Elon Musk: De biljonair, democratie en de armste vier miljard

Elon Musk is na de beursgang van SpaceX waarschijnlijk de eerste biljonair ter wereld geworden. Zijn vermogen zou door de notering boven de 1,1 biljoen dollar uitkomen, vooral door zijn belang in SpaceX. Het bedrijf haalde bij de beursgang 75 miljard dollar op en wordt nu gewaardeerd rond de 1,77 biljoen dollar. Ja, biljoen. Duizend miljard. Een miljoen miljoen. De Washington Post omschreef Musks nieuwe status terecht als rijkdom “op papier”, want het grootste deel van dat vermogen bestaat uit aandelenwaarde, verwachtingen en marktprijs. De meest kaakzakkende vergelijking komt van Oxfam. In 2024 had de armste 46 procent van de wereldbevolking, 3,8 miljard mensen, samen een nettovermogen van 890 miljard dollar, omgerekend naar prijzen van januari 2026. Bij een vermogen van 1 biljoen dollar bezit Musk dus meer dan bijna de helft van de mensheid samen. Eén man boven bijna vier miljard mensen. Eén beursnotering boven het gezamenlijke bezit van complete continenten aan armen, schuldenaren, huurders, flexwerkers, landlozen en mensen die vooral worden meegeteld wanneer economen een grafiek over armoede nodig hebben. De beursgang van SpaceX gaat daarmee minder over ruimtevaart dan over een economie waarin fictieve waardering echte macht produceert. Musks biljoen ligt nergens in een kluis. Het is geen stapel geld die hij morgen zonder gevolgen kan opnemen. Het bestaat grotendeels uit aandelen die alleen deze waarde houden zolang beleggers, banken, analisten, indexfondsen en markten blijven geloven dat SpaceX later nog meer waard wordt. De armste 3,8 miljard mensen leven met materiële tekorten. De armoede aan die onderkant is concreet: slechte huisvesting, schulden, voedselonzekerheid, gebrek aan zorg, gebrekkig onderwijs, juridische kwetsbaarheid en nauwelijks onderhandelingsmacht. De rijkdom aan de bovenkant is abstract: koers, verwachtingswaarde, groeiverhaal, merknaam, charisma, hype, geopolitieke afhankelijkheid. Toch krijgt die abstracte rijkdom directe gevolgen. Wie op papier een biljoen waard is, kan lenen, kopen, lobbyen, rechtszaken rekken, media bezitten, politici intimideren, werknemers onder druk zetten en overheden tegen elkaar uitspelen. SpaceX maakt dat extra problematisch, omdat het bedrijf diep in publieke belangen zit. Het gaat over raketten, satellietinternet, militaire communicatie, NASA-contracten en strategische infrastructuur. SpaceX is bij de beursgang verliesgevend: 18,7 miljard dollar omzet tegenover 4,3 miljard dollar verlies in het voorgaande jaar. Toch werd het bedrijf de beurs op gestuurd met een waardering van bijna twee biljoen dollar. Die onwaarschijnlijk grote kloof tussen huidige resultaten en marktwaarde wordt gevuld met toekomstverhalen, staatsafhankelijkheid en de onwaarschijnlijke belofte dat Musk uiteindelijk elke spreadsheet zal rechtvaardigen. Daarmee wordt publieke afhankelijkheid omgezet in privévermogen. Overheden hebben SpaceX nodig voor ruimtevaart, defensiecommunicatie en satellietinfrastructuur. Beleggers kopen de belofte. Pensioenfondsen en indexfondsen kunnen vervolgens, eventueel gedwongen, worden meegezogen in die waardering. Als de koers stijgt, stijgt Musks vermogen. Als de risico’s werkelijkheid worden, komen de gevolgen terecht bij werknemers, gebruikers, publieke instellingen, beleggers en belastingbetalers. De winst van de verwachting wordt persoonlijk geboekt; de kwetsbaarheid van de infrastructuur wordt collectief gedragen. De vergelijking met de armste bijna vier miljard mensen legt de politieke kern bloot. Hun gebrek aan vermogen beperkt hun vrijheid. Zijn papieren vermogen vergroot zijn macht. Zij kunnen door één medische rekening, één mislukte oogst, één huurverhoging of één ontslag onderuitgaan. Hij kan door één beursnotering boven hun gezamenlijke bezit uitstijgen. Dat verschil zegt iets over marktwerking, eigendom en democratie. Een samenleving die toestaat dat één persoon rijker wordt dan bijna vier miljard mensen samen, heeft economische macht losgemaakt van maatschappelijke rechtvaardiging. Bezit telt inmiddels oneindig zwaarder dan arbeid. Verwachting telt zwaarder dan behoefte. Controle over infrastructuur telt zwaarder dan publieke zeggenschap. De beurs maakt van een toekomstverhaal privévermogen, waarna de rest van de samenleving wordt geacht dat te behandelen als een natuurverschijnsel. Terwijl het een keuze is. De eerste biljonair is daarom geen inspirerend moment in de geschiedenis van innovatie. Het is een diagnose van een wereldorde waarin de onderkant materieel tekortkomt en de bovenkant op papier almachtig wordt. Bijna vier miljard mensen hebben samen minder dan één man, omdat financiële markten hebben besloten dat zijn belofte meer waard is dan hun bezit, hun zekerheid en hun toekomst. Feodalisme had vroeger land, titels en erfelijke macht nodig. De moderne versie heeft genoeg aan aandelen, staatscontracten en een Nasdaq-notering.

