmerking over iemands BMI, wat doe je dan?

In een nieuw artikel in het Journal of Sociolinguistics gaan een aantal onderzoekers van de Universiteit van Arizona in op deze kwestie. Het artikel gaat dus niet zozeer over die dikpraatjes zelf (misschien is daar ook echt niet zo heel veel over te zeggen) als wel over een algemener probleem in de taalkunde: hoe weten we hoe het echt zit? 

Die dikpraatjes zijn maar een aardig voorbeeld van het fenomeen. Mensen kwebbelen de hele dag wat af, maar wat gebeurt daar nu eigenlijk? Je kunt geschreven bronnen gebruiken (van de bijbel tot en met Twitter), maar geschreven taal is maar een magere afspiegeling van wat er de hele dag wordt gezegd. Je kunt mensen gaan opnemen, maar dan heb je alleen die mensen die toestemming willen geven, en bovendien gaan mensen mogelijk altijd toch net wat anders praten dan als ze niet worden opgenomen.

Foto: Alejandro Mallea (cc)

Zijn er feiten zonder experimenten?

ANALYSE - Kurt Gödel staat algemeen bekend als de auteur van de stelling van Gödel, die dan ook naar hem is genoemd. Stel echter dat de stelling eerder blijkt te zijn bedacht en bewezen door een zekere Schmidt, die onder verdachte omstandigheden stierf voor hij zijn resultaten bekend kon maken. Die resultaten kwamen vervolgens in handen van Gödel, die er goede sier mee maakte. De vraag is nu naar wie verwijst de naam Gödel in de naam van de stelling? Naar de persoon die de stelling van Gödel heeft bedacht (dus Schmidt), of naar de persoon die diefstal heeft gepleegd?

De theorie van namen van de zeer invloedrijke filosoof Saul Kripke is gebaseerd op het idee dat in dit geval Gödel de naam was van de dief. Hij bewees zijn theorie met het bovenstaande verhaaltje: een gedachtenexperiment. Het lijkt volkomen absurd om te zeggen dat onder deze omstandigheden Schmidt Gödel heet.

Zo’n gedachtenexperiment werkt als volgt: je bedenkt een verhaaltje en je bedenkt wat de plausibele uitkomst is. Die zet je dan in een boek en iedereen is overtuigd van de waarde van jouw theorie.

Man met een verrekijker

Onwetenschappelijk! zeggen sommige zogeheten ‘experimentele filosofen’. De wetenschap moet gebaseerd zijn op gegevens die verkregen zijn uit methodologisch volkomen op de juiste manier verzamelde experimentele gegevens. Je moet heel veel proefpersonen hebben die niet precies weten wat je doet, en op basis van de gegevens van die proefpersonen moet je dan statistische analyses uitvoeren.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Kanker en Calvijn

© Diagram uit Why do the Dutch swear with diseases. Onderzoek Tom Ruette en Andrea Pizarro Pedraza, 2018

ONDERZOEK – Het is een vraag die af en toe voorbij komt als je in het adressenboekje van de nieuwsredacties zit: we hebben nog een gaatje voor een lollig item, dus, meneer de taalgeleerde, hoe komt het dat wij Nederlanders met ziekten schelden? Andere volken doen dat ook niet? Een Franse hooligan heeft het toch ook niet over een putain de cancre?

Het klassieke antwoord, in 2000 door Piet van Sterkenburg uitgewerkt in zijn standaardstudie Vloeken, is dat het iets met het calvinisme te maken heeft. Volgens dat geloof is ziekte een straf van God, en die straf wenst de Nederlander zijn medemens dus toe als hij zich een beetje kwaad maakt.

Maar klopt dat eigenlijk wel? De Leuvense taalkundige Tom Ruette zocht het uit en schreef er een artikel ( € ) over.

Rode en blauwe

Ruette gebruikte Twitter als zijn belangrijkste bron; dat is sowieso een geliefd onderzoeksinstrument voor mensen die moderne taalvariatie graag kwantitatief onderzoeken want het is gemakkelijk om een grote hoeveelheid informeel geschreven taal binnen te halen en te doorzoeken.

Hij vond zo 20.000 tweets uit het hele taalgebied met vloeken en scheldwoorden; niet alleen kanker, tyfus en soortgelijke woorden, maar ook pik, pis, jezus en andere niet-ziektegerelateerde krachttermen.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Danken we rijmschema’s aan de multiculturele samenleving?

ACHTERGROND - © Marc van Oostendorp eigen werk paper neerlandistiek 47Ik ben me de laatste tijd aan het verdiepen in het rijm. Het is een eigenaardig verschijnsel, bijvoorbeeld gezien vanuit een historisch perspectief. Tot ergens in de middeleeuwen hadden de Europese talen geen (eind)rijm.

