Is er wel sprake van een armoedeval?
Bezuinigingen op de bijstand worden door minister Kamp gelegitimeerd met de armoedeval: omdat ze er financieel te weinig op vooruit gaan, zoeken mensen niet al te hard. Maar daarvoor is geen bewijs, betoogt de Rotterdamse onderzoeker Frans Moors. De armoedeval is een fantoom.
De armoedeval heeft zich langzamerhand ontwikkeld tot het fantoom van het armoedebeleid. Niemand heeft het ooit gezien, niemand weet of het werkelijk bestaat, maar iedereen praat er angstvallig over. En: hoewel er veel onderzoek is gedaan, is er op de meest basale vragen nog steeds geen duidelijk antwoord. Hoeveel mensen worden er daadwerkelijk getroffen door de armoedeval en vooral: in hoeverre speelt de armoedeval echt een rol in het zoekgedrag van uitkeringsgerechtigden? Toch worden bezuinigingen op de bijstand ermee gelegitimeerd, zo blijkt uit de Beleidsdoorlichting Inkomensbeleid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Eigenlijk heeft het armoedebeleid haar eigen monster gebaard. Toen het eerste paarse kabinet er voor het eerst werk van ging maken, kwam vrijwel meteen de vraag aan de orde in hoeverre extra financiële ondersteuning voor uitkeringsontvangers het accepteren van een baan onaantrekkelijker maakt. De overstap van uitkering naar werk betekent immers verlies of verlaging van extra inkomensondersteuning voor de lage inkomens, zoals de huurtoeslag, kinderopvangtoeslag of kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. In het slechtste geval kan het dan zijn dat de overstap naar werk niet meer inkomen oplevert, maar wel hogere uitgaven. Natuurlijk is dat onwenselijk. Maar betekent het ook dat een uitkeringsgerechtigde om die reden minder inspanningen verricht om aan het werk te komen? Dat is nog steeds onderwerp van discussie.
Een pensioen is sparen voor je oude dag. Collectief leg je geld in en wanneer je de pensioenleeftijd bereikt, dan kun je van dit geld gaan genieten. Tenminste, zo hoort het te gaan.