Genetisch gemodificeerde eencelligen redden de wereld van Siberisch methaan?
Nieuws | De permafrost van Siberië ontdooit en er bestaat het risico dat miljarden tonnen van het broeikasgas methaan daarbij zullen vrijkomen, dit nieuws bracht de NewScientist deze week. Het opdooien van de Siberische permafrost is een combinatie van: natuurlijke cycli in het arctische klimaat, de algemene opwarming van de atmosfeer en een versnellend effect doordat reeds vrijgekomen donkere bodem meer warmte absorbeert. Ook pech voor Siberische huizen zonder fundering.
Probleem | De schattingen over de hoeveelheid methaan lopen sterk uiteen en het is ook belangrijk te weten hoe snel al het gas vrijkomt, zal dat binnen enkele jaren, decennia of een eeuw zijn? Een feit is wel dat methaan ’n 21 keer sterker broeikasgas is dan CO2. Daar staat dan weer tegenover dat het ook veel sneller afbreekt. Onder normale omstandigheden is methaan (CH4) in de atmosfeer binnen acht tot tien jaar afgebroken in CO2+H2O. Maar als de methaanconcentraties extreem hoog zijn, zoals in Siberië dan kan deze afbraak langer duren.
Oplossing | Wat de afbraak van methaan echter kan versnellen zijn (methanotrophic) bacteriën. Vooralsnog zijn deze niet bestand tegen de (nog steeds te) lage temperaturen in Siberië maar met genetische modificatie zou dit wellicht verholpen kunnen worden. De bacteriën zouden dan uitgezet kunnen worden in talloze smeltwaterpoeltjes alwaar ze zich onbekommerd kunnen voorplanten en van daaruit heel Siberië veroveren. Dit is het idee van wetenschappelijk weblogger Cascio op WorldChanging die zijn gedachten na het lezen van het NewScientist artikel hardop optikt in het postje: Terraforming: the question of methane (WorldChanging)
Vijftien jaar eerder dan was voorspeld is de ijskap op de Kilimanjaro weggesmolten.
Dat we op een ijstijd afstevenen dat is de afgelopen weken iedereen wel duidelijk geworden. Lage temperaturen en regen terroriseren het zomergeluk van 2005. Sargasso heeft uit betrouwbare bron vernomen dat de 

Een reconstructie van de schommelingen in het zeespiegelniveau heeft aangetoond dat het klimaat op aarde ook tussen ijstijden sterk kan fluctueren. Voorheen werd aangenomen dat in de perioden tussen ijstijden het klimaat relatief stabiel was. Maar een studie naar oude koraalafzettingen geeft aan dat ook tijdens deze perioden binnen enkele duizenden jaren de zeespiegel 30 meter kon stijgen of dalen. Voer voor broeikas-ontkenners en werk voor Rijkswaterstaat:
b) uit voorzorg thuisgebleven