Jefferson’s bijbel

Dat is nou aardig, dat iemand de Jefferson Bibleonline heeft geplaatst. Het curieuze project van de derde president der Verenigde Staten mag dan een intellectuele mislukking zijn, Jeffersons goede bedoelingen lijden geen twijfel en wat misschien belangrijker is: hij stelde een verdraaid goede vraag.

Jefferson was een man van de Verlichting en geloofde wel in God en de Voorzienigheid, maar niet in een openbaring. Met de christelijke Bijbel kon hij daarom niet veel, maar hij was wel van mening dat de daarin verzamelde opvattingen de moeite van het overwegen nog altijd waard waren. Voor Jezus voelde hij grote bewondering.

De fout zat, zo meende hij, bij de evangelisten. Die hadden de timmerman uit Nazaret tot godheid gepromoveerd en hem allerlei wonderen toegeschreven die, omdat de natuurwetten zich niet zomaar laten opschorten, historisch niet waar konden zijn. Bovendien bevatten de evangeliën elementaire tegenspraken (Jezus’ geboortejaar en zijn laatste woorden zijn bekende voorbeelden). Daarom was het beter om een nieuw evangelie te schrijven, waaruit de wonderen waren weggelaten, waarin alle gebeurtenissen in een historische volgorde waren geplaatst en waaruit irrationele uitspraken waren geschrapt. Met schaar en lijm creëerde hij zo iets dat op een normale biografie leek. Het resultaat was een Jezus die nog het meest leek op een zwervende Verlichtingsfilosoof.

Methodisch was dit, ook destijds, prutswerk. Het idee om alle gebeurtenissen in volgorde te plaatsen is nog wel te verdedigen, maar het schrappen van de wonderen en al te irrationele uitspraken is dat niet. Dat is immers, simpel samengevat, een vrijbrief om alle informatie die je niet aanstaat gewoon te schrappen. Anders gezegd: je bestudeert het verleden, maar als je iets ontdekt waar je niet van wil leren, dan sluit je de oren.

Het waren uiteindelijk de Duitse Altertumswissenschaftler die de Bijbel met meer systematiek te lijf gingen, een project dat de hele negentiende eeuw duurde en culmineerde in Albert Schweitzers magistrale Geschichte der Leben Jesu-Forschung (1906), in de jaren vijftig werd hernomen en inmiddels in zijn derde fase is aanbeland. Het zou te ver gaan de conclusies daarvan nu te behandelen, maar twee kernthema’s dienen genoemd te worden: dat het, zoals ook Jefferson aannam, zinvol is kritisch na te denken over de historische gebeurtenissen waarvan die de evangeliën vermelden, en dat het absoluut noodzakelijk is te werken met goede, zo objectief mogelijk criteria over wat je beschouwt als authentiek.

Het onderzoek naar de historische Jezus is een belangrijk wetenschappelijk project, maar de Jefferson Bible was een valse start. Dat laat onverlet dat Jefferson gelijk had dat de evangeliën kritisch bestudeerd kunnen worden. Het is een project dat voor sommige gelovigen leidt tot niet altijd even leuke conclusies, en het is alleszins begrijpelijk en te billijken dat sommigen zich de vragen liever niet stellen. Begrijpelijk, te billijken: dat zeker, want je raakt je rust voorgoed kwijt. Maar toch: wie gelooft dat Christus het mensgeworden Woord van God is, mag zijn aardse bestaan simpelweg niet negeren en is veroordeeld de resultaten van het historisch onderzoek op z’n minst serieus te overwegen.

  1. 1

    Iets hoeft niet waargebeurd te zijn om waar te zijn, of, om met Reve te spreken:

    “Wat de lieve here Jesus betreft: een empieriese bevesti-
    ging van het evangeliegebeuren zou mijn geloof een
    enorme klap geven, want dan zou men, zonder begrip,
    op gezag van feiten iets hebben aangenomen. In het an-
    dere geval is sprake van de geboorte van een waarheid uit
    de bewustwordende menselijke ziel.

    Uit: Brieven aan Ludo P. (de brief van 25 januari 1965)

    Niet alle gelovigen hechten dus waarde aan ‘waargebeurdheid’, zoals materialisten wel doen en waarvan sommige materialisten* ten onrechte denken dat iedereen dit doet, of zelfs dat het hechten aan ‘waargebeurdheid’ een Heilige Plicht is. (*U niet, want u schrijft al “sommige gelovigen”, maar ik gevoelde mij toch geroepen alvast deze nuance aan te brengen.)

  2. 2

    Of in de woorden van Joseph Campbell:

    Every religion is true one way or another. It is true when understood metaphorically. But when it gets stuck in its own metaphors, interpreting them as facts, then you are in trouble.

  3. 3

    Nou ja, wel, nu, zie, zelfs in een metafoor kan je ernaast zitten natuurlijk, en ik heb niet nageplozen of elke religie ‘waar’ is (en wat is ‘waarheid’ nou eigenlijk, in een wezenlijk subjectief universum?) maar dat ik, persoonlijk, geneigd ben te zoeken naar een ster boven Bethelehem is althans waar.

    Dat een metafoor niet voor een ‘historisch feit’ (nagevorste waargebeurdheid) moet worden aangezien lijkt me bovendien ook redelijk ‘waar’.

  4. 5

    Uiteraard wordt dit metafoor opgevat als een historisch feit, door religieuzen en materialisten gelijk, de ene zegt ‘waar!’ en de ander ‘niet waar!’, maar dat neemt niet weg dat het rake beeldspraak is. Ik bedoelde dus niet dat ik letterlijk zoek naar een hemellichaam precies in de zenit van een bepaalde stad in de Levant, maar dat ik zoek naar een richtpunt dat me dichterbij de Verlossing van deze Zinloze Ellende brengt.