Hulspas weet het | De mens schrijft geologische geschiedenis
COLUMN - Laten we niet vergeten: het is al duizenden jaren uitzonderlijk warm. Het Holoceen, de geologische periode waarin we ons nu bevinden, is een paar graden warmer dan de andere interglaciale periodes die daaraan vooraf gingen. En eigenlijk wist niemand tot voor kort waarom dat zo was.
Waarom gedroeg de aarde zich na de laatste ijstijd anders dan na al die andere ijstijden? Geologisch en biologisch waren de verschillen miniem. Waarom gedraagt het mondiale klimaat zich dan nu anders dan anders? U begrijpt, in deze bange tijden waarin bij elke hete zomer gewaarschuwd wordt voor ‘klimaatverandering’ is dat een boeiende academische vraag.
Paleoklimatoloog Stephen Vavrus en zijn collega’s besloten tot een vergelijkend onderzoek. Te midden van alle interglaciale warme periodes van de afgelopen honderdduizenden jaren, gingen ze op zoek naar dát interglaciaal dat qua startcondities nog het meest leek op de start van het holoceen. De winnaar was een periode genaamd Marine Isotope Stage 19 (MIS 19), 800.000 jaar geleden. Die periode startte met dezelfde CO2 en methaanconcentraties als het Holoceen, tienduizend jaar geleden.
Bij alle interglacialen zie je dat die concentraties in de loop der jaren langzaam dalen, totdat er weer een ijstijd aanbreekt. Zo ook bij MIS19. En ook bij het Holoceen. Dat gedraagt zich vijfduizend jaar lang zoals elk interglaciaal. Daarna gaat het mis. De daling stokt en slaat om in een langzame stijging. (En na plm. 1850 schiet met name de CO2-concentratie nog sneller omhoog, maar dat is een ander verhaal.)
