Met liegen is niets mis
ACHTERGROND - Stel je voor: aan je deur staat een man met een pistool die vraagt waar je beste vriend zich bevindt. Jij weet dat deze bij jou thuis schuilt. Hij is bang om gedood te worden. Moet je de man aan de deur vertellen dat je beste vriend bij jou op de bank zit? Of mag je tegen hem liegen en zeggen dat je vriend tien minuten geleden vertrokken is naar zijn eigen huis?
Beschuldigen
Het negende gebod geeft een duidelijk antwoord op bovenstaande vraag: ‘Gij zult geen valse getuigenis afleggen.’ Dat betekent dat je de persoon aan je deur netjes moet vertellen dat degene die hij zoekt bij jou op de bank zit. Lange tijd is het gebod zo rechtlijnig geïnterpreteerd. Liegen was minstens net zo slecht als tegen het geloof in God ingaan, zo vertelt prof. dr. Maarten van Buuren in de serie ‘10 geboden revisited‘. Het gebod is namelijk ooit ingesteld om mensen te kunnen bestraffen, in dit of in een volgend leven. Dit was noodzakelijk omdat er geen duidelijke rechtsorde bestond. Daardoor kon iedereen elkaar valselijk beschuldigen. Dat is natuurlijk geen ideale basis voor een samenleving.
Moreel neutraal
In de zeventiende eeuw veranderde het perspectief op dit gebod. Hugo de Groot bracht toen een nuance aan. Soms is het geoorloofd om onwaarheid te spreken. Je bent de waarheid alleen aan diegenen verschuldigd die daar recht op hebben. Iemand die aanbelt en vraagt naar je vriend is, met het doel hem om te brengen, heeft dat recht natuurlijk niet. En dus is in zo’n geval liegen toegestaan.