Drie vragen aan… Antwoorden Femke Halsema
Ah, de eerste eerste antwoorden. Net drie dagen koud in de bus en nu al teruggestuurd. Rouvoet en Pechtold kunnen daar een puntje aan zuigen, FemFem!
Alle vragen die we betreffende deze ronde hadden bedacht kan je hier vinden, de stemronde die onderstaande vragen opleverde hier.
Daar gaan we dan!
GroenLinks is tegen ‘selectie aan de poort’ voor het hoger onderwijs, onder andere met het argument dat het VWO-diploma feitelijk al het toegangsbewijs is voor het WO. Echter, het blijkt in de praktijk dat voor veel WO-opleidingen het huidige niveau van VWO-afgestudeerden vaak te laag is; met name de technische richtingen hebben te maken met een structureel te laag niveau in bijv. het vak wiskunde. Tegelijkertijd worden universiteiten min of meer gedwongen ‘rendementen’ te halen. Het te betreuren maar logisch gevolg hiervan is dat de doorstroom-eisen versoepeld worden en studenten met soms zeer minimale capaciteiten hun diploma mogen halen. Hoe denkt Groen Links in deze situatie verbetering te kunnen brengen als de universiteiten geen eigen kwaliteitscontrole aan de poort mogen doen?
Wij denken niet dat selectie aan de poort werkt. Jonge mensen zijn nog volop in ontwikkeling. En daar is het hoger onderwijs nou net voor bedoeld: zorgen dat jongeren hun talenten kunnen ontwikkelen. Dat mag ook best een keer misgaan. GroenLinks zorgt dat jongeren daar meer tijd voor hebben, bijvoorbeeld door 200 miljoen euro extra uit te trekken voor studiefinanciering.
Wij geven een enorme kwaliteitsimpuls aan het hele onderwijs: Groenlinks geeft het meeste extra geld voor onderwijs van alle partijen, 1500 euro per leerling. Daardoor kan het niveau omhoog en worden jongeren ook beter voorbereid op het hoger onderwijs. Daarnaast moet inderdaad de financiering van hogescholen en universiteiten worden veranderd: het huidige systeem bevat perverse prikkels.
Tot slot over de kwaliteitscontrole. In deze formulering lijkt het er bijna op dat de studenten er zijn voor de instellingen. Maar dat is andersom. De instellingen worden met publiek geld bekostigd om er te zijn voor de studenten. De kwaliteitscontrole dient zich dus ook op de prestaties van de instellingen te richten. Er zijn grote verschillen in kwaliteit en de kwaliteit moet hier en daar echt omhoog. Verder is het logisch dat de instellingen eisen kunnen stellen aan de student (vooropleiding, inzet, beoordeling prestaties), maar er moeten geen nieuwe barrières voor studenten worden opgeworpen. We moeten juist bevorderen dat meer mensen mee kunnen doen aan het hoger onderwijs.
De volgende lijsttrekker in onze reeks is
(Update: Naar boven verplaatst).
Oké, heb je na het lezen van