De waanzin die religie heet
OPINIE - In de tweede helft van de vorige eeuw leek religie definitief op zijn retour. Samen met Fukuyama’s ‘eind van de geschiedenis’ was ook de georganiseerde godsbelevenis een gepasseerd station. Exit de hocus pocus van wonderbaarlijke verschijningen en blinde gehoorzaamheid aan onzichtbare machten die onzinnige handelingen en rituelen vereisen om gunstig gestemd te worden.
Niets van waar. Religie is ‘hot’, alom en vooral dwingend aanwezig.
In het Midden Oosten proberen bebaarde, gemaskerde en met Kalasjnikovs zwaaiende boze mannen een heus middeleeuws kalifaat te vestigen, waar de rechten van wie niet tot de eigen groep hoort systematisch vertrapt worden en vrouwen onzichtbare, tweederangs burgers zijn.
Maar ook in de Verenigde Staten timmeren christenfundamentalisten naarstig aan de weg. Daar vinden we meer neoliberale varianten van het geloof. De religieuze component lijkt vooral ingegeven door de financiële behoeften van de predikant en de belangen van de conservatieve en ultrarijke elite. Van buiten ziet het er soms uit als Disneyland, maar die façade verbergt extreme dwingelandij en ultieme bekrompenheid. Volgelingen deinzen niet terug een abortuskliniek op de korrel te nemen, of een daar werkende arts om te leggen.
Qua intellectuele bagage hebben deze christenen net zoveel te bieden als hun islamitische tegenhangers. Alles wat er te weten valt – zo meent in ieder geval de fundamentalist – staat in enkele eeuwenoude obscure en cryptische geschriften. De schrijvers hiervan heten geïnspireerd te zijn door goddelijke influistering. Nadat deze eenmaal op papier was gezet, is het oorverdovend stil geworden. Eeuwenlang hebben wij taal noch teken vernomen. Dit weerhoudt gelovigen niet, ondanks het ontbreken van nieuwe aanwijzingen, overal de goddelijke aanwezigheid te zien.