Door: Foto: Edu Raw on Pexels
Foto: Jannik on Unsplash

Het WK hoeft van de FIFA helemaal niet uitverkocht te zijn

Bij berichten over mogelijke lege stoelen tijdens het WK gaat de discussie meestal over de hoogte van de ticketprijzen. Die prijzen zijn hoog, en volgens de FIFA wordt de organisatie daartoe gedwongen. Dat weten we inmiddels wel. Interessanter is een andere vraag: wat als volle stadions simpelweg geen prioriteit zijn?

Dat klinkt misschien vreemd voor een sportorganisatie. Je zou verwachten dat het grootste voetbaltoernooi ter wereld er alles aan doet om iedere beschikbare stoel te vullen. Volle tribunes zorgen voor sfeer, betere televisiebeelden en een overtuigend bewijs dat het WK leeft onder supporters. Toch is dat alleen logisch als het doel daadwerkelijk een vol stadion is, en voor de FIFA hoeft dat niet zo te zijn.

Een organisatie die vooral naar inkomsten kijkt, hoeft niet iedere stoel te verkopen. Sterker nog, het kan financieel aantrekkelijker zijn om minder kaartjes te verkopen tegen hogere prijzen dan een stadion tegen lagere tarieven vol te krijgen. In dat model vormen lege stoelen geen probleem. Ze zijn een geaccepteerd neveneffect van een strategie die op maximale opbrengst is gericht.

Dat maakt de berichtgeving over onverkochte kaarten en woekerprijzen ook minder verrassend. Het grootste voetbaltoernooi ter wereld kampt niet met een tekort aan belangstelling. Het kampt met een tekort aan mensen die bereid of in staat zijn de gevraagde prijs te betalen. Dat zijn twee heel verschillende dingen.

Quote du Jour | The cost of fire trucks

Why couldn’t the LAFD keep its equipment in working order? A lot of people blame budget cuts, but there’s another root issue – increasing prices and metastasizing production delays for these vehicles.

The cost of fire trucks has skyrocketed in recent years––going from around $300 -500,000 for a pumper truck and $750-900,000 for a ladder truck in the mid-2010s, to around $1 million for a pumper truck and $2 million for a ladder truck in the last couple years.

Meanwhile, the time it takes to get a fire truck delivered has grown dramatically, from less than a year before the pandemic to anywhere between 2 and 4.5 years today. (It’s not just trucks, all fire equipment is increasing quickly in price, from air supply packs to maintenance contracts.)

Foto: Mike Erskine on Unsplash

Aandeelhouderskapitalisme: schade als enige logische uitkomst

Sinds de opkomst van beurskapitalisme is kapitaal sneller gaan bewegen dan alles wat het zou moeten begrenzen. Arbeid zit vast, regels slepen zich voort, politiek onderhandelt tot de randen eraf zijn. Maar geld vertrekt op het moment dat het ergens een paar basispunten meer ruikt. Dat verschil in mobiliteit is de motor van het aandeelhouderskapitalisme. Tijd krimpt tot kwartalen, weken en soms zelfs uren of minuten, verantwoordelijkheid verdampt zodra zij buiten de balans valt, en besluitvorming buigt richting wat nú rendeert.

