Kunst op Zondag leest Slavernij

Vandaag (zondag 29 augustus 2021) is de tentoonstelling Slavernij voor het laatst te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam. Door de coronamaatregelen hebben velen deze expositie gemist. Wat blijft zijn de online tentoonstelling én de catalogus. Hierin worden tien persoonlijke verhalen verteld over mensen die in of met slavernij leefden. Een bijzonder tijdsdocument dat om onze aandacht vraagt. https://youtu.be/mnm4XOuJNLc

Door: Foto: Slavernij zaalimpressie © Rijksmuseum

De koning en de Gouden Koets

We gaan niet de geschiedenis herschrijven met restauratie dus hij is gewoon eheheh gerestaureerd ehe ehe dat ie weer in z’n oude glorie hersteld is. En er wordt een discussie gevoerd en ik vind het mooie van luisteren dat je niks hoeft te zeggen.

Koning Willem Alexander op het achtuurjournaal op prinsjesdag. De ehehe’s heb ik er niet bij verzonnen en ik vind ze in dit geval wel van gevoeligheid getuigen. Er wordt weleens gezegd dat de koning te ver van de bevolking af staat. En natuurlijk is dat zo, hij is tenslotte koning! Maar dat wil niet zeggen dat hij sentimenten onder de bevolking niet waarneemt. Uit zijn weifelende spreken blijkt ook dat hij hier zelf geen uitgesproken mening over heeft.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Richard Scoop (cc)

Historische excuses

COLUMN - Wat of ik als historicus en als Amsterdammer nou vond van de historische excuses die burgemeester Halsema onlangs maakte voor het slavernijverleden? Ik had de vragensteller graag een wijs en diepzinnig antwoord gegeven, maar ik heb geen uitgekristalliseerde mening. Dat wil niet zeggen dat ik niet een paar losse, half uitgewerkte gedachten zou hebben.

Kentheorie

Om te beginnen zit er aan zo’n historisch excuus een kentheoretisch aspect. Niemand zal ontkennen dat het geweldig goed was toen Willy Brand door de knieën ging voor het monument voor de Getto-opstand in Warschau, want zowel hijzelf als de andere aanwezigen hadden de Tweede Wereldoorlog meegemaakt. Het maken van een excuus voor iets dat lang geleden is gebeurd veronderstelt dat er zoiets zou zijn als een overerfbaarheid in slachtofferschap en daderschap. Ik weet niet goed hoe ik zoiets zou kunnen onderbouwen.

Begrijp me niet verkeerd: er bestaan historische continuïteiten en die zijn met het sociaalwetenschappelijke instrumentarium te onderbouwen. Maar ik weet gewoon niet goed hoe ik slachtofferschap na het verstrijken van tijd nog kan documenteren. Als ik lees dat een intelligent en gewaardeerd schrijver als de Libanees Amin Maalouf oppert dat het Westen zich moet verontschuldigen voor de Kruistochten, bekruipt mij een zekere ergernis. In de eerste plaats omdat “het” Westen niet bestaat en in de tweede plaats omdat naar mijn idee de Ottomaanse periode de historische continuïteit heeft gebroken.

Foto: Babak Fakhamzadeh (cc)

Bloed in de rivier

RECENSIE - Na weken opgesloten te hebben gezeten in een donker hok moest Hercules dan eindelijk voor de rechters verschijnen. Dat gebeurde in het hoofdhuis van Plantage De Dageraad, een van de weinige plantages die tijdens de slavenopstand niet in handen was gevallen van de rebellen. Hier zetelden nu de rechters die de opstandelingen hun verdiende straf moesten geven. En Hercules was een bijzonder geval. Met hem  hadden ze zonder twijfel een van de leiders van de opstand te pakken! Het recht zou zegevieren – maar dan moesten natuurlijk wel eerst een handjevol bewijzen op tafel komen.

En dat was lastig. Opstandelingen werden wreed gestraft. Wie een Europaan had vermoord, kon rekenen op de doodstraf. En dus schoven de gevangenen voortdurend de schuld af, ze wezen naar elkaar, naar deelnemers die al dood waren, en naar de leiders waarvoor ze vreselijk bang waren geweest, zeiden ze. Mensen als Hercules. En het moest gezegd: de gevangene die nu voor de rechters verscheen maakte, ondanks de beestachtige behandeling, indruk. Hercules had geen tolk nodig. Hij sprak Nederlands.

