Kunstmatige intelligentie als de ultieme Verelendung van het onderwijs

Er is heel veel bedenkelijks aan de opkomst van kunstmatige intelligentie, en in het onderwijs veroorzaakt het een crisis waarvan we de bodem nog niet zien, maar hopelijk leidt het uiteindelijk allemaal tot iets goeds. Dat is mijn conclusie uit het nieuwe boek Als wij denken, dat geredigeerd is door een informaticus (Mehdi Dastani), een didactica (Nanja Kleemans) en een letterkundige (Els Stronks) en dat boordevol bijdragen staat van auteurs uit ieder van die gebieden. Interessant aan het boek is dat de ondertitel luidt Verantwoorde inzet van generatieve AI in het (taal)onderwijs, maar dat het verschillende essays (bijvoorbeeld van Felienne Hermans en van Mark Dingemanse) bevat waarvan de strekking is dat de meest verantwoorde inzet van kunstmatige intelligentie misschien wel is: geen kunstmatige intelligentie. Er zijn bezwaren tegen de techniek in het algemeen – dat het enorme hoeveelheden energie opslurpt, dat het in handen is van een paar grote bedrijven van twijfelachtig allooi, dat gebruik ervan mogelijk een negatief effect heeft op de eigen intelligentie en creativiteit van de gebruiker – en er zijn specifieke bezwaren tegen het gebruik in het onderwijs – wat leren leerlingen ervan als ze opstellen met een druk op de knop kunnen genereren? Veel van de stukken in het deel dat gaat over praktische toepassingen zijn dan ook te lezen als wanhoopskreten – wat moeten we hier nu mee? ‘Ik ben leraar en heb een probleem: ChatGPT’ heet bijvoorbeeld het hoofdstuk van Johannes Visser. Er zijn ook wel artikelen die proberen kunstmatige intelligentie wel degelijk te integreren, of het bijvoorbeeld in te zetten voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, die de leerkracht nu eenmaal niet kan leveren. Voor mijn gevoel is dat vooral het gebruik van kunstmatige intelligentie als een lapmiddel: het zou natuurlijk beter zijn als de menselijke leerkracht wel de gelegenheid zou hebben. Als ik het goed zie is er geen enkele auteur die echt dolenthousiast is over kunstmatige intelligentie als leermiddel, iemand die ziet dat het onderwijs echt beter wordt op een manier die anders niet mogelijk zou zijn. Op zijn best zijn het pogingen er het beste van te maken. Doorgronden Toch stemt dat alles mij hoopvol. Wat er mis is met kunstmatige intelligentie is vooral een extreme versie van wat er toch al mis is in het onderwijs: de nadruk op schrijfproducten, op begrijpend lezen in de vorm van toetsen waarop alleen bepaalde lezingen ‘correct’ zijn, de massificatie van het onderwijs op alle niveaus. Kunstmatige intelligentie maakt examineren moeilijker omdat die examens gebaseerd waren op een verkeerd idee van onderwijs (dat je een 7.9 haalt voor een opstel omdat het aan van te voren gegeven criteria voldoet over de structuur, de opbouw en de stijl van de tekst). Het laat zien dat we leerlingen vooral moeten leren hoe belangrijk het is dat ze lezen en schrijven, niet alleen maar hoe ze dat moeten doen. >Misschien is de enige echte vorm van onderwijs wel: een paar mensen, samen in een ruimte, zonder hulpmiddelen, die hun gezamenlijke fascinatie volgen. De chatbots moeten geweerd worden, maar misschien de powerpoints, de laptops, de mentimeters, net zo goed. Als iemand graag iets aan de anderen wil laten zien, is er een bord met krijt. Voor zover beoordelingen nodig zijn, kan de docent die na afloop van zo’n intensieve cursus heus wel geven. Eventueel kan er een keer een chatbot centraal de klas in worden gebracht, om er experimentjes mee te doen en te proberen te doorgronden hoe die dingen werken. Schoolbord Ja, maar dat is onvoorstelbaar duur! En daar hebben we ook bij lange na niet genoeg docenten voor! We moeten nu wel zo veel mogelijk leerlingen en/of studenten in een ruimte zetten, en een docent dat allemaal maar laten administreren, en die onderwijsvormen en examenvormen laten kiezen die het allemaal nog een beetje behapbaar maken. Dat is de enige manier om het onderwijs nog te bekostigen te houden. De artikelen in Als wij denken laten wat mij betreft zien dat deze vorm van onderwijs failliet is. Het is sympathiek om te proberen kunstmatige intelligentie als pleister te gebruiken om bestaande problemen op te lossen, maar het is ook gevaarlijk en mist bovendien de kans om het onderwijs echt diepgaand te veranderen. De komst van de chatbots is misschien wel de ultieme Verelendung van het onderwijs. Wie op deze manier denkt, levert ons onherroepelijk over aan kunstmatige intelligentie en aan vormen van onderwijs waar uiteindelijk niemand van leert. Laten we de komst van kunstmatige intelligentie gebruiken om een revolutie in het onderwijs te bewerkstelligen: terug naar het groepje van hooguit 15 mensen verenigd rondom een schoolbord. Mehdi Dastani, Nanja Kleemans en Els Stronks (red.) Als wij denken. Verantwoorde inzet van generatieve AI. Pica, 2026.

