Israël: Sancties voor de figuranten

Wanneer een staat zich schuldig maakt aan mensenrechtenschendingen, bezetting of annexatie, richten sancties en diplomatieke druk zich doorgaans op die staat. Op de regering. Op de instituties die het beleid uitvoeren. Op de organisaties die ervoor zorgen dat het beleid iedere dag opnieuw werkelijkheid wordt. Behalve bij Israël, een land dat bezig is een genocide te plegen. Daar krijgen we sancties tegen een paar kolonisten op de Westelijke Jordaanoever. Af en toe tegen een individuele minister. Soms tegen een specifieke organisatie. Alsof de bezetting en genocide het resultaat zijn van een verzameling losse incidenten. Alsof er geen regering bestaat die al decennia hetzelfde beleid voert. Neem de kolonisten. Die worden vaak gepresenteerd als extremisten die de situatie verder op scherp zetten. Dat beeld heeft één groot probleem: kolonisten kunnen alleen bestaan en doen wat ze doen dankzij actieve steun van de Israëlische staat. Nederzettingen verschijnen niet spontaan. Er zijn wegen nodig, militaire bescherming, vergunningen, subsidies, juridische constructies, landonteigeningen en politieke dekking. Het leger bewaakt de nederzettingen. De overheid financiert infrastructuur. Rechters en ambtenaren leveren de juridische legitimatie. De kolonist is geen uitzondering op het systeem. De kolonist ís het systeem. Sancties tegen hen zijn zinloos zolang er een regime zit dat maar al te graag meewerkt om die zo min mogelijk impact te laten hebben. Toch blijft de internationale gemeenschap zich gedragen alsof de nederzettingenpolitiek een soort hobbyproject van een paar duizend fanatiekelingen is. Ook de recente maatregelen tegen Itamar Ben-Gvir passen in dat patroon. Jarenlang waren zijn standpunten bekend. Jarenlang waren zijn uitspraken bekend. Jarenlang was bekend welke rol hij speelde binnen de Israëlische politiek. Pas toen hij belastende zaken openlijk etaleerde - tegen burgers van westerse landen - en daarmee de internationale aandacht trok, kwam er beweging. Veelzeggend was daarbij dat de ergernis binnen de Israëlische regering vooral leek te gaan over het feit dat Ben-Gvir de buitenwereld een inkijkje had gegeven. De schok zat minder in de inhoud dan in de publiciteit. Dat mechanisme zien we vaker. Het probleem is zelden wat er gebeurt. Het probleem is dat de rest van de wereld het ziet gebeuren. Israël is een democratische staat. Regeringen worden gekozen. Coalities worden gevormd. Beleid wordt vastgesteld. Begrotingen worden goedgekeurd. Ambtenaren voeren uit. Militairen handhaven. Wanneer datzelfde beleid vervolgens internationale kritiek oproept, verdwijnt die staatsverantwoordelijkheid opvallend snel uit beeld. Dan hebben we het ineens over kolonisten. Over een minister. Over een soldaat. Over een incident. Alles behalve over de staat zelf. Dat zou bij vrijwel ieder ander land onmiddellijk als een politieke truc worden herkend. Niemand zou serieus beweren dat de Russische annexatie van Oekraïens grondgebied vooral het werk is van een aantal enthousiaste burgers die een uniform aantrokken. Niemand zou volhouden dat de Chinese behandeling van minderheden losstaat van de Chinese staat. Niemand zou sancties tegen een paar willekeurige Iraniërs presenteren als een passend antwoord op beleid van Teheran. Alleen bij Israël blijft men hardnekkig zoeken naar individuele schuldigen die de aandacht afleiden van institutionele verantwoordelijkheid. Dat maakt veel van de huidige maatregelen zo merkwaardig. Ze creëren de indruk van actie, zonder de machtsstructuren te raken die het beleid mogelijk maken. Ze suggereren dat het probleem zich bevindt aan de randen van het systeem, terwijl het juist uit het centrum komt. Zelfs wanneer de internationale gemeenschap erkent dat er iets fundamenteel misgaat, blijft ze doen alsof de verantwoordelijken zich ergens buiten de regering bevinden. Terwijl die regering iedere dag opnieuw laat zien waar het beleid vandaan komt. En wie erachter staan. En wie er keer op keer voor kiezen om ermee door te gaan.