Een beursgenoteerd bedrijf hoeft geen kwaadaardige intenties te hebben om structureel schadelijke keuzes te maken. Het hoeft alleen braaf te doen wat het systeem voorschrijft: rendement maximaliseren onder permanente dreiging van kapitaal dat wegloopt. In zo’n omgeving fungeert moraal als zo snel mogelijk te schrappen kostenpost.

De opdracht is eenvoudig: maximaliseer aandeelhouderswaarde. Alles daarbuiten wordt bijzaak, randvoorwaarde of PR. Bestuurders die die hiërarchie niet volgen, liggen eruit. Soms luidruchtig via activistische aandeelhouders, vaker stil via koersen, targets en ‘herijkte verwachtingen’. Het systeem selecteert. Wie te ver vooruit kijkt, of belangen van werknemers en omgeving zwaarder laat wegen dan de concurrentie, wordt ingehaald of vervangen. The only way is down, vanuit maatschappijkritisch opzicht.

Kortetermijndenken verschijnt daardoor als rationele – zelfs de enige – strategie. De beurs reageert direct, bonussen volgen die cadans, analisten zetten de lat en rekenen af. De toekomst wordt iets dat je klein houdt. Investeringen die pas later renderen krijgen argwaan. Schade die buiten de boekhouding valt, wordt verplaatst. Na ons de zondvloed, en zelfs een waarschijnlijke zondvloed is in het heden een acceptabel risico.

Foto: Mike MacKenzie (cc)

AI en kapitalisme: een structurele botsing

Er bestaat een hardnekkig verhaal dat kunstmatige intelligentie het huidige kapitalisme naar een nieuw niveau zal tillen. Efficiënter, productiever, innovatiever, voor iedereen. Alsof de machine eindelijk doet wat de spreadsheet altijd al beloofde, zelfs de aloude hypothetische 4-urige werkdag kwam weer eens om de hoek kijken. Tegelijk schuurt er iets fundamenteels. AI en dat soort kapitalisme versterken elkaar slechts tot op een bepaald punt. Daarna beginnen ze elkaar te ondermijnen.

De kern van het probleem ligt in waardecreatie. Kapitalisme draait om schaarste, eigendom en het vermarkten van arbeid. AI ondergraaft precies die drie pijlers. niet in de nieuwe AI-markt, maar bijna alle dienstverlenende markten, op een ongekende schaal. Zodra een model teksten, beelden, code en zelfs beslissingen reproduceerbaar maakt tegen marginale kosten die richting nul gaan, verdampt schaarste in die markten. Wat overblijft is overvloed. En overvloed laat zich slecht vangen in een systeem dat afhankelijk is van prijsmechanismen.

Het is al zichtbaar in de praktijk. Bedrijven investeren miljarden in AI, om vervolgens hun eigen markt te kannibaliseren. Denk aan softwarebedrijven die generatieve AI integreren waardoor maatwerkontwikkeling sneller en goedkoper wordt, met directe druk op hun eigen consultancy-inkomsten. Of mediaplatforms die AI-tools aanbieden waarmee gebruikers zelf content genereren, wat de vraag naar professionele makers op datzelfde platform ondermijnt. De efficiëntiewinst slaat terug op het verdienmodel.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Max Kukurudziak on Unsplash

Brand als boodschap: van theorie naar lucifer

De onderstaande video uit Ontario, Canada voelt als een concrete, rauwe illustratie van wat How to Blow Up a Pipeline van Andreas Malm theoretisch probeert te duiden.

Een werknemer steekt een distributiecentrum in brand, filmt het moment van ontsteking en zet het online. Geen paniek, geen onsamenhangend geschreeuw. Eén zin: “All you had to do was pay us enough to live.” Daarna vuur en een gebouw dat verdwijnt.

Dat is geen uitbarsting zonder richting. Dit is communicatie, zij het in de meest destructieve vorm denkbaar.