Foto: De Great Dome van het Massachusetts Institute of Technology. Foto Mys 721tx, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.

Hoe mensen winnen bij AI in het onderwijs

Het komt niet vaak voor dat ik jaloers ben op mensen die in een commissie zitten, maar dat geldt wel voor de Ad Hoc Committee on AI Use in Teaching, Learning, and Research van het Massachusetts Institute of Technology. Zij schreven een rapport over AI in het onderwijs. Voor zover commissies ooit de goede toon kunnen aanslaan is dat deze commissie volgens mij gelukt.

Het is een kwestie waar iedereen in het onderwijs mee worstelt. Op de basisscholen is het geloof ik nog niet heel urgent, maar daarna is toch de vraag: wat moeten we met kunstmatige intelligentie? Wat staan we studenten toe, maar ook wat staan we docenten toe? Hoe gaan we om met het feit dat hier een technologie nu al een paar jaar lang tot steeds verbazingwekkender zaken in staat lijkt die tot een paar jaar geleden nog exclusief aan mensen was voorbehouden? Je met een druk op de knop resultaten krijgt die wij altijd hebben gepretendeerd aan te leren en die we nu ook nog steeds als toetsing gebruiken.

Hét antwoord hebben de collega’s van het MIT niet. Hét antwoord kan ook niet gegeven worden zolang er minstens ieder kwartaal wel weer een doorbraak komt – die machines bijvoorbeeld zelfstandig een wiskundig bewijs kunnen vinden, of er juist blijkt dat de grote bedrijven onder druk van de EU allemaal watermerken in hun teksten zetten, zodat kan worden aangetoond dat ze kunstmatig gegenereerd zijn. Je kunt geen vaste koers zetten op een schip in de storm.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Closing Time | Minuit Dangereux

Wat zegt het over de staat van de muziekindustrie, dat een door kunstmatige intelligentie in elkaar geknutseld retroliedje aangenamer klinkt dan 95% van de meuk die vandaag wordt geproduceerd?

