De spagaat van links: als zelfs tegenspreken niet helpt

Een van de meest frustrerende inzichten uit het onderzoek naar desinformatie, framing en radicalisering is dat er geen eenvoudige tegenstrategie bestaat. Ideeën verdwijnen namelijk niet vanzelf doordat ze worden weerlegd. Sterker nog, het voortdurend herhalen van een frame, zelfs om het tegen te spreken, kan bijdragen aan de zichtbaarheid en bekendheid ervan. Juist daarom verschuift een deel van het onderzoek de aandacht van achteraf corrigeren naar het vooraf weerbaar maken van mensen tegen misleidende boodschappen. Neem het voortdurend reageren op extreemrechtse standpunten. Intuïtief voelt dat logisch. Als een politicus beweert dat migranten verantwoordelijk zijn voor woningnood, criminaliteit of maatschappelijke achteruitgang, dan wil je dat weerspreken. Je wilt feiten tegenover fictie zetten. Je wilt duidelijk maken dat racisme racisme is. Alleen zit daar een probleem. Door een standpunt voortdurend te herhalen, zelfs om het te ontkrachten, help je het onderwerp centraal te stellen in het publieke debat. Onderzoek naar normalisering laat zien dat aandacht op zichzelf al kan bijdragen aan het verschuiven van grenzen van wat als acceptabel wordt gezien. Hoe vaker een idee terugkomt, hoe minder uitzonderlijk het voelt. Dat brengt links in een vrijwel onmogelijke positie. Zwijgen is geen optie. Niet omdat stilte extreemrechtse ideeën laat verdwijnen, maar omdat anderen gewoon doorgaan met het verspreiden ervan. Als linkse partijen besluiten een frame te negeren, houdt rechts zelden dezelfde discipline aan. Het resultaat is dan geen debat zonder extreemrechtse standpunten, maar een debat waarin die standpunten vrijwel ongehinderd rondzingen. Tegelijk verwacht de eigen linkse achterban dat aanvallen op minderheden, democratische instituties of fundamentele rechten worden weersproken. Wie zwijgt, laat het speelveld aan de tegenstander én vervreemdt de mensen die juist op een weerwoord rekenen. Dat maakt de spagaat compleet: reageren helpt de normalisering, zwijgen versnelt haar mogelijk nog verder. Tegelijkertijd betekent reageren dat je opnieuw meedoet aan het verspreiden van precies die frames die je wilt bestrijden. Iedere discussie over "massa-immigratie", "omvolking" of andere extreemrechtse obsessies bevestigt impliciet dat dit de onderwerpen zijn waar de samenleving zich mee bezig zou moeten houden. Het resultaat is een klassieke lose-lose-situatie. Niet reageren kost politieke ruimte. Wel reageren helpt de tegenstander. Daarom wordt in de literatuur vaak gewezen op een andere aanpak: het cordon sanitaire. Niet voortdurend debatteren over extreemrechtse standpunten, maar extreemrechtse partijen behandelen als politieke paria's. Geen coalities, geen normalisering, geen bestuurlijke samenwerking. Het idee daarachter is simpel: geef de ideeën geen institutionele legitimiteit. Alleen wringt daar tegenwoordig iets anders. Een cordon sanitaire werkt uitsluitend als een substantieel deel van het politieke landschap eraan meedoet. Zodra andere rechtse centrumrechtse partijen (hoi VVD!) electorale winst zien in samenwerking of inhoudelijke toenadering, valt het mechanisme uiteen. De verleiding is groot. Op korte termijn levert het stemmen op. Op lange termijn verschuift het hele politieke speelveld naar rechts. Sterker nog, veel partijen rechts van het midden profiteren inderdaad juist van die verschuiving. Zij hoeven de meest extreme standpunten vaak niet eens zelf te verkondigen. Het bestaan van een radicaal-rechtse flank trekt het debat al richting hun favoriete thema's. Vervolgens kunnen zij zich presenteren als de redelijke variant, terwijl ze ondertussen delen van dezelfde agenda overnemen. Voor hen is de normalisering van extreemrechts geen probleem dat opgelost moet worden. Vaak is het een politieke kans. Dat maakt de huidige situatie zo lastig. Links zit gevangen tussen strategieën waarvan de nadelen bekend zijn. De enige aanpak waarvan redelijk overtuigend is aangetoond dat die de opmars van extreemrechts kan afremmen, vereist medewerking van precies die politieke partijen die er vaak voordeel bij hebben om haar niet toe te passen. Het grootste succes van extreemrechts is daardoor niet noodzakelijk electorale groei. Het zit in het vermogen om de voorwaarden van het debat te bepalen. Tegenstanders voelen zich gedwongen erop te reageren. Bondgenoten nemen delen ervan over. Het politieke midden schuift mee. De discussie gaat vervolgens vooral nog over de antwoorden op extreemrechtse thema's, veel minder over de vraag of die thema's überhaupt het politieke debat zouden moeten domineren. Tegen de tijd dat die vraag wordt gesteld, heeft de normalisering haar werk vaak al gedaan.

Door: Foto: Claudio Schwarz on Unsplash

Quote du Jour | Normalisering

QUOTE - Prof. Carla Hoetink, politiek historica en directeur van het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen van de Rijksuniversiteit Groningen, schreef een rake column over de normalisering van extreem en radicaal rechts in de Nederlandse politiek.

Het Kamervoorzitterschap van PVV-ideoloog Martin Bosma is geen voetnoot in de parlementaire geschiedenis. Het is een onuitwisbaar teken van normalisering van radicaal en extreemrechts gedachtegoed als ‘gewoon een politieke mening’.