Malm stelt dat sabotage van eigendom een rationele escalatie kan zijn wanneer politieke en sociale kanalen structureel falen. Hij plaatst dat buiten geweld tegen personen en probeert er een strategisch kader omheen te bouwen. Veel kritiek richt zich op de vraag of dat onderscheid houdbaar blijft. Tegelijk legt hij wel iets bloot: frustratie stapelt zich op tot het moment waarop symbolische actie plaatsmaakt voor materiële ingreep.

Wat in Ontario gebeurt, lijkt op een ongepolijste versie van die gedachte. Geen beweging, geen strategie, geen discipline. Wel dezelfde onderliggende conclusie: praten levert niets op, dus volgt een daad die niet genegeerd kan worden.

En eigenlijk is het logisch. In de VS ontvangen miljoenen mensen die voltijd werken bij bedrijven als McDonalds en Walmart bijvoorbeeld voedselbonnen van de staat, terwijl de bedrijven miljardenwinsten maken, en niemand die daar iets aan lijkt te willen doen. Wie decennia aan loonstagnatie, toenemende onzekerheid en structurele afhankelijkheid ondergaat, gaat hier anders tegenaan kijken. Dan verschuift de vraag van legitimiteit naar effectiviteit. Wat werkt nog? Wat dwingt aandacht af?

Foto: Ruben Aster on Unsplash

Hypocrisie als politiek sabotagemiddel

Elke poging tot maatschappelijke verandering roept tegenwoordig dezelfde reflex op. Iemand spreekt zich uit over klimaat, arbeidsomstandigheden of ongelijkheid, en binnen seconden klinkt het verwijt: hypocrisie. Je eet vlees. Je vliegt. Je bezit een smartphone. Dus zwijg. Het is een opvallend soort kritiek. Ze komt vrijwel altijd van mensen zonder alternatief, zonder plan, zonder ambitie om iets te verbeteren. Het hypocrisie-argument fungeert als moreel veto: wie zelf onderdeel is van het systeem, verliest het recht om dat systeem te bekritiseren. Betrokkenheid wordt zo omgedraaid tot schuld.

Die redenering houdt alleen stand als je het grotere plaatje negeert. Het huidige kapitalistische systeem is zo ingericht dat vrijwel elke handeling ecologische en sociale schade veroorzaakt. Energieopwekking, voedselproductie, kleding, elektronica, vervoer: alles is doordrenkt van uitstoot, uitbuiting en externalisering van kosten. Wie leeft, participeert. Wie participeert, veroorzaakt schade.

Morele zuiverheid is in zo’n systeem geen realistische optie. Er bestaat geen levensstijl zonder voetafdruk en geen consumptie zonder gevolgen. Wie dat toch eist, stelt een onhaalbare norm en kan vervolgens iedereen afserveren die die norm onvermijdelijk overschrijdt. Dat is geen principiële kritiek, dat is een techniek om verandering te blokkeren.

Toch maken mensen voortdurend keuzes die de schade beperken. Minder vlees eten. Minder vliegen. Stemmen op partijen die klimaatbeleid serieus nemen. Fast fashion mijden. Zich organiseren in vakbonden. Demonstreren. Dat gebeurt vaak inconsistent, soms tegenstrijdig, altijd onvolmaakt. Precies zoals menselijk handelen eruitziet.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Matt Allworth (cc)

Goedkopere pillen voor Amerika! En Europa betaalt

Donald Trump heeft een plannetje om medicijnen in de VS goedkoper te maken, even eenvoudig als briljant: laat de EU meer betalen, dan kan die extra winst worden ingezet om Amerikaanse prijzen te drukken. Een soort Mexicaanse muur en deze keer lukt het wél om een ander de rekening te laten voldoen. Althans, dat is het idee, want wie in Europa vasthoudt aan prijsafspraken via zorgbeleid, kan – goh – sancties en importheffingen verwachten. Het bekende frame wordt weer afgestoft: Europa lift mee op Amerikaanse patiënten die de hoofdprijs betalen.

Die redenering rammelt natuurlijk aan alle kanten. Farmaceuten draaien ook in Europa stevige winsten. Lager dan in de VS, zeker. Onvoldoende om rendabel te blijven? Geen moment. Grote concerns rapporteren stabiele omzetten en gezonde marges. Reuters beschrijft zelfs hoe dezelfde bedrijven actief proberen Europese prijzen verder op te drijven, terwijl de winstgevendheid al ruimschoots op orde is.