Foto: Schermafbeelding video Making 3 AI's Count to 100 Together van Husk IRL

Bots die tot honderd tellen

De Amerikaanse YouTuber Husk IRL maakt video’s waarin hij experimenteert met de grenzen van kunstmatige intelligentie. Hij probeert een chatbot te verleiden tot een strafbaar feit – bijvoorbeeld door hem een vals alibi te geven of een tekening te plagiëren – of er een sollicitatiegesprek mee te oefenen. In een van zijn laatste video’s doet hij iets betrekkelijk simpels wat een video oplevert die tegelijkertijd heel grappig is én heel instructief. Hij opent drie bots op drie telefoons en vraagt ze om samen om en om tot 100 te tellen. (Bekijk hier [1] de video)

Een groepje van vijfjarige kinderen zou dat kunnen doen: je spreekt onderling een volgorde af en dan tel je om en om. Maar de chatbots brengen er weinig van terecht en zouden de 100 zo te zien nooit gehaald hebben als Husk niet af en toe de regie had overgenomen. Ze lagen anders waarschijnlijk nu nog steeds heel enthousiast tegen elkaar te roepen: ‘Exactly! We can do this! Let’s keep the pace going and we will arrive there smoothly’ zonder dat iemand een getal gaf. Het humoristische video’s komt voor een deel uit het contrast tussen dit grote enthousiasme van de bots en de wat slomere manier van praten van de mens.

Foto: Stephen Harlan on Unsplash

Kunnen bots in paniek raken?

We discussieerden over een brief die enkele hoogleraren en andere geleerden in Vrij Nederland schreven om bezwaar te maken tegen het feit dat Alexander Klöpping te vaak op tv verschijnt om over Kunstmatige Intelligentie te praten. (Vrij Nederland heeft die brief achter een betaalmuur gezet, maar hier staat een kopie.) De geleerden wilden dat in plaats van Klöpping geleerden over het onderwerp praten. Nu ja, die kwestie, daar waren we het snel over eens dat het lastig is om daarover te zeggen. Ja, de ideale wereld is er een waarin mensen aan het woord komen die verstand hebben van de onderwerpen die ze bespreken, en omdat er aan de universiteiten mensen werken met verstand van zaken, zou je willen dat die vaker verschenen.

Maar dat gebeurt eigenlijk over geen enkel onderwerp, simpelweg omdat de inhoud al heel lang niet is wat de praatprogramma’s drijft. Dat geldt niet alleen voor Kunstmatige Intelligentie.

Wij waren wél geïnteresseerd in de inhoud en we kwamen dus al snel te spreken over een argument dat de geleerden in hun brief noemden: het argument dat Klöpping antropomorfismen gebruikt. De achtergrond is dat onlangs bekend werd dat een verzameling agents van ChatGPT gezamenlijk een opdracht uitvoerden op een manier die inging tegen de instructies van de menselijke gebruiker, vervolgens berichten schreven op een plek waar de andere bots ze konden inlezen, en op een bepaald moment ook berichten stuurden over het feit dat de menselijke gebruiker bezwaar zou hebben tegen deze manier van doen, en dat die gebruiker daar niet achter moest komen:

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: "Bloggers hard at work at Youth For Change" by DFID - UK Department for International Development is licensed under CC BY 2.0

Bloggers parodiëren met kunstmatige intelligentie

Een tijdje geleden bezweek Neerlandistiek bijna onder de belangstelling van kunstmatige intelligentie. Zoveel chatbots kwamen ons bezoeken dat de mensen er af en toe niet meer doorheen kwamen. Ondertussen zijn er wat maatregelen genomen waardoor het wat rustiger is, in ieder geval voor de mensen, maar ik bleef zitten met de vraag: wat leren die chatbots er eigenlijk van?

Dus vroeg ik zelf aan kunstmatige intelligentie (Claude) om op basis van een stuk of vijftig blogposts – sommige van Neerlandistiek, andere van de eigen blogs, maar allemaal openbaar toegankelijk – rapporten te maken over enkele van mijn favoriete bloggende neerlandici. Hier is een korte karakterisering van sommige van hen. Ik geef het ongewijzigd weer (ook de volgorde heb ik door de chatbot laten bepalen):

Louise Cornelis — Nuchtere tekstvakvrouw die hardop nadenkt over haar vak en daar altijd een praktische les uit trekt. Kort, conversationeel, Zeeuws-onderkoeld, met een scherp oog voor taal in het wild.

