GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Hieronder een stuk dat onze oud-redacteur Roy aan ons mailde. Voor de goede orde, hij is lid van D66.
Vier Tweedekamerverkiezingen had D66 ervoor nodig om van 24 tot 3 kamerzetels gereduceerd te worden. Nu, bijna 2,5 jaar na de laatste halvering, staat de partij in de peilingen op enorme winst. Wordt deze miraculeuze wederopstanding verklaard door een verandering van de partij en haar koers, of moet de reden voor de gunstige peilingen gezocht worden buiten de partij, misschien wel bij die andere partij die het zo goed doet?
Pragmatisme, geen ideologie
Al bij de oprichting van D66 was duidelijk dat de partij geen zware ideologische fundamenten zou hebben. Het was Van Mierlo cum suis in beginsel te doen om de democratie af te stoffen en op te schudden. Het proces werd de inhoud. De rest van het program werd zowel op sociaal-maatschappelijk als economisch vlak ingevuld door een vorm van het liberalisme, wat vooral tijdens de twee paarse kabinetten tot uiting kwam.
Een in die tijd aanzwellende onderstroom werd door de gevestigde partijen, sterk naar elkaar toegetrokken, niet herkend of erkend. Met Fortuyn kwamen maatschappelijke thema’s zoals immigratie en integratie en moraal in de publieke ruimte bovendrijven. Maar ook het ongenoegen over een afstandelijk Europa en de vermarkte publieke instellingen werden veelbesproken thema’s in plaats van Haagse hamerstukken. Net als de andere paarse partijen had D66 hier geen antwoord op.
Geen heroriëntatie
Het tijdperk na Fortuyn werd (en wordt nog steeds) gekenmerkt door grote middelpuntvliedende krachten, die partijen doen versplinteren of leeglopen naar de uitersten van het politieke spectrum. De partijen in nood herwaarderen hun ideologie om invulling te geven aan de nieuwe thema’s. Behalve D66: de commissie die de oorzaken van de stabiele glijvlucht van D66 onderzocht verwoordt het (november 2007) als volgt (.pdf): “Nieuwe maatschappelijke vraagstukken vragen om nieuwe antwoorden, maar D66 heeft de afgelopen jaren onvoldoende antwoorden geboden op zaken als de gegroeide onvrede over immigratie, de te ver doorgeschoten individualisering, de behoefte bij mensen aan houvast, de ‘vermarkting’ van voorheen publieke diensten et cetera. (?) In tegenstelling tot andere politieke partijen heeft D66 ook daarna [2002] verzuimd om zich inhoudelijk te heroriënteren.”