Althans, dichters uit de klassieke oudheid zoals Vergilius gebruikten het een enkele keer min of meer toevallig als een klankeffect, maar zeker niet doorheen een heel gedicht. Er gold een beetje wat nu voor proza geldt: je probeerde rijm te vermijden als een goede dichter, zij het dat je die regel een enkele keer kon breken om het verband tussen twee woorden aan te tonen.

Maar vanaf de 12e eeuw rijmen alle Europese talen waarin literatuur wordt gemaakt ineens volop. De middelnederlandse literatuur heeft bijvoorbeeld een paar prozateksten, maar alles wat in dichtvorm is geschreven, rijmt ook. En datzelfde geldt voor andere literaturen, al worden her en der ook zogeheten ‘blanke’, dat wil zeggen: rijmloze, verzen geschreven, vooral in langere teksten in dichtvorm, zoals toneelstukken.

Vormen

Ergens in de 18e of 19e eeuw (het hangt een beetje van de literatuur af) beginnen er ook meer lyrische teksten te verschijnen zonder rijm, en bijvoorbeeld in de Nederlandse poëzie is het rijm langzaam maar zeker in onbruik geraakt. Er zijn nog dichters die rijmen, maar inmiddels is het gebruik van rijm altijd iets opmerkelijks, een statement. Tegelijkertijd is rijm buiten de literatuur (sinterklaasgedichten, amateurgedichten) nog steeds hét kenmerk van poëzie. Ook dit is geloof ik inmiddels de situatie in heel Europa.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Lekker genederlandst!

COLUMN - © Marc van Oostendorp eigen werk img 2072Er waart een spook door Nederland, het spook van “lekker genederlandst”. Voor zover ik heb kunnen nagaan wordt het op allerlei plaatsen in het land gebruikt, vooral door jonge tieners. Ik kreeg een tweet doorgestuurd – als mensen over dit soort dingen beginnen op de sociale media zijn er soms vriendelijke andere mensen die mij bij de discussie betrekken over de kwestie:

Uit de antwoorden bleek dat ook andere mensen dit herkenden, en toen ik ernaar vroeg op de onvolprezen Facebook-groep Leraar Nederlands bleken allerlei leraren de uitdrukking ook te kennen, van hun eigen leerlingen en van hun eigen kinderen. Mijn informele indruk is vooralsnog dat het vooral gaat om jonge tieners, tussen 10-13.

Bedenker

Wat interessant is: dat er zich al snel verschillende mensen aanmelden die oprecht menen de bedenker te zijn van de uitdrukking. Dat is ook niet vreemd: het is best mogelijk dat zoiets op verschillende momenten tegelijkertijd ontstaat (zo moeilijk is het niet om een woord als Nederlands te werkwoorden). Bovendien is het voorstelbaar dat iemand de uitdrukking een keer ergens hoort, dan vergeet dat hij hem heeft gehoord en er een tijdje later zelf op denkt te komen. Ik geloof dat het menselijk geheugen wel zo werkt.

Foto: Hans Splinter (cc)

Hoe ik een 7,5 voor Nederlands haalde

COLUMN - Ik heb mijn rugzakje zojuist zorgvuldig aan onze vlaggenmast bevestigd!  In mei heb ik het centraal eindexamen vwo gemaakt, samen met andere min of meer prominente neerlandici: een paar studenten en docenten van de Radboud Universiteit, de schrijfster Aafke Romeijn, een docente van het Dominicus College in Nijmegen (waar we het examen mochten meedoen), nog wat andere docenten.

Ik had een 7,5. Van onze groep werd het hoogste punt gehaald door een van de organiserende docenten van het Dominicus College. Zij had een 8,4. Het hoogste punt daarna was een 7,6, gehaald door de Algemeen Secretaris van de Nederlandse Taalunie, Hans Bennis. Andere hoogleraren, leraren, journalisten en schrijvers zaten ook allemaal ergens tussen de 6 en de 7,5.

Gevulde koeken

Een van onze ouderejaars studenten Nederlands aan de Radboud Universiteit zou zelfs zijn gezakt met een 5.0. Zoals de docente zegt: “De resultaten maken wel pijnlijk duidelijk dat er een probleem is: ik ben de meest getrainde persoon uit deze groep (10 jaar lang ervaring met examentraining) én ben opgeleid als Neerlandica en haal niet eens een 9.”

Ik heb het idee dat iedereen echt zijn best heeft gedaan tijdens het examen. Het Dominicus College had het officieel aangepakt: we zaten in dezelfde omstandigheden als de scholieren (zij het natuurlijk wel in een apart lokaal), met de reglementen op tafel (als je naar het toilet wilde, ging er een docent mee) en een flesje water en een gevulde koek van de school. De pakken examens werden officieel opengesneden en we deden in doodse stilte ons werk.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Vorige Volgende