Grondstof Syrisch gifgas afkomstig uit Nederland
Nederland exportland, VOC mentaliteit, etc.
Hoe ziet Nederland er over vijftien jaar uit? Michael van Dam probeert het zich voor te stellen. Het is najaar 2028. Nederland komt bij van hele succesvolle Olympische Spelen. Het heeft ons land veel energie gegeven en de merken Amsterdam en Rotterdam en het predikaat ‘groenste Westerse natie van de wereld’ zijn inmiddels definitief doorgedrongen tot de rest van de wereld. Het was een hele operatie die Spelen, dat wel. Het heeft veel gevraagd van bedrijven, de politiek en de bevolking, maar het is het allemaal waard geweest. We hebben de wereld laten zien dat we als kleinste, dichtbevolkste land ter wereld in staat zijn iets indrukwekkends neer te zetten. We zijn in staat om onze twee grootste steden op innovatieve, maar vooral creatieve wijze wereldwijd op de kaart te zetten. De pracht en praal van onze hoofdstad en het moving forward karakter van Rotterdam zijn een voorbeeld gebleken. Eindhoven doet ook mee, want het high techmerk van Europa timmerde al langer aan de weg. Knap toch van die Nederlanders. We staan er eigenlijk nooit bij stil. We zijn ook zo bescheiden, we zijn vooral gewend om hard te werken, om creatief met elkaar in cellen te werken en altijd te denken in kansen en dingen mogelijk te maken. We staan eigenlijk nooit ergens langer bij stil. Tijd om dat nu wel te doen en de afgelopen vijftien jaar de revue te laten passeren .
Nederland exportland, VOC mentaliteit, etc.
Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.
In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.
Schaliegas en illegalen zijn op dit moment de belangrijkste onderwerpen in de Nederlandse politiek. Met de eerste omdat we al jarenlang verzuimen een alternatief voor onze energievoorziening te vinden, en we dus een gat moeten vullen. En illegalen zijn makkelijk als zwarte schapen aan te wijzen: van alle tijden en ze gaan niet weg. Door ze expliciet strafbaar te stellen, kunnen we rustig slapen.
Laten we vooral niet bezig zijn met wat werkelijk belangrijk is. Nederland en Europa bevinden zich in de ergste crisis sinds tijden. We weigeren te erkennen dat de oorzaak daarvan –een economie opblazen op basis van schuld- nog steeds niet weggenomen is. En we doen geen enkele poging om na te denken over hoe we in de nieuwe economische realiteit, waarin groei geen gegeven meer is, Nederland draaiende gaan houden zonder de ellende naar komende generaties door te schuiven.
We sluiten akkoorden die het oude bestendigen en niemand in de nabije toekomst al te veel schade berokkenen.
Ook het nadenken over hoe we onze maatschappij weer tot een open, tolerante en vrije samenleving maken, schreeuwt om aandacht. We zijn vooral bezig “fouten” te bestrijden met schijnoplossingen, niet met het goede te benoemen en tot bloei te brengen.
Veertien jaar geleden publiceerde ik een – al zeg ik het zelf – erg leuk klein boekje over het Nederlandse consensusmodel, Hollands glorie. Onze hele ontstaanslegende zat erin verwerkt: polders, de waterschappen, Floris V, de hertogen van Bourgondië, Calvijn, de Tachtigjarige Oorlog, de Gouden Eeuw, Rembrandt van Rijn, de regenten, de Patriottenbeweging, Vincent van Gogh en uiteindelijk hoe de overlegcultuur vorm heeft gegeven aan overlegeconomie. Ironisch detail: het eindigde met de constatering dat het streven naar consensus betekende dat soms onderwerpen onbesproken bleven. De discussie over de islam, zo schreef ik, leek zich te beperken tot een debat over hoofddoekjes en vermeed echte problemen.
Toen die discussie er toch kwam, leek het verstandig het boekje opnieuw uit te geven. Iets minder lichtvoetig en met een iets duidelijkere politieke boodschap. De belangstelling viel echter toch tegen, misschien omdat het boekje, dat vrij herkenbaar was, een nieuwe titel had gekregen, Polderdenken.
Waarschijnlijk speelde ook een rol dat ik met de eigenlijk analyse geen vrienden maakte. Ik wees erop dat in de late twintigste eeuw een bestuursklasse is ontstaan die Angelsaksische modellen gebruikt en zodoende breekt met de Hollandse overlegcultuur. Dat de internationaal-georiënteerde bestuurders de burgers in de steek hebben gelaten is natuurlijk gewoon de analyse van Christopher Lasch (The Revolt of the Elites and the Betrayal of Democracy, 1994).
Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.
ACHTERGROND - In Nederland zijn voldoende mogelijkheden om bij te scholen, maar er wordt weinig in geïnvesteerd.
