Is er wel sprake van een armoedeval?

Bezuinigingen op de bijstand worden door minister Kamp gelegitimeerd met de armoedeval: omdat ze er financieel te weinig op vooruit gaan, zoeken mensen niet al te hard. Maar daarvoor is geen bewijs, betoogt de Rotterdamse onderzoeker Frans Moors. De armoedeval is een fantoom.

De armoedeval heeft zich langzamerhand ontwikkeld tot het fantoom van het armoedebeleid. Niemand heeft het ooit gezien, niemand weet of het werkelijk bestaat, maar iedereen praat er angstvallig over. En: hoewel er veel onderzoek is gedaan, is er op de meest basale vragen nog steeds geen duidelijk antwoord. Hoeveel mensen worden er daadwerkelijk getroffen door de armoedeval en vooral: in hoeverre speelt de armoedeval echt een rol in het zoekgedrag van uitkeringsgerechtigden? Toch worden bezuinigingen op de bijstand ermee gelegitimeerd, zo blijkt uit de Beleidsdoorlichting Inkomensbeleid van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Eigenlijk heeft het armoedebeleid haar eigen monster gebaard. Toen het eerste paarse kabinet er voor het eerst werk van ging maken, kwam vrijwel meteen de vraag aan de orde in hoeverre extra financiële ondersteuning voor uitkeringsontvangers het accepteren van een baan onaantrekkelijker maakt. De overstap van uitkering naar werk betekent immers verlies of verlaging van extra inkomensondersteuning voor de lage inkomens, zoals de huurtoeslag, kinderopvangtoeslag of kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. In het slechtste geval kan het dan zijn dat de overstap naar werk niet meer inkomen oplevert, maar wel hogere uitgaven. Natuurlijk is dat onwenselijk. Maar betekent het ook dat een uitkeringsgerechtigde om die reden minder inspanningen verricht om aan het werk te komen? Dat is nog steeds onderwerp van discussie.

Ideologische onderstroom

Het SCP/CBS en het CPB clashten zo’n drie jaar geleden op dit punt. In een bijdrage aan de Armoedemonitor van SCP/CBS werd de betekenis van de armoedeval genuanceerd. Conclusie van een vergelijkend onderzoek naar het zoekgedrag van een groep werklozen met en zonder inkomensondersteuning was dat niet kon worden vastgesteld dat het bestaan van de armoedeval een direct effect heeft op het zoeken naar werk. Andere factoren als leeftijd, gezondheid, sociaal netwerk en opleidingsniveau bleken veel meer van invloed, en dan met name op de inschatting van de kans om daadwerkelijk een baan te kunnen vinden.

Niet lang na de publicatie van de Armoedemonitor stelde het CPB in opdracht van het ministerie van SZW een reactie op waarin met name economische studies uit het buitenland werden aangehaald om aan te tonen dat het verband tussen zoekgedrag en uitkeringshoogte er wel degelijk is. De snelle reactie van het ministerie gaf aan dat de discussie rond de armoedeval ook een ideologische onderstroom heeft: voor de overheid is de armoedeval een belangrijke legitimatie om terughoudendheid bij ondersteuning van lage  inkomens te betrachten. En, getuige de begeleidende brief van minister Kamp bij de Beleidsdoorlichting Inkomensbeleid, is zij nu ook een legitimatie om de bijstandsuitkeringen over een periode van twintig jaar met zo’n honderd euro per maand terug te brengen door het afschaffen van de dubbele heffingskorting.

Succesvol beleid

Uit de Beleidsdoorlichting blijkt dat de koopkracht van huishoudens met kinderen met een inkomen rond het sociale minimum in de periode 2002-2010 vooral door het inkomensbeleid van de rijksoverheid meer dan gemiddeld is toegenomen. In feite mag dat een succes worden genoemd: in de afgelopen jaren kregen gezinnen met kinderen in het inkomens- en armoedebeleid extra aandacht, omdat zij door stijgende lasten steeds moeilijker kregen om van het sociale minimum rond te komen. Die extra maatregelen kregen ook meer de ruimte door het kindvriendelijke kabinet van CDA, ChristenUnie en PvdA.