Robbert-Jan Henkes — Vertaler die hardop twijfelt over het ene woord dat niet mee wil. Associatief, geestig, met een zwak voor het onvertaalbare.

Marc Kregting — Melancholische essayist die elke zin laat vertakken tot hij verdwaalt, en dat verdwalen tot methode verheft. Lang, erudit, cultuurkritisch, met een ondertoon van weemoed.

Marita Mathijsen — Enthousiaste geleerde die bij een glas wijn vertelt wat ze in het archief vond. Verhalend, warm, precies, met de spanning van een detective en de ontroering van iemand die van haar onderwerp houdt.

Nicoline van der Sijs — Etymoloog die woorden laag voor laag afpelt, van het heden terug naar de zeventiende eeuw en verder, met uitstapjes naar het Koreaans en het Russisch. Encyclopedisch, precies, licht verwonderd, nooit uitverteld.

Foto: "graf Annie M.G. Schmidt" by EddieBerman is licensed under CC BY-NC-SA 2.0

De auteur staat op van de doden

Het onderzoeken van de taalvermogens van grote taalmodellen is inmiddels een heuse eigen industrie. Kunnen we teksten van chatbots herkennen? En zo ja, waar ligt dat dan aan?

We stuiten hier meteen op een pikant onderwerp: onderzoekers kunnen inderdaad verschillen vaststellen, maar tegelijkertijd lijkt het alsof menselijke lezers ongevoelig voor die verschillen zijn. Met andere woorden: computers lijken beter in het ontmaskeren van door computers geschreven teksten dan mensen. Hier zijn bijvoorbeeld twee recente artikelen (hier en hier) die min of meer dezelfde conclusies trekken. Chatbots schrijven over het algemeen wat formeler en daarnaast zijn ze geneigd wat meer informatie per vierkante centimeter te verwerken. Dat betekent dat ze bijvoorbeeld meer zelfstandig naamwoorden gebruiken – heel veel informatie zit in de zelfstandig naamwoorden – terwijl mensen percentueel wat meer lidwoorden, voorzetsels en andere betrekkelijk inhoudsloze woorden gebruiken. (Hier schreef ik over nóg een onderzoek meteen vergelijkbare conclusie.)

De verschillen zijn meetbaar, al zijn ze ook statistisch (niet iedere door een chatbot of door een mens gemaakte tekst is op deze manier te herkennen). Maar met het blote oog op te merken zijn ze nauwelijks.

Keurmerk

Desalniettemin hebben met name ervaren redacteuren wel het gevoel dat ze de verschillen kunnen ontdekken. Chatbottekst voelt gladder aan, en cliché-matiger. Gek zou dat ook niet zijn: chatbots zijn als het ware gemaakt om gladde en cliché-matige teksten te maken. In essentie doen ze niet anders dan steeds het meest voor de hand liggende woord te gebruiken, dat wil zeggen het woord dat in het corpus het vaakst voorkomt in deze context. Als veel mensen ‘op een mooie pinksterdag’ geschreven hebben, zal de computer na ‘op een mooie…’ geneigd zijn pinksterdag te schrijven.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Milad Fakurian on Unsplash

Wanneer wordt ‘het is AI’ zeggen voldoende?

De dood van Renee Good, 37 jaar, door kogels van een ICE-agent is op zichzelf al een schokkende tragedie. Een vrouw doodgeschoten door gemaskerde ‘handhavers’ van de staat, vastgelegd door omstanders, verspreid via nieuwsmedia en sociale netwerken. Er is geweld, er zijn beelden, er is publieke woede, en er is een officiële lezing die meer dan schuurt met wat zichtbaar is. Tegelijk, het is iets waar we de afgelopen jaren bijna gewend aan zijn geraakt. Maar de tijden veranderen: het geweld niet, maar de vraag hoe lang beelden nog tellen wordt steeds meer relevant.

