Het verhaal achter een tweet: Ineke van Gent en Han ten Broeke
GeenCommentaar heeft ruimte voor gastloggers. Vandaag Chris Aalberts met de vijfde in een serie analyses van politieke tweets.
Theorie over burgers en politiek zegt dat burgers geïnformeerde keuzes moeten maken bij verkiezingen en er zo voor kunnen zorgen dat de volksvertegenwoordiging burgerwensen zo goed mogelijk verwoordt. Met andere woorden: burgers moeten partijprogramma’s lezen en kunnen op basis daarvan bepalen welk beleid ze het beste vinden. Het enige probleem van deze theorie is dat veel burgers geen idee hebben wat er in het gemiddelde partijprogramma staat. Zou Twitter een alternatief kunnen zijn?
Dit weekend waren er grote treinproblemen in Utrecht. Een brandje zorgde ervoor dat tienduizenden reizigers strandden en op eigen gelegenheid thuis moesten komen. Er reden bijna 24 uur geen treinen in het midden van het land. Het is een reële reden voor burgers om boos te zijn over de betrouwbaarheid van het openbaar vervoer. Op wie moeten burgers stemmen als ze dergelijke problemen in de toekomst willen voorkomen?
Ineke van Gent
Ineke van Gent van GroenLinks twitterde dat ze vragen gaat stellen over de ‘chaos op het spoor’: “de vragen gaan niet alleen over het incident nu op het spoor maar met name om structurele oplossingen! #backup bij calimiteiten #nsellende.” Van Gent draagt het openbaar vervoer een warm hart toe. Haar beste middel is Kamervragen te stellen. Het suggereert dat Van Gent de kwestie heel belangrijk vindt, er boos over is en er echt iets aan wil doen. Dit is bij Van Gent allemaal ongetwijfeld het geval, maar de vraag is of ze ook echt iets kan doen.

Al sinds een aantal weken staan ze er, de jonge jongens en meiden van de OV-chipkaart brigade in hun blauwe uniformen. In groepjes zijn ze de afgelopen weken opgedoken op alle stations in de hoofdstad om hun boodschap te verkondigen: de poorten gaan dicht!
In de vorige aflevering betoogde ik dat er een staatsbank nodig is om de vereiste investeringen in een nieuwe toekomst te kunnen doen. Maar waar gaat het dan om? Waarin moeten wij als land investeren? Het eerste terrein dat zich opdringt is het vervoer over de weg, de automobiliteit. Door een dreiging van dure, ja zelfs oprakende olie en het probleem van de broeikasgassen is het noodzakelijk dat we op dit gebied een andere weg inslaan. Nou ja, eigenlijk dezelfde weg natuurlijk, maar met andere techniek. Sinds de teloorgang van het pientere pookje speelt ons land geen rol van betekenis meer op het gebied van de personenauto. Maar wat betreft vrachtwagens en autobussen ligt dat anders. DAF en Scania produceren hier kale onderstellen voor vrachtwagens en bussen. Daarnaast is er een keur aan carrosseriebedrijven die daar een volledige vrachtauto of bus van maken. Een industrietak met aardig wat werkgelegenheid. De overheid zou moeten stimuleren dat deze bedrijfstak versneld overstapt op de seriehybride technologie. Daarbij dienen de verbrandingsmotoren nog slechts om een generator aan te drijven voor de opwekking van stroom voor de elektromotoren die in de wielen zitten. Die verbrandingsmotoren kunnen veel kleiner zijn dan nu het geval is omdat zij geen toerenbereik meer nodig hebben voor optrekken en inhalen. De extra energie die daarvoor nodig is wordt uit accu’s gehaald die tijdens kruissnelheid worden opgeladen uit de overmaat stroom die de generator oplevert. Al voor 2008 hebben proeven aangetoond dat de vervuiling met 80% gereduceerd kan worden, terwijl het verbruik minstens 40% lager is. En dat was dan nog op basis van een motor die een variabel toerental heeft om de extra energie voor optrekken te leveren. Over de CO2-uitstoot heb ik helaas geen gegevens kunnen vinden, maar die zal zeker ook afnemen. Het voordeel van deze benadering is nog dat het basisontwerp bruikbaar blijft als de brandstofceltechnologie produktierijp is. Je hoeft dan alleen de verbrandingsmotor en de generator te vervangen door de brandstofcel.