Het succes heeft ook een keerzijde: door alle extraatjes wordt het verschil tussen uitkering en een inkomen uit betaald werk kleiner. Becijferd wordt dat een alleenverdiener met kinderen die gaat werken tegen het minimumloon er slechts 2 procent in koopkracht op vooruitgaat; alleenstaande ouders die vier dagen gaan werken gaan er zelfs 4 procent op achteruit. (Dit beeld werd overigens door de directeur van DIVOSA genuanceerd: werken in deeltijd betekent per definitie een beperkte inkomensvooruitgang). Wel komt de antagonie tussen armoedebeleid en activeringsbeleid hier duidelijk naar voren: gezinnen met kinderen op het minimum hebben de meeste moeite om van het minimum rond te komen, en dat legitimeert extra inkomensondersteuning. Dat betekent echter ook dat het verschil tussen inkomen uit een uitkering plus inkomensondersteuning, en inkomen uit betaald werk in de lagere regionen van de arbeidsmarkt steeds kleiner wordt.

Uitstroom

Nogmaals, het is absoluut wenselijk dat aanvaarding van werk vanuit een uitkering ook financieel wordt beloond. Maar is het zo dat als die beloning er niet of in geringe mate is, dat dit remmend werkt op de bereidheid om een baan te accepteren? En dat bij gevolg het verlagen van de bijstandsuitkeringen een hogere uitstroom naar werk vanuit de bijstand oplevert? Dat is maar zeer de vraag. Op de eerste plaats zou dit veronderstellen dat de bijstandsgerechtigde een vrije keuze heeft om een baan te accepteren. Die is er in principe niet.

Alleen alleenstaande ouders met jonge kinderen zijn nu nog vrijgesteld van de sollicitatieplicht, maar ook dat gaat per 1 januari 2012 veranderen. Sociale diensten kunnen de uitkering geheel of gedeeltelijk intrekken als een klant een baan weigert. Dat veronderstelt weer dat er voldoende arbeidsplaatsen zijn aan de onderkant van de arbeidsmarkt die matchen met de capaciteiten en mogelijkheden van veel bijstandsgerechtigden. Hoewel de minister herhaaldelijk naar het Westland wijst om ons anders  te doen geloven, weten we allemaal dat de mogelijkheden op arbeidsmarkt aan de onderkant beperkt zijn. Zeker nu er sprake is van een krimpende werkgelegenheid, waardoor er ook nog eens sprake is van verdringing.

Kansrijk en kansarm

Door een strenger waken aan de poort en een strikter activeringsbeleid zijn de bijstandsbestanden de afgelopen jaren sterk afgeroomd: de meest kansrijken verblijven niet lang in de bijstand, of komen er niet eens meer in. De bestanden worden daardoor steeds meer bevolkt  door mensen met geringe kwalificaties. Dit is zeker geen homogene groep: het kunnen jongeren zijn die vroegtijdig het onderwijs hebben verlaten, (jonge) alleenstaande moeders met jonge kinderen zonder werkervaring, vrouwen van middelbare leeftijd die door een echtscheiding op de bijstand zijn aangewezen en nauwelijks arbeidservaring hebben, mannen van vijftig jaar of ouder die jaren geleden hun baan verloren en door hun leeftijd niet meer aan de bak komen, mannen en vrouwen met psychische of fysieke  gezondheidsproblemen, immigranten uit niet-westerse landen die het Nederlands beperkt beheersen… het zijn mensen die vaak door een combinatie van factoren een beperkte verdiencapaciteit hebben. Die verdiencapaciteit wordt niet verbeterd door een generieke verlaging van de bijstandsuitkering.

Alleen door het verbeteren van hun kwalificaties kunnen ze die verdiencapaciteit verhogen en blijvend in hun eigen onderhoud voorzien. De zware bezuinigingen op het re-integratiebudget van de gemeenten brengt die doelstelling, toch de uiteindelijke doelstelling van het armoedebeleid, niet dichterbij. Het verlagen van de bijstandsuitkering al zeker niet. In die zin is het geen fantoom, maar harde werkelijkheid: veel bijstandsgerechtigden zitten al in een armoedeval, zonder dat er ook maar sprake is van zicht op betaald werk.

Frans Moors is onderzoeker bij de Sociaal-wetenschappelijke Afdeling (SWA) van de gemeente Rotterdam.