Het werkelijke verschil zit elders. Europese landen behandelen medicijnen als publieke zorg en onderhandelen daarover. De VS laat prijsstelling grotendeels over aan de markt en accepteert structureel machtsmisbruik. Dat falende Amerikaanse zorgsysteem wordt zo naar Europa geëxporteerd, met de inmiddels bekende handelspolitiek als drukmiddel.

Voor Europese patiënten betekent dit plan vrijwel gegarandeerd hogere zorgkosten. Voor Amerikanen blijft het effect onzeker, want nergens worden de farmaceuten gedwongen winst in te leveren: What could go wrong. Groot-Brittannië ging al voor en betaalt inmiddels 25 procent meer voor medicijnen. Lagere prijzen blijven daar vooralsnog uit. Eén uitkomst staat wel vast: de farmaceutische industrie wint. Aan beide kanten van de oceaan.

Foto: Marek Studzinski on Unsplash

De markt wordt beter, de patiënt niet

De jaren 90: het hoogtepunt van de privatiseringshype en de gezondheidszorg moest ook efficiënter. Minder bureaucratie, meer marktwerking, meer prikkels. De patiënt als klant, de zorgverlener als ondernemer, en de verzekeraar als bewaker van de ‘doelmatigheid’. Dat was het verhaal, en het klonk toen allemaal rationeel, zakelijk, onvermijdelijk (*).

Alsof een ziekenhuis hetzelfde is als een supermarkt, en een patiënt als iemand die rustig de schappen afstruint op zoek naar de goedkoopste bypass. Alsof iemand met pijn op de borst eerst even de aanbiedingen vergelijkt, de kleine lettertjes leest en nadenkt over de bonuspunten. Alsof iemand met een gebroken heup kan onderhandelen over de prijs per schroef. De fictie van de “zorgconsument” is dat mensen met keuzestress in het leven plots rationele actoren worden zodra hun gezondheid op het spel staat. In werkelijkheid kiest niemand voor een hartaanval met vrije markttoegang. De patiënt is geen klant, maar een gegijzelde: afhankelijk van schaarse zorg, van obscure declaratiecodes, van verzekeringsvoorwaarden die elk jaar opnieuw worden herschreven door mensen die zelf nooit in een wachtkamer zitten.

En we zijn nu ruim 20 jaar verder .Wat we kregen, is geen efficiëntie. Het is een andere vorm van verspilling, slimmer verpakt. De oude bureaucratie met haar papieren dossiers en stempelformulieren is ingeruild voor een digitale nachtmerrie van vinkjes, dashboards en rapportages. Een excelbureaucratie. Alles moet geregistreerd, gemeten, verantwoord en geaudit. Niet omdat het de zorg beter maakt, maar omdat aandeelhouders willen weten waar hun rendement blijft, en het personeel gewantrouwd wordt.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Private equity als anti-kapitalisme

Deel 3

LONGREAD - De indruk leeft breed dat veel van onze (politieke) problemen te maken hebben met ‘het kapitalisme’. Dat kapitalisme lijkt alom aanwezig. Betekent dat dan dat we teveel kapitalisme hebben? Of zou het kunnen zijn dat het kapitalisme z’n ziel verliest, of van karakter verandert, dus dat we eigenlijk iets anders waarnemen dan wat we in de klassieke zin kapitalisme noemen? Daarover meer in dit derde deel.

In het eerste deel van dit artikel heb ik een door de econoom Alfred Marshall geformuleerde traditie in het economisch denken aangehaald. In die traditie, die ik hier terug laat komen als ‘het klassieke model’, noem je geld kapitaal als het wordt ingezet voor economisch productieve activiteiten. Geld dat je investeert in de bouw van een fabriek, of de aanschaf van machines, is kapitaal. Geld dat je uit een fabriek onttrekt voor particulier gebruik is rijkdom. Daarnaast liet ik Ayn Rand en Ludwig Von Mises aan het woord, die laten zien dat het de ondernemer is die in het centrum van die economische productiviteit alles samenbrengt. Het leven van de Nederlandse ondernemer Van Marken illustreert die klassieke opvatting over ondernemerschap.