De plantages langs de rivier de Berbice stelden niet veel voor. Die in Suriname, ten westen van de Berbice, waren veel winstgevender. Berbice draaide marginaal – wat betekende dat de plantages door hun aandeelhouders verwaarloosd werden, dat de planters betrekkelijk arm waren en dat er daardoor ook een chronisch gebrek aan slaven was. En dus werden de slaven die daar werkten, extra hard uitgebuit. Niet alle plantagehouders waren sadisten – maar vooral dankzij hen barstte in 1763 langs de hele rivier een opstand uit. Tientallen plantages gingen in vlammen op. Er vielen honderden doden. De Nederlanders vluchtten naar plantages aan de monding van de rivier, en stuurden wanhopige alarmbrieven rond. Het duurde maanden voordat de opstand onderdrukt kon worden. Maanden waarin de opstandeling zélf elkaar ook vaak voor de voeten liepen, of gewoon overhoop schoten. Want de opstand was misschien gelukt, de opstandelingen vormden een bont allegaartje en niemand wist wat er moest gebeuren.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Citra Pramadi (cc)

Wanneer een school niet meer de naam wil dragen van ‘de Slachter van Banda’

Veel ophef dinsdag op sociale media en woensdag in De Telegraaf over de aankondiging van de Amsterdamse J.P. Coenschool om van naam te willen veranderen. Er wordt gesproken over een ‘beeldenstorm’ en ‘geschiedvervalsing’. Is dat zo?, vraagt Ewoud Butter zich af.

Het begon met een artikel op de website Napnieuws.nl waarin directrice Sylvie van den Akker liet weten dat de Amsterdamse J.P. Coenschool in de Indische Buurt haar naam gaat veranderen.

Kritiek op de naam kwam de afgelopen tijd eerst van ouders en later ook van leerkrachten, vertelt Van den Akker. Het hele team staat achter de naamverandering.

Aan De Telegraaf liet Van den Akker weten dat een andere reden is dat de school de ‘eerste Unesco-school’ is in Amsterdam. ‘We vinden dat Coen daar niet bij past. (…) Hij heeft natuurlijk veel mensen vermoord. Daar voelen wij ons niet meer senang bij.’

Jan Pieterszoon Coen was de vierde gouverneur-generaal van Oost-Indië en wordt vaak gezien als de grondlegger van de Nederlandse heerschappij in de Indische archipel. Hij stichtte de handelspost Batavia, het latere Jakarta. J.P. Coen staat ook bekend als ‘De Slachter van Banda’. Historiek schrijft hierover:

In 1621 trad Coen hard op tegen de Bandanezen die onder druk van de Engelsen hun specerijen-contract niet nakwamen. Hij reisde met een grote vloot naar de Banda-eilanden. Hoewel de bevolking vluchtte ontkwamen slechts weinigen. Naar schatting overleefden slechts zeshonderd van de 15.000 Bandanezen de aanval. Bekend is dat de VOC tijdens deze volkerenmoord Japanse samoerai-beulen die in dienst waren van de VOC, opdracht gaven tientallen dorpshoofden te onthoofden. Jan Pieterszoon Coen, die het monopolie op de handel in nootmuskaatnoten en foelie veilig had gesteld, kreeg door deze gebeurtenis de bijnaam: Slachter van Banda.

Foto: Stefano Cannas (cc)

Zelfhaat

COLUMN - Vroeger had ik een collega die ooit woonde in de Jan Pieterszoon Coenstraat in Utrecht. Al in de jaren ’70 hadden bewoners van die straat de gemeente verzocht om wijziging van de straatnaam, want wat die Jan Pieterszoon Coen allemaal in de Oost had uitgespookt, daar zou je tegenwoordig linea recta voor bij een oorlogstribunaal eindigen. Ik weet het niet zeker, maar in die jaren hadden we volgens mij alleen nog maar de Neurenberg-tribunalen gehad. De rest moest nog komen.

Diezelfde discussie is de laatste tijd weer boven komen drijven, onbedoeld veroorzaakt door het gebruik van de term ‘VOC-mentaliteit’ door een paar politici, als aanbeveling over hoe het met het land verder zou moeten. Wat moeten we met een standbeeld van de Slachter van Banda op het dorpsplein? Wat moeten we met die roofstaat aan de Noordzee, en met Multatuli’s Max Havelaar? Wat moeten we met Rawagede? Meer in het algemeen: wat moeten we met vaderlands erfgoed dat staat voor het foute, het slechte, het lelijke?

Het is de laatste tijd niet meer zo ‘in’ om te wijzen op de kwalijke kanten van de vaderlandse geschiedenis of de schaduwzijden van de huidige Nederlandse samenleving. Wie dat doet, krijgt al snel het verwijt een ‘zelfhater’ te zijn of een ‘weg-met-ons-mentaliteit’ te bezitten. In plaats daarvan zouden we eens wat positiever moeten staan tegenover dat ‘ons’ en dat ‘zelf’, niet altijd van dat negatieve.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.