Het is een tijd van gedenken, een tijd van herdenken wat het verleden ons leert over het heden, over de toekomst. Zestig jaar geleden kwam er een einde aan de Tweede Wereldoorlog, aan wat de Holocaust is gaan heten, de Joodse genocide. De lente is een tijd van nieuw leven, wat voor velen overleven was, een tijd van wederopstand en hergeboorte, van lammetjes in de weide.
Al vroeg in de lente herdachten we (met name de Armenen) de Armeense genocide, en de Europese Unie stelt terecht dat Turkije deze genocide moet erkennen als voorwaarde voor toetreding tot Europa, want alleen beschaafde culturen horen natuurlijk thuis in het Europese huis, beschavingen die respect tonen voor mensenrechten en de historische waarheid, zoals Frankrijk bijvoorbeeld.
Zestig jaar geleden was het einde van de genocide in Europa, en dus begon Frankrijk haar eigen genocide op de dag van de capitulatie, 8 mei 1945. Nog steeds wordt er in Frankrijk slechts met mondjesmaat en slechts in bedekte termen door de regering erkent wat voor slachtingen de Fransen in de Maghreb hebben aangericht. Toch is er niemand in de EU die hoog en laag springt om te eisen dat Frankrijk zijn hoogsteigen genocide ruiterlijk erkent, zoals dat in het geval van Turkije gebeurt.