De bronnen beginnen voor zichzelf
Veel journalisten geloven niet dat nieuwsconsumenten in de toekomst wel eens genoegen kunnen nemen met de oorspronkelijke bron van hun verhaal, in plaats van de gestileerde versie in de krant te lezen. Als je hen dan vertelt dat Jan Marijnissen een aardig succesvol weblog heeft en dat de lezers van dat medium de journalist niet meer nodig hebben om over hem en de SP te lezen, schudden ze meewarig het hoofd.
“Kijk”, zeg ik dan rustig. “Voorbeeldje. Vroeger moest je tot 8 uur wachten en dan kwam er een mijnheer en die vertelde je hoe het weer was en morgen zou worden. Dat was een mijnheer van het KNMI die een plaatsje kreeg in een journalistiek programma.”
“Nu surfen mensen naar knmi.nl of buienradar.nl (een echte veelverspreide hobby in mijn omgeving) en maken zelf verder een inschatting. Soms blijven ze dan toch naar die mijnheer van het journaal luisteren omdat ze willen weten wat die ervan vindt. Het verhaal in perspectief, van een deskundige. Maar soms zappen ze dan ook verder omdat ze het al weten. Zoiets is het.”
Ik vind het een broodnodige verfrissing van de journalistiek dat de functie van de bron verschuift. Te lang zijn wij journalisten betweters geweest, wachters van het verhaal, op stelten door de modder. Nu kunnen ook de controleurs van de democratie zelf gecontroleerd worden en zal het radarwerk van de journalistiek voor meer mensen te bezichtigen zijn. Een soort permanente open dag. Ik verheug me er echt op.


