Toen het referendum over de Europese Grondwet werd aangekondigd was er voor mij, groot voorstander van de EU, geen twijfel mogelijk. Het zou een JA worden, een volmondig ja. Aldus vervolgde ik mijn prettige leventje, tot er vanuit diverse vooral internet gebaseerde krochten stemmetjes dingen riepen als “Maar dit artikel dan? En dat artikel? Heb je daar wel aan gedacht?”. Mijn antwoord op die vragen? Ik wist het niet. Maar de twijfel was gezaaid en weldra ontsproot er een een Grondwet-kritisch boompje in mijn Europese bastion. Met grote hulp van Steeph nam ik kennis van grote gedeelten van de grondwet.
Wat ik las stemde mij positief, negatief en soms kon het me werkelijk niks interesseren. Tot zover niks nieuws, want zoals altijd is het document een compromis en in een compromis staan nou eenmaal dingen die je leuk en minder leuk vindt. Om de grondwet af te wijzen op die gronden lijkt me naïef, aangezien je toch nooit 100% tevreden kan worden gesteld, nu niet en na 30 eventuele volgende onderhandelingsronden nog steeds niet.
Maar het algemene beeld was voor mij positief. Blijft Europa op stoom? Wordt het democratischer? Kortom, wordt de nieuwe situatie beter dan de huidige? Het antwoord daarop is ja.
Mooi zou, je denken, dan wordt het een JA. Inderdaad, ware het niet dat er een addertje onder mijn gazonnetje wroet. De grondwet zoals die er nu ligt kan worden aangepast, en dat hoort ook zo. Maar dat mag ook weer niet te moeilijk zijn. En moeilijk wordt het zeker gemaakt met de eis van dubbele unanimiteit. Een verandering in de grondwet moet namelijk worden ondersteund door ALLE regeringen van de Unie, en vervolgens worden goedgekeurd door ALLE parlementen. 25 landen, waarvan er dus maar eentje dwars hoeft te liggen en dan gaat het feest niet door.
Deze regeling, mijns inziens een doekje voor het bloeden voor het verlies van het vetorecht, brengt de toekomst van de Unie in gevaar. Ik hoef u niet te melden dat in de EU er bijna altijd iemand tegen eenbepaalde verandering is.
Hierdoor ontstaat het gevaar dat het zo goed als ONMOGELIJK wordt de grondwet te veranderen, waardoor we opgescheept zitten met een onbestuurbaar document. Nu liggen we goed op koers, maar straks? Als we erachter komen dat we iets willen bijsturen? Dan kan dat niet meer en is het te laat.
Dit trok mij over de streep van NEE.
De wereld was weer helder en, als één van de weinige Nederlanders, ik wist waarom ik wat ging stemmen.
Helaas, dat duurde maar een paar dagen. Want ik wordt keer op keer geconfronteerd met het feit dat mijn mening niet de mening is van de politieke partijen die tot het neekamp behoren. Met een groot deel van hun argumenten ben ik het zelfs totaal niet eens! Deze partijen vinden die dubbele unanimiteit zelfs goed, zodat ze toch nog een soort stok achter de deur hebben.
Wat bereik ik dan met mijn neestem? Ik geef hen extra munitie om te vechten voor een zaak die niet de mijne is. En wat erger is, mochten ze hun zin krijgen, dan is de kans groot dat er een nieuwe ontwerpgrondwet komt die ik slechter vind dan het huidige voorstel. Toch maar een ja, dan? Misschien…
Maar tegelijkertijd, als ik “ja” stem geef ik een verkeerd signaal naar de politiek. Dat ik het eens ben met deze grondwet bijvoorbeeld, dat hij wel goed is zo. Dat ik tegen alle argumenten van het neekamp ben. Geen van dit alles is waar.
Een blanco stem dan? Geen optie. Een blanco stem is volgens mij een verloren stem en niemand weet wat je daarmee bedoelt, laat staan dat er zinnige conclusies uit getrokken kunnen worden.