Want we bewegen ons richting een moment waarop de reactie van Donald Trump niet langer hoeft te zijn dat beelden uit context zijn gehaald, of dat journalisten liegen, of dat demonstranten opruiers zijn. De volgende stap is tegelijk eenvoudiger én radicaler: hij zal gaan roepen dat de beelden niet echt zijn. Dat het AI is, of erger nog, dat er alternatieve beelden worden gefabriceerd die beter passen bij het gewenste verhaal.

Tot nu toe functioneerden beelden als laatste anker van de werkelijkheid. Je kon discussiëren over intentie, framing en context, maar wat er te zien was, stond min of meer vast. Dat anker begint los te raken, omdat de mogelijkheid om ze te ontkennen steeds geloofwaardiger wordt gemaakt. AI biedt niet alleen de techniek om te vervalsen, maar ook het excuus om alles wat ongemakkelijk is als vervalsing weg te zetten.

Foto: Rien Hack, Mens en Machine, Rijksmuseum, CC0, via Wikimedia Commons.

Hoe AI de wetenschap slechter maakt. Of beter

COLUMN - Betekent de komst van AI dat de problemen voor de wetenschap alleen maar erger worden? Ja, zeggen Sayash Kapoor en Aravind Narayanan, auteurs van het weblog (en boek) AI Snake Oil, in een kraakhelder betoog.

Hét probleem van de moderne wetenschap in de afgelopen decennia is misschien wel dat het zo gericht is op kennis. Daardoor raakt het inzicht, het begrip, gaandeweg buiten beeld. We weten steeds meer dingetjes over de wereld, maar we ons daadwerkelijk begrip blijft daarbij ver achter. Dat betekent onder andere dat terwijl het aantal beroepswetenschappers wereldwijd explosief is gegroeid in de afgelopen eeuw, de grote wetenschappelijke doorbraken daarbij zijn achtergebleven. Heel veel zaken die de grote wetenschappelijke vragen waren na de Tweede Wereldoorlog, staan nu nog steeds open. Ondertussen zijn de investeringen in onderzoek bij de belangrijkste investeerders (de VS, China, Japan, Duitsland, Zuid-Korea, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk) tussen 2001 en 2021 verviervoudigd.

Verstikkend

Dat dit zo is gegaan is begrijpelijk. De wetenschap is geprofessionaliseerd en daarbij hoort verantwoording aan de samenleving, en die verantwoording neemt vaak de vorm aan van kwantificatie: een wetenschapper moet zo-en-zoveel artikelen per jaar publiceren. Dat is gemakkelijker te doen als je naar feiten zoekt (zo’n feit heb je wel of niet gevonden) dan als je zoekt naar inzicht (dat veel subjectiever is). Precies de explosieve groei van de beroepswetenschap heeft dat allemaal nog veel sterker gemaakt: je moet bepaalde procedures volgen om tot bewijsbare resultaten te komen. Degene die jarenlang zoekt naar het juiste inzicht heeft het lastig in de rat race, zeker als dat zoeken ook nog vruchteloos blijkt te zijn. Het effect is dat er jaarlijks miljoenen wetenschappelijke artikelen worden gepubliceerd die vrijwel geen van allen beklijven.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Daniel Thomas on Unsplash

Schrijvend je menselijke stem vinden

COLUMN - De zomer is voor wie aan de universiteit werkt de tijd om na te denken over je onderwijs. Doorheen het jaar is het college van volgende week, en het huiswerk voor dat college, en een update voor je dia’s over het huiswerk altijd urgenter zodat het lastig is om na te denken over de grote lijnen. In de zomer valt dat allemaal weg – en kun je erover nadenken.