Met de invulling van levenlang leren gaat Nederland scoren op de ‘global competitiveness index’, stelde Rinnooy Kan deze week in de krant naar aanleiding van het sociaal akkoord. Nederland staat nu al vijfde, maar bij de indicator om- en bijscholing stond ‘jaar na jaar een rood licht’. ‘Hier schoolt maar 17% van de werknemers bij of om. Dat zou 35% moeten zijn. Nederland als kenniseconomie wens ik toe dat hier nu serieus werk van wordt gemaakt.’
Ik zocht even op hoe Nederland precies scoort op deze indicator. In de database van de global competitiveness index staat één indicator voor “on-the-job training”, die is samengesteld uit twee deelvragen.
Nederland scoort tweede als het gaat om het aanbod van trainingsmogelijkheden, maar een stukje lager als het gaat om investeringen door bedrijven in opleidingen (tussen 8 en 11 in de laatste jaren).
Ik weet niet of Rinnooy Kan precies verwijst naar deze cijfers, want er wordt niet gesproken over percentages, maar over een score op een waarderingsschaal van 1 tot 7.
Feit is dat het in Nederland relatief lastig is om op latere leeftijd bij te scholen; dat geldt eigenlijk voor alle niveaus. Op mbo-niveau staan de O&O-fondsen alleen open voor werknemers. Die hebben het door de hoge arbeidsproductiviteit in Nederland veel te druk om bij te scholen. En als je dan een tijdje een verplichte sabbatical hebt, omdat je tussen twee banen in zit, is het aanbod of te duur, of te inflexibel om deel te kunnen nemen.
Vlak voor de troonswisseling is er veel gedoe over het al dan niet afleggen van een eed of trouw zweren aan de nieuwe koning. Dan komt juist een handzame app voorbij waar in begrijpelijk Nederlands de grondwetsartikelen staan, met toelichting.
Als republikein interesseert met die troonswisseling weinig. Maar leuke bijkomstigheid is wel dat er een fundamentele discussie ontstaat over wie nou aan wie trouw zweert.
En dat is dan voor mij weer aanleiding om een van mijn oude hobbies op te pakken, grondwetten lezen.
Dan valt gelijk op dat in de grondwet wel staat dat de koning een eed moet afleggen aan de Staten-Generaal en de grondwet (artikel 32 in begrijpelijk Nederlands):
Als er een nieuwe koning is, moet er zo snel mogelijk een openbare vergadering van de Eerste en Tweede Kamer samenkomen. Deze vergadering is in de hoofdstad Amsterdam. In deze vergadering belooft of zweert de Koning dat hij zich aan de Grondwet zal houden. En hij belooft of zweert ook dat hij zijn werk goed zal doen. In de wet staat hoe hij dat moet doen.
Maar dat er niets in de grondwet staat over leden van de Staten-Generaal die bij een troonswisseling opnieuw trouw moeten zweren aan de koning.
Wel staat er iets in de wet (van lagere orde dus) over de exacte verklaringen van de koning en daarna de leden van de Staten-Generaal. En hier wordt het interessant.
Dat kan! Sargasso is een collectief van bloggers en we verwelkomen graag nieuw blogtalent. We plaatsen ook regelmatig gastbijdragen. Lees hier meer over bloggen voor Sargasso of over het inzenden van een gastbijdrage.
ACHTERGROND - Sharon Dijksma stelde vorige week (13 maart) in de Volkskrant:
Landbouwexport is nu een van de weinige lichtpunten in de economie. We zijn een absolute wereldspeler.
Dat is een…
Kunnen we Nederland een wereldspeler op het gebied van landbouw noemen?
Dijksma doet deze uitspraak op basis van het rapport “De agrarische handel van Nederland in 2012”, gemaakt door het Landbouw Economisch Instituut (LEI). Het rapport baseert zich met name op cijfers van het CBS.
Volgens de genoemde cijfers kunnen we Nederland inderdaad een wereldspeler noemen. Nederland is (in 2011) na de Verenigde Staten de grootste exporteur van landbouwproducten. Daarna volgen Duitsland en Frankrijk. Dit zegt overigens niets over hoeveel Nederland in verhouding met andere landen produceert. Hoewel we ook veel landbouwproducten importeren waren er in 2011 slechts drie landen grotere netto-exporteur dan Nederland: Brazilië, Argentinië en Thailand.
Nederland exporteerde in 2012 75,4 miljard euro aan landbouwproducten. Daarmee was de landbouw goed voor ruim 18% van de totale exportwaarde. Hoewel het totale handelsoverschot daalde van 44,4 miljard euro in 2011 naar 41,9 miljard euro in 2012, steeg het overschot van de agrarische handel in dezelfde periode van 24,5 naar 25 miljard euro.
NIEUWS - Dat zegt de Adviesraad Internationale Vraagstukken in een kritisch advies (pdf).
En in nog maar een kwart van de gevallen wordt het van te voren aangekondigd…
Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.
Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.