Waarom gebeurt dit? De aantrekkingskracht van populistische retoriek op kiezers en media speelt een cruciale rol. Middenpartijen imiteren standpunten uit competitie- en overlevingsdrang, om relevant te blijven en kiezers te behouden. Bij regeringssamenwerking speelt machtsbehoud en coalitiedynamiek. Uitvergroting in het publieke debat van bepaalde thema’s, zoals nationale identiteit, immigratie en economische bedreigingen, versterkt de normalisering

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: "Haags Interbellum" by Roel Wijnants is licensed under CC BY-NC 2.0

Het Interbellum, maar dan met wifi

Ik heb me lang afgevraagd hoe het moet hebben gevoeld om in het interbellum te leven. Niet met de kennis van nu, met schoolboekwijsheid en pijlen op kaarten, maar echt, toen het gebeurde. Terwijl kranten nog deden alsof alles tijdelijk was, politici bezworen dat redelijkheid zou zegevieren en de meeste mensen vooral probeerden rond te komen. Hoe zag je de wereld afglijden zonder te weten dat hij werkelijk ging vallen?

Het leek me altijd een fundamenteel andere ervaring dan de onze. Want wij zouden de patronen nu beter herkennen, en er makkelijker wat aan kunnen doen. Wat er toen gebeurde, dat had de wereld in die mate nog niet echt meegemaakt. Dat verschil voelt geruststellend, iets wat bescherming biedt.

De luxe van achteraf
Die geruststelling brokkelt af. Niet ineens, maar sluipend. Net zoals toen, vermoed ik. Geen klap, geen duidelijk moment waarop iemand had kunnen zeggen: dit is het kantelpunt. Alleen een reeks normalisaties. Autoritaire taal die eerst choqueert en daarna vermoeit. Afspraken die optioneel worden genoemd. Rechten die niet worden afgeschaft, maar ‘heroverwogen’. Steeds weer dat beroep op realisme, alsof morele grenzen een luxeproduct zijn.

Wat me altijd fascineerde aan het interbellum was niet de opkomst van extremen, maar de traagheid van de reactie erop. Eigenlijk net als nu. De manier waarop redelijke mensen bleven doen alsof redelijkheid een natuurwet was. Alsof het genoeg was om gelijk te hebben. Alsof instituties zichzelf wel zouden verdedigen.

Foto: Azzedine Rouichi on Unsplash

De formatie: “stabiliteit” als hoogste waarde, maar voor wie?

De berichtgeving over de afsplitsing bij de PVV legt een duidelijke prioriteit bloot. In analyses verschijnt stabiliteit als doorslaggevend criterium. Het woord “kansen” valt snel, alsof het ontstaan van deze nieuwe fractie vanzelf al vooruitgang betekent. Inhoud volgt later, zo lijkt het. Of verdwijnt misschien zelfs wel naar de achtergrond.

Die framing wordt expliciet gemaakt door Rob Jetten, die zoals gezegd stelt dat de nieuwe fractie kansen biedt. Er komt een opvallend onderscheid bovendrijven: het probleem met de PVV lijkt misschien uiteindelijk minder te liggen bij haar standpunten dan bij de onvoorspelbaarheid van haar leider. Dat oordeel geldt, zo lijkt het, ook binnen D66. De PVV geldt daarmee als ongeschikt door haar vorm, niet door haar inhoud. Zodra de factor Wilders wordt afgezwakt, komt samenwerking binnen bereik. Jetten vraagt zich voor de vorm nog wel even af welke koers de nieuwe fractie gaat varen, maar die vraag kan hij zelf ook wel beantwoorden.

Dus kansen? Welke kansen zijn dat precies? En voor wie? Het antwoord op de vraag lijkt procedureel: onderhandelingsmacht in een minderheidsconstructie. Dat klinkt bestuurlijk volwassen en rationeel. Het blijft tegelijk leeg. Procedure wordt doel. Het parlementaire schaakbord verschuift en dat heet winst. het zijn in ieder geval geen kansen voor de rechtsstaat en voor al gemarginaliseerde groepen, want over de richting gaat het niet.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Kilian Seiler on Unsplash

De formatie: verzoening als rookgordijn

Er is een hardnekkige misvatting in het Haagse debat over polarisatie: dat die verdwijnt zodra je de juiste mensen rond dezelfde tafel zet. Alsof maatschappelijke spanningen het gevolg zijn van logistiek falen. In de NRC-opinie van historicus en politicoloog Kemal Rijken waarin wordt betoogd dat het betrekken van rechts bij de formatie Nederland dichter bij elkaar zou brengen, wordt die misvatting niet alleen herhaald, maar verheven tot morele plicht.

De redenering klinkt redelijk. Nederland is verdeeld. Er is wantrouwen. Er zijn kiezers die zich niet vertegenwoordigd voelen. Dus moeten partijen die zichzelf profileren als anti-establishment worden opgenomen in het bestuur, om zo het systeem weer geloofwaardig te maken. Het probleem is niet dat dit idee nieuw is, maar dat het telkens opnieuw wordt gepresenteerd alsof het een neutrale observatie is, en geen politieke keuze met duidelijke winnaars en verliezers.

Wat hier gebeurt, is dat polarisatie wordt gedefinieerd als een communicatieprobleem. Te weinig luisteren. Te weinig samenwerken. Te veel morele scherpte. Daarmee wordt de inhoud buiten beeld geschoven. Alsof het er niet toe doet waaróver men verdeeld is. Alsof de kloof tussen partijen primair gaat over stijl, toon en temperament, en niet over fundamentele meningsverschillen over rechtsstaat, minderheden, wetenschap en macht.