In de reeks bijdragen van Tweede Kamerleden hier een stuk van Arend Jan Boekestijn. Hij zit voor de VVD in de Tweede Kamer als defensie woordvoerder.
Op het eerste gezicht lijkt de situatie in Uruzgan vrij overzichtelijk. Op verzoek van de VN en de regering Karzai proberen onze soldaten de taliban te bestrijden zodat het land na drie decennia van oorlogvoering eindelijk opgebouwd kan worden. Dat is geen eenvoudige opgave maar er is geen alternatief: niets doen zal de taliban aan de macht helpen en in haar voetspoor de trainingskampen van Al Qaida. En dan begint de ellende weer opnieuw.
Helaas probeert niet alleen de taliban het bereiken van deze nobele doelstelling te voorkomen. Sterker nog, de taliban kan gerust zijn eigen propaganda-afdeling opheffen want er zijn krachten in het Westen werkzaam die nog veel effectiever opereren dan zijzelf. Het betreft hier overigens geen bewuste politiek. Die Westerse krachten begrijpen namelijk niet, of willen niet begrijpen, dat de strategie van de taliban er voornamelijk op is gericht om de politieke wil in het Westen ten faveure van de missie in Afghanistan te breken. De vrienden van de taliban in het Westen, de 21ste eeuwse variant van Lenin’s nuttige idioten, zijn dus niet zozeer slecht maar oliedom en dat is, zoals bekend, nog veel erger. Slechtheid is immers een vast bestanddeel van het menselijk tekort maar domheid is, misschien niet bij iedereen, vermijdbaar.