Foto: Alireza Jalilian on Unsplash

In Israël is de doodstraf terug. Alleen niet voor iedereen (goh)

Israël kent officieel de doodstraf, maar paste deze sinds 1962 feitelijk niet meer toe. Die politieke keuze wordt nu verlaten, maar uiteraard wel selectief. Want officieel geldt de nieuwe wet voor iedereen, in de praktijk is deze uitsluitend op Palestijnen gericht. De wet maakt namelijk de doodstraf verplicht voor terrorisme die tot Israëlische doden leidt.

De kans dat Israëliërs met deze wet te maken is verwaarloosbaar, want deze is gericht op militaire rechtbanken, en laat dat nu net het ‘rechtssysteem’ zijn waar Palestijnen onder vallen. Israëlische burgers vallen – vanzelfsprekend – onder civiel recht. Daarmee ontstaat een voorspelbare uitkomst: maximale straf binnen een systeem met beperkte, zelfs afwezige bescherming.

De werking van dat systeem blijkt ook uit de cijfers. In militaire rechtbanken ligt het percentage veroordelingen rond de 96 tot 99 procent. Vrijspraak komt zelden voor. Veel zaken eindigen in schuldbekentenissen onder detentie, zogenaamde ‘plea deals’, en de uitkomst ligt daarmee in bijna alle gevallen vast.

De wet wordt – zoals altijd – gepresenteerd als afschrikking. Tegelijkertijd blijft geweld van kolonisten tegen Palestijnen zelden tot vervolging leiden. Het strafrecht markeert zo wie bescherming krijgt, en bevestigt daarmee een systeem van apartheid waarin verschillende groepen onder verschillende regels en rechten vallen.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Enric Borràs (cc)

Israel dreigt Bedoeïenendorp Susiya te gaan slopen

ACHTERGROND - Israel wil het volledige Bedoeïenendorpje Susiya ten zuiden van Hebron op de Westoever slopen. Dat is gezegd op een vergadering die heeft plaatsgevonden tussen een 50-tal inwoners van Susiya en de militaire instanties die over de Westoever heersen, te weten het ”Burgerbestuur”, en COGAT, het  ”Bureau van de Coördinator van (Israelische) Regeringsactiviteiten in de Gebieden”.  De mensenrechtenorganisatie B’tselem meldt dat de inwoners op deze bijeenkomst te horen kregen dat druk van de organisatie van kolonisten ”Regavim” en van de kolonisten in de buurt van Susiya hadden geleid tot een beslissing het dorp te ontmantelen nog voor het Israelische hooggerechtshof zich heeft uitgesproken over een verzoekschrift dat de bewoners van Susiya hebben ingediend en dat op 3 augustus wordt behandeld.


Volgens een functionaris van de NGO ”Rabbis for Human Rights” die de vergadering van 12 juli bijwoonde, was de mededeling van de militaire bezetters om het dorp nog voor de rechtszitting van de kaart te vegen, een ”onacceptabel manier” om de bewoners onder druk te zetten in de hoop dat ze zullen vertrekken voordat de petitie zelfs maar aan de orde is geweest.
Er is echter een grote kans dat de visie van deze functionaris iets te optimistisch is. Het Israelische hooggerechtshof heeft namelijk in mei al de vrij opzienbarende uitspraak gedaan dat Susiya (350 inwoners) mag worden afgebroken ten gunste van de dichtbij gelegen Israelische nederzetting met dezelfde naam. De kans dat Susiya daadwerkelijk snel zal worden afgebroken lijkt daarom niet denkbeeldig. Susiya (of Khirbet Susiya) is in kringen van mensenrechtenbewegingen geen onbekende naam. Het dorp bestaat al sinds op zijn minst de jaren ’30 van de 19e eeuw, maar waarschijnlijk nog veel langer. Maar in 1983 werd op een deel van hun land, dat Israel had onteigend, de nederzetting Susiya opgericht en sindsdien zijn de inwoners van het oorspronkelijke Bedoeïenendorp al tot twee keer toe uit hun oorspronkelijke woningen verjaagd. Nu dreigen ze zelfs helemaal van hun land te worden verbannen. Israel wil ze onderbrengen in een stedelijke behuizing bij de plaats Yatta.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

Bij de dood van een pionier van de nederzettingen

ACHTERGROND - Eén van de mensen die een enorm belangrijke rol heeft gespeeld bij het van de grond komen van de nederzettingenbeweging in de door Israël bezette gebieden, rabbijn Moshe Levinger, is zondag op 80-jarige leeftijd overleden in Hebron. Met zijn dood wordt als het ware een stuk geschiedenis afgesloten. Levingers leven was zodanig met de nederzettingen verweven, dat zijn c.v. ongeveer leest als de geschiedenis van de kolonisten-beweging.