In deel twee ben ik verder ingegaan op wat private equity is en doet. Voor private equity draait alles om rendement. Rendement kan (in principe) zowel behaald worden door kapitalistische investeringsmodellen, waarbij geld in productiemiddelen wordt gestopt, als door wat ik hier rijkdom-extractiemodellen noem, waarbij geld aan organisaties wordt onttrokken [1]. In het boek van Mirjam de Rijk, waar het vooral draait om hoe private equity zich in de publieke sector manifesteert, zie je vooral extractie van rijkdom. Daarbinnen maak ik in deel twee onderscheid tussen vier vormen van extractie, met voorbeelden die grotendeels uit haar boek komen.

Foto: Roel Wijnants (cc)

Werken moet lonen – maar voor wie eigenlijk?

De VVD hamert er al decennia op: werken moet lonen. Het is het mantra dat in elke verkiezingscampagne en elk verkiezingsprogramma weer opduikt. Het is een uitspraak waarmee ze de ‘hardwerkende Nederlander’, die normaal eerder geneigd is links te stemmen, proberen over te halen op hun elitepartij te stemmen, en het werkt. Maar wie kijkt, ziet dat deze leus vooral wordt ingevuld door één specifieke route: het verlagen of beperken van uitkeringen en toeslagen. Niet omdat men de lonen actief wil verhogen, maar omdat men zo de bodem steeds wat verder uit het sociale vangnet zaagt.

Het is een strategie die in theorie alleen zin heeft als het systeem waar de VVD zelf voor staat niet functioneert. Want als werk eerlijk werd beloond, als werkgevers hun mensen zonder dwang en dreiging een fatsoenlijk loon betaalden, dan hoefde je geen mensen in armoede te duwen om ze ‘te prikkelen’ om te werken. In een gezonde economie zou de vergelijking simpel zijn: een baan biedt meer bestaanszekerheid, perspectief en waardering dan een uitkering, zonder dat je daarvoor de uitkering kapot hoeft te bezuinigen. Maar ook: in een gezonde economie zouden werkgevers een eerlijk loon bieden

Maar de praktijk laat zien dat dit beleid vooral een race to the bottom in gang zet. Want als je de onderkant van het vangnet steeds verder naar beneden trekt, dan krijgt de arbeidsmarkt één duidelijke boodschap: het loont om lage lonen te blijven betalen, zeker als je bestaansonzekerheid bij mensen uitspeelt. En waarom zou een werkgever het minimumloon substantieel verhogen, als de overheid er tegenwoordig alles aan doet om de afstand tot de bijstand via armoede te creëren? De werkende arme, ooit in Nederland bijna een contradictio in terminis, is inmiddels een structureel onderdeel van onze economie geworden.

Geen kapitalisme, maar rijkdom extractie

LONGREAD - In het eerste deel van dit artikel ben ik ingegaan op het onderscheid tussen kapitaal en rijkdom en op de vraag wat investeren is. Een Nederlands voorbeeld, Jacques van Marken, liet zien wat ondernemen in zijn tijd betekende. Daar kwam een beeld uit naar voren dat ik hier het klassieke model van kapitalisme noem. De drijvende kracht daarbinnen is de ondernemer en cruciaal is de inzet van kapitaal – geld dat wordt gebruik voor het vergroten van de economische productiemiddelen.

Deel 2

 

2.1 Rendementsmodellen

In de wereld van private equity gaat het voortdurend over geld, of eigenlijk over rendement. Rendement is geld dat met geld verdiend wordt. Dat betekent, zoals we gezien hebben, dus niet perse dat dat geld kapitaal is. Hoe verhoudt rendement zich eigenlijk tot die drie door Von Mises genoemde productiefactoren, kapitaal, grond en arbeid?

Die drie productiefactoren heb je in principe voor elke vorm van productie nodig. De ondernemer betaalt voor het gebruik. Rente is de betaling voor het verstrekken van kapitaal, pacht of huur voor grond en loon voor arbeid. Degene die het allemaal bij elkaar brengt is de ondernemer. Hij loopt daarmee risico. Winst is de beloning voor dat ondernemersrisico.

Volgende