  1. 2

    Verder marginaliseren dus ?Proberen ze zoveel mogelijk in hun bewegingsvrijheid te beperken,dan kom je ze tenminste ook niet meer tegen op straat.Tot er over een paar jaar, net zoals ik ooit in Parijs zag,ineens overal mensen achter een bekertje,met de tekst “geen werk geen eten”,zitten op straten en pleinen.

  2. 3

    Goed stuk Frans.

    Je kan parttime werken niet met een uitkering vergelijken. Bij full-time werk verdient vrijwel iedereen meer dan het minimumloon. Door de hogere heffingskorting betaald iemand die werkt 1.300 euro minder premie en belasting. Dus ook bij een werkinkomen zo groot als het minimumloon heb je netto meer dan twee mensen die samen een bijstandsuitkering krijgen immers: één persoon krijgt maar maar 70%, een eenoudergezin 90% en 2 samenwonenden 2 x 50%.

    Uiteraard krijg je minder loon als je parttime gaat werken. Bij vier dagen zomaar minder dan de bijstand. Onzinnige redenatie. Het minimumloon is in het leven geroepen omdat dat nu juist als (fatsoenlijk) minimum werd gezien bij een volledige werkweek. Daar is dan ook de bijstand vanaf geleid.

    Van der Kamp is niet de enige van dit kabinet die onzin uitkraamt:
    https://sargasso.nl/archief/2011/08/16/de-kromme-redenering-van-de-krom/

  3. 4

    Zoals de auteur ook al aangeeft: er is geen goed argument aanwezig om de bijstand verder uit te kleden.

    En wat dat bekertje betreft: laat het Rutte niet horen want die neemt ze ook dat nog af.

  4. 6

    Armoedeval kun je op 2 manieren oplossen.

    1. De bijstand omlaag schroeven.
    2. betere (financiële) ondersteuning voor mensen die niet in de bijstand zitten maar toch een zeer zwakke inkomenspositie hebben. (de lage inkomens)

    Optie 2 is natuurlijk de meest sympathieke optie, maar ook de duurste.

  5. 7

    Armoedeval? Zowel met een bijstandsuitkering als met de laagste loonschalen in bijvoorbeeld thuiszorg en schoonmaak, is het echt heel erg moeilijk om rond te komen. Zeker als er ook nog kinderen zijn.
    Wat een hele mooie oplossing zou zijn is het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek en dat te compenseren met het verlagen van de eerste belastingschijf. Op die manier worden de lasten eerlijker verdeeld en kunnen de nettobedragen van zowel uitkeringen en lage lonen omhoog.

  6. 8

    “Hoewel de minister herhaaldelijk naar het Westland wijst om ons anders te doen geloven, weten we allemaal dat de mogelijkheden op arbeidsmarkt aan de onderkant beperkt zijn.”

    Ja, natuurlijk. Dat weten we allemaal. Leuke argumentatie :).

  7. 15

    Eens denken… Zouden de meeste mensen gaan werken, als ze de zekerheid van een vast inkomen kunnen krijgen, dat netto (incl verlies van subsidies e.d.) enkele tot tientallen procenten hoger is dan hun uitkering, terwijl ze bij hun uitkering afhankelijk zijn van subsidies en bijdragen, die om de haverklap ter discussie staan en geen enkele zekerheid bieden, dat ze ook volgend jaar de huur en hun eten kunnen betalen?

    Zoals het artikel eigenlijk ook al impliceert zou de armoedeval in iedere situatie opnieuw bewezen moeten worden. De situatie van nu is niet gelijk aan 20 jaar geleden. De situatie hier is niet gelijk aan het buitenland. Een armoedeval kan bestaan, maar wordt meestal zonder enig toepasselijk bewijs als ideologisch instrument gebruikt om bezuinigingen op de zwaksten te legitimeren.

    Horen Henk en Ingrid trouwens bij die groep, of wonen die vaker in een middenklasse-doorzon-woning? (retorische vraag…).

  8. 17

    Mensen in de bijstand hebben meestal de interesse ,voor zover die er al was, in politiek al lang verloren.Stemmen doen de meeste al niet meer.
    Iedere nieuwe ministersploeg van de laatste jaren heeft om hun flinkheid te tonen de bijstandtrekkers angst aangejaagd.
    Dat wil je als marginaal niet iedere keer weer horen,je krijgt al genoeg shit op je bord.