Direct na de Zesdaagse Oorlog van 1967 waar de Westoever werd veroverd, stichtte Levinger de beweging Gush Emunim (Blok der Gelovigen)die als doel had de Westoever met Joodse nederzettingen te bevolken. De beweging werd pas echt belangrijk na de Yom Kippur-oorlog van 1973, maar Levinger gaf alvast het goede voorbeeld. Nog in 1967 kreeg hij van de socialistische regering gedaan dat de  nederzetting Kfar Etzion mocht worden opgericht, op een plek waar tot 1948 Joden hadden gewoond. Kfar Etzion werd de kern van Gush Etzion (het Etzion Blok) dat nu één van de grootste clusters nederzettingen op de Westoever is.

In 1968 ging Levinger met een groep getrouwen de seder (Avondmaaltijd van het joodse paasfeest, Pesach) vieren in een hotel in Hebron. De groep ging er nooit meer weg. Na een tijdje werd de groep door de regering overgeplaatst naar een legerbasis vlakbij Hebron en drie jaar later kregen Levinger en zijn vrienden van de socialistische regering toestemming op die plek de nederzetting Kiryat Arab te vestigen, nog steeds de nederzetting waar de hardste, meest racistische en gewelddadige kern van de kolonisten te vinden is.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Ted Swedenburg (cc)

Kolonisten nemen weer 10 appartementen over in Silwan in Oost-Jeruzalem

Joodse kolonisten hebben in de nacht van zondag op maandag maandag opnieuw twee appartementsgebouwen overgenomen in de wijk Silwan van Oost-Jeruzalem. Het gaat bij de gebouwen om in totaal 10 appartementen. De kolonisten namen ze om twee uur in de ochtend onder gewapende begeleiding in bezit.

De eigenaars van de gebouwen, Salah al-Rajabi en Imran al-Qawasme, hadden de gebouwen verkocht aan een Palestijn, Shams al-Din al-Qawasme, die ze op zijn beurt aan de kolonisten verkocht, aldus het Informatie Centrum van Silwan dat het nieuws bekendmaakte.
Op 30 september namen de kolonisten in Silwan al 23 appartementen over, die op – in een aantal gevallen – dubieuze manier van eigenaar waren verwisseld. De oorspronkelijke eigenaars zijn nog bezig rechtszaken aan te spannen.

Aryeh King, een ultra-rechts lid van de Jeruzalemse gemeenteraad, maakte bekend dat negen families in de twee appartementsgebouwen zijn getrokken. De gebouwen heten nu respectievelijk “Beit Ovadia” en “Beit Frumkin”. Ze staan in wat wel het ”Jemenitische dorp” wordt genoemd, een deel van Silwan (Shiloach, zeggen de kolonisten), waar tot eind jaren dertig Joodse Jemenitische immigranten hadden gewoond, zo meldt de site van de tv van de kolonisten, Arutz 7.

De verjoodsing van Silwan, dat ligt naast en boven opgravingen van de kolonistenbeweging Elad in een bijbels park dat de naam ”Stad van David” draagt, gaat nu wel erg hard. De Amerikaanse regering tekende tegen de overnames van eind september bezwaar aan. Josh Earnest, de woordvoerder van het Witte Huis, zei toen dat de kolonisten “een agenda hanteren die alleen maar dient om de spanning aan te wakkeren”. De Israelische premier Netanyahu kwam daarop met de uitspraak dat “Arabieren in Jeruzalem appartementen kopen en dat niemand ze lastig valt. Om dezelfde reden ga ik niet Joden vertellend dat ze niets mogen kopen in Jeruzalem, inclusief Silwan. We kunnen niet discrimineren, die aanpak vind ik niet acceptabel”.

