GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag is dat Ger Bosma. Dit stuk verscheen eerder op zijn eigen weblog.
De onverwachte winst van de PVV bij de verkiezingen van 9 juni heeft tot heel wat consternatie geleid. Hoe groot is de kans dat de partij van Wilders deel gaat uitmaken van een nieuw kabinet? En hoe (on)wenselijk is dat? Vier argumenten.
1) Als grote winnaar van de verkiezingen moet de PVV wel meeregeren.

De winst van de SP in 2006 was nog eclatanter dan van de PVV nu. De SP ging toen van 9 naar 25 zetels, een winst van 16. In de daaropvolgende coalitiebesprekingen werd deze grote winnaar echter door het verliezende CDA (-3) en de PvdA (-9) in no-time naar de zijlijn gemanoeuvreerd. Inderdaad, met samen 74 zetels, hadden CDA en PvdA genoeg andere – en een stuk gewilligere – danspartners. Aan de SP kleefde bovendien, net als aan de PVV nu overigens, sterk het beeld van een onverbeterlijke ‘Tegenpartij’ waarmee niet te regeren viel.
Maar toch, meer dan anderhalf miljoen stemmen is niet niks. Weinig hoorde je in 2006 echter frases als “de kiezer heeft duidelijk gesproken” of een “niet te missen waarschuwing van de kiezer aan de gevestigde orde”, zoals je nu wel bij de PVV hoort. Weliswaar heeft zo’n 15% van de Nederlanders gestemd op de PVV, maar deze stemmen zijn niet meer of minder belangrijk dan die van willekeurige andere kiezers. Daarentegen heeft 85% van de kiezers, vaak radicaal, anders gestemd. Het heeft dus geen pas om te zwichten voor het demagogische en onheilspellend klinkende argument dat deze kiezersuitslag ons dwingt tot een coalitie waarin behalve de VVD ook automatisch de PVV zitting neemt.