Inbraak nodig voor formatie?

Het was een moeizame formatie in 1973. De PvdA van Den Uyl had 43 zetels behaald, D66 en GroenLinks voorloper PPR respectievelijk 6 en 7. Een links-progressieve samenwerking lag in het verschiet, maar een meerderheid ontbrak. Als altijd was de steun van confessionele partijen noodzakelijk: KVP (27), ARP (14) en CHU. De formatie stuitte echter op wantrouwen tussen de linksen en confessionelen, onder andere vanwege de Nacht van Schmelzer waarin het Kabinet Cals ten val kwam wegens partijpolitieke spanningen tussen KVP en PvdA.
Nu zijn (in)formateurs in de parlementaire politiek nogal tamme toneelspelers. Hun rol is beperkt tot het masseren en bijeen brengen. Daar dacht toenmalig PvdA-formateur Burger echter heel anders over. Zo dwong hij de partijen tot onderhandelen door onder andere te dreigen gevoelige correspondentie tussen de fractieleiders openbaar te maken. Belangrijker is dat hij buiten weten van de toenmalige partijleiders om een aantal politici van de KVP en ARP wist te overreden om minister te worden in een nieuw kabinet. Het onwillige CHU zette hij zonder pardon buiten spel. Deze ingreep is de geschiedenis ingegaan als “de inbraak van Burger”. Zo werd een kabinet geformeerd bestaande uit PvdA, D66, PPR, KVP en ARP: het vaak verfoeide Kabinet Den Uyl.
Om deze meesterzet van Burger op waarde te schatten moeten we nog een aantal bijzondere eigenschappen van dit kabinet beschouwen: het was een extraparlementair kabinet, het was een samenwerking tussen progressieve en linkse partijen, een samenwerking tussen linkse en confessionele partijen, een kabinet met een linkse premier, en de CHU (met wie de KVP en ARP later het CDA zouden oprichten) werd door haar confessionele partners buiten spel gezet.