Foto: Sargasso achtergrond wereldbol

De kracht van statistieken

Haaretz kwam gisteren met het bericht dat het Israelische leger een alarmerende toename meldt van het aantal incidenten waarbij met stenen wordt gegooid. Vorige maand, zo meldde het leger waren er  498 van dat soort incidenten en dat was 33% meer dan het gemiddelde per maand van een jaar geleden. Het was ook het hoogste aantal sinds de operatie Cast Lead in Gaza in 2008-2009. Volgens het leger waren er in de eerste negen maanden van dit jaar 3,484 incidenten waarbij stenen naar het leger of naar passerende auto’s op de Westoever werden gegooid – zo’n 387 gemiddeld per maand (en in 2010 was dat minder, namelijk 303 per maand).

Ik ben altijd heel erg blij als ik dit soort statistieken lees. Blijkbaar zitten er bij het Israelische leger mensen die ijverig van dag tot dag bijhouden hoeveel stenen er op de Westoever worden gegooid. En dat is goed, want zo weten we waar we aan toe zijn. Uiteindelijk is het toch een soort barometer voor de politieke temperatuur op de Westoever, zal ik maar zeggen, die hoeveelheid stenen waarmee wordt gegooid. Hardstikke goed dus dat we op deze manier op de hoogte worden gehouden.

Er zullen, denk ik, ook vast mensen van het Israelische leger zijn die nauwgezet optekenen hoeveel traangasgranaten het leger maandelijks afvuurt, en hoeveel rubberkogels en hoeveel scherpe munitie. Wat ik alleen toch en beetje jammer vind, is dat die statistiek niet tegelijkertijd met deze statistiek van het stenengooien wordt gepubliceerd. Op die manier zouden we namelijk kunnen zien of er ook verbanden bestaan. Bijvoorbeeld tussen het gooien met stenen bij protesten tegen de bouw van de Muur in plaatsen als Ní’lin en Bil’in. Of met momenten waarop het leger dorpen binnenvalt om mensen te arresteren (of kinderen, zoals de laatste tijd ’s nachts in Hebron gebeurde, om ze te fotograferen zodat ze later makkelijk herkenbaar zouden zijn als ze op foto’s verschijnen van stenengooiers). Of  verbanden met momenten waarop waarop dorpen onder de voet worden gelopen door kolonisten, waarbij het leger dan gewoonlijk de orde herstelt door op de Palestijnen te schieten.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Enric Borràs (cc)

Meer nederzettingen of recht voor de Palestijnen?

Palestijnse vlag (foto: flickr/Rusty Stewart)

Jordanië is de enige Palestijnse staat die er ooit zal komen. Judea/Samaria zijn Israël dus hoe meer joodse nederzettingen daar hoe beter.

Vriend van Israël Geert Wilders, die in de jaren tachtig enige tijd op een kibboets doorbracht, twitterde zaterdagavond weer eens wat.

Volgens het internationaal recht is de Westelijke Jordaanoever bezet gebied en mag Israël daar helemaal niet bouwen. Israël negeert echter de druk om zich aan het internationaal recht te houden en bouwt de laatste tijd weer volop huizen voor haar kolonisten.

De Nederlandse regering streeft al jaren naar een vredesakkoord, en ook de nieuwe regering is voorstander van een alomvattend vredesakkoord tussen Israël en de Palestijnen. Het uitgangspunt daarbij vormt een twee-staten-oplossing met de grenzen van 1967.

In het gedoogakkoord is de buitenlandparagraaf echter niet opgenomen. In toelichting op zijn tweet meldde Wilders dat het hem ‘helemaal niks interesseert’ dat zijn standpunt strijdig is met het Nederlandse buitenlandbeleid. ‘De PVV zal een Palestijnse staat nooit steunen, behalve dan Jordanië.’ Dat land is volgens hem feitelijk al de Palestijnse staat. ‘Jordanië is Palestina.’

Wilders deed zijn uitlatingen naar aanleiding van uitspraken van Richard Falk, de VN-vertegenwoordiger voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden. Falk is uitermate somber gestemd over de mogelijkheid van een onafhankelijke Palestijnse staat. De westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem zijn volgens hem de facto geannexeerd door Israël, waardoor het ‘een illusie is’ om te denken dat zo’n staat er op termijn gaat komen. Falk wees op het grote aantal nederzettingen van Joodse kolonisten in de gebieden die in 1967 werden bezet door Israël. Het terugdraaien van deze ontwikkeling, essentieel voor de tweestatenoplossing die onder meer door de Verenigde Staten wordt beoogd, zal volgens Falk stuiten op hevig verzet van de kolonisten.