
Het nieuwe boek The Memory Chalet van Tony Judt is uniek: iets tussen memoires, geschiedenis, politiek en filosofie in. Ik heb het ademloos uitgelezen. Hij maakt herinneringen los, waarvan ik het bestaan al lang vergeten was. Hij stelt vragen, die alsnog verbazen: waarom is mij dat nooit eerder opgevallen? Zijn vertellingen hebben een spanning, die voortkomt uit het ontstaan ervan.
Het gaat om dictaten na slapeloze nachten. In “Night” verklaart hij het ontstaan van deze verhalen. Judt werd een paar jaar geleden gediagnosticeerd als ALS patiënt en was sinds 2009 hulpbehoevend, totaal verlamd, permanent beademd, zonder pijn, met een normaal werkend verstand. Zijn nachten zijn soms rampzalig: moet je nu al weer roepen in de babyfoon, terwijl je alleen maar even gekrabd wilt worden of een arm of been verlegd wil hebben? Dit gevecht met lichamelijk ongemak bestrijdt hij door te harken in zijn brein. Zijn geheugen, zijn vermogen tot expressie, zijn ordenende en analytische scherpte zijn niet aangetast door zijn ziekte. Mogelijk namen zij zelfs nog in kracht toe. Zolang hij nog verstaanbaar kon spreken dicteerde hij ’s ochtends wat hij in de nacht had bedacht. Hij is in augustus 2010 overleden.
Wat betekent herinnering? Voor de individu kun je te rade gaan bij Dick Swaab of Douwe Draaisma: je bent je levensverhaal. Dat is meer dan je je kunt herinneren, maar de gedachte dat we alles kunnen onthouden lijkt onjuist. Ook bij Oliver Sacks kom je identiteit als levensverhaal tegen: je bent wat je kunt vertellen over je verleden, je ervaringen, je vakkennis en vaardigheden. (Als je het niet meer kunt vertellen, vervaagt ook je identiteit, zoals ik bij mijn dementerende vader heb kunnen ervaren.)