Er werd in de media de afgelopen week enthousiast geciteerd uit een rapport over corruptie bij Nederlandse ambtenaren en politici. Vijf procent van de politici zou corrupt zijn, volgens het rapport. Bij nadere bestudering van de tekst bleek dat het ging het percentage corruptie wat door allerlei ambtenaren en politici zelf geschat was. Volstrekt zinloos getal dus, want dergelijke schattingen zijn zelden accuraat. Afgezien daarvan is in ons landje niet zozeer de pure corruptie het probleem, maar de vergoelijking van corruptie, fraude en alles wat daar tegenaan hangt door de heersende klasse.
Het fraaiste voorbeeld was wel oud-minister Netelenbos, die tegen de bouwfraudecommissie vrolijk bleef vertellen dat de afspraken van bouwkartels alleen maar om “pepernoten” gingen. Het verhaal, afkomstig uit de gelederen van de bouwondernemingen zelf, was daarbij dat de afspraken zoals die gemaakt werden slechts betrekking hadden op de verdeling van de werken en dat er dus niet méér aan verdiend werd. Maar een onderdeel van die verdeling was dat anderen niet onder een vooraf afgesproken bedrag zouden bieden, daarmee effectief wel degelijk het minimumbedrag – en daarmee de daadwerkelijke opbrengst – verhogend.
Weliswaar was Netelenbos meer een machtspolitica dan een intellectueel licht, maar het lijkt me sterk dat zij dit verschil nooit uitgelegd heeft gekregen. Blijkbaar heeft zij er dan voor gekozen het pepernotenverhaal te geloven. Omdat ze de bouwondernemers zelf nodig had? Omdat ze die bouwondernemers zelf had gesproken en zich niet kon voorstellen dat ze haar voor zouden liegen? Hoe dan ook, het pepernotenverhaal werd leidraad voor Netelenbos in haar handelen rond de aanbesteding van grote projecten en keiharde fraude werd zo ingekapseld in het systeem. Als je maar hard genoeg blijft roepen dat iets geen fraude is, geloven ze het na verloop van tijd wel, zoiets.