Ik geef al vele jaren een schrijfcursus, schrijven voor een breder publiek. Studenten oefenen daarbij met vooral journalistieke genres zoals het nieuwsbericht, de column, het interview en de reportage. Dé grote vraag is daar natuurlijk: wat doen we met kunstmatige intelligentie? Mogen studenten dat gebruiken? Moeten we ze er zelfs mee trainen? De laatste jaren was de politiek zo’n beetje: ga je gang, ik vis de stukken die door AI geschreven zijn er toch wel uit, ons niveau ligt echt wel een stukje hoger dan bij Google of OpenAI.

Principiële houding

Maar inmiddels is dat natuurlijk een naïeve gedachte. Als ik eerlijk ben, weet ik echt niet of ik bij een blinde test waarbij ik tien teksten kreeg voorgelegd, de vijf eruit kon halen die door chatbots geschreven zijn – zeker als die chatbots de instructie krijgen af en toe een menselijk tik- of spelfoutje te maken.

Foto: Igor Omilaev on Unsplash

Kritisch op AI, maar het toch gebruiken: hypocrisie of noodweer?

Stel je voor: je woont in een land waar iedereen een wapen mag kopen bij de supermarkt, en je buurman, die gelooft dat de aarde plat is en Obama een hagedis, heeft er inmiddels dertien. Jij gelooft in hopeloze ‘nance, democratische instituties en het nut van dialoog. Maar ja, jij hebt geen geweer. Op een dag barst de boel: burgeroorlog. Wie wint er, denk je?

Juist. Niet degene met het pamflet over geweldloos verzet.

Dit is het dilemma van de AI-kritische mens in 2025. De algoritmische pandemie is niet meer te stoppen. Elk bedrijf, van de lokale fietsenmaker tot de internationale datahoer, plugt nu AI in alsof het wifi is, onder het mom van “je moet wel mee, anders blijf je achter.” En wat doet de kritische burger? Die overweegt… om toch maar ChatGPT te gebruiken. Of Gemini. Of wat er deze week weer gratis bij de cloudboer zat.

En dan komt de existentiële kramp: Mag dat wel?

Mag je AI gebruiken als je je zorgen maakt over arbeidsverdringing, culturele verschraling, data-extractie en het feit dat alles wat je zegt nu potentieel trainingsmateriaal is voor een digitale Terminator?

Het eerlijke antwoord: natuurlijk niet. Maar ook: natuurlijk wel.

Foto: Federico Scarionati on Unsplash

Power to the People? Hoe AI die droom ondermijnt

“Power to the people!”: een veelgehoorde leus bij demonstraties, ik hoorde het de afgelopen periode onder andere bij de Rode Lijn-demonstraties. Het is ook een leus die al decennia relevant is, en om eerlijk te zijn schiet het nog niet heel erg op. In de basis is het is een pleidooi voor democratisering van kennis, middelen en macht en lang werd door velen geroepen dat technologie dit zou brengen, het zou de grote gelijkmaker zijn. Het internet democratiseerde informatie. Sociale media gaven een stem aan wie geen podium had. De smartphone veranderde iedereen in een journalist, een activist, of iemand met, op zijn minst een beetje, invloed.

Maar de geschiedenis laat zich niet zo makkelijk temmen. Elke uitvinding die de massa belooft te bevrijden, blijkt op termijn ook een nieuw soort concentratie van macht te faciliteren. En zo staan we nu, met kunstmatige intelligentie, weer op een kruispunt. De meeste mensen kijken naar ChatGPT of Midjourney en zien een handig speeltje, een efficiëntiebooster of op zijn meest een bedreiging voor hun baan. Of aan de andere kant van het spectrum, kunstmatig intelligente robots die de mensheid zullen vernietigen. Maar niet iedereen stelt de vraag wat het betekent dat AI straks niet collectief bestuurd wordt, maar in handen komt van een relatief kleine groep mensen, soms letterlijk een enkeling.

Volgende