Het probleem met Piet-Hein Donner
Zoals iedereen heb ik drie soorten meningen: tientallen voor consumptie aan de borreltafel, een handvol politieke en een paar echte. In de eerste categorie vallen de stelling dat de Nobelprijs voor de letteren moet worden toegekend aan Bob Dylan en dat dikke mensen gezelliger zijn dan sportieve. Zoals ik al zei: dit is voor de borreltafel. Voor een grappiger mening geef ik de mijne graag op.
Aan andere oordelen houd ik langer vast. Als het om politiek gaat ben ik, om eens iets te noemen, een voorstander van het redden van onze planeet. Daarom ben ik voor elke maatregel die het produceren van afval en baby’s ontmoedigt. Die mening geef ik niet zo makkelijk op, maar het is niet onmogelijk. Misschien duurt het een dag voor ik toegeef, maar als iemand met argumenten komt, akkoord.
En ik heb ook een paar echt serieuze opvattingen, die ik voor geen argument ter wereld zal opgeven, omdat logica er irrelevant bij is. Ik heb het dan over religie, het onberedeneerbare gevoel dat elke wijsheid en logica van deze wereld tekortschiet. Sommige mensen zijn linkshandig, anderen zijn homoseksueel, weer anderen hebben religie “opgelopen”. Hoe dat zo komt weet ik niet, het maakt ze niet tot betere of slechtere mensen, het ís er gewoon, en het is nogal basaal.


Wat een verademing om gisteravond tijdens het uurtje zedenprediken van de heren Knevel en Van den Brink te kijken naar Esther Ouwehand, nummer 2 van de Partij voor de Dieren. Wars van politiek gekonkel leek ze, onverstoorbaar ging ze recht op haar doel af zonder daarbij overigens af te stappen van een algemene vorm van beschaving. En onvermoeibaar legde ze nog maar eens uit waarom er een einde moet komen aan de rituele slacht.