Kunst op Zondag | Tranen trekken

Tranen en nog eens tranen. Toe maar jongen, gooit het er maar uit. Zien huilen, doet huilen. Dat gaan we vandaag eens testen. Wie graag mee wil huilen maar er geen traan krijgt uitgeperst, raden wij kunsttranen aan. Een vriend van mij vertelde me een verhaal over een fantastische driftbui die zijn dochter had. Ze was ontroostbaar maar bestudeerde tegelijkertijd zichzelf in de spiegel. Dat was de inspiratie voor de vijf huilende meisjes die Laura Ford maakte voor het beeldenpark Jupiter Artland (Edinburgh - Schotland). Laura Ford - Weeping girls, 2009. Eén van de theorieën waarom er weinig in musea wordt gehuild, is dat men niet zo makkelijk een potje grient in publieke ruimten. De inspiratiebron van Laura Ford huilde nog binnenskamers en was haar eigen voyeur.

Foto: Anders Ljungberg (cc)

Kunst op Zondag | Wir setzen uns in Tränen nieder

Fijn dat het Pasen is, want dat betekent het einde van een week gesnotter. Bij die hele lijdensweg zijn nogal wat tranen vergoten, culminerend in het slotkoor van Bachs Matthäus Passion. Devote volgelingen zitten jankend bij het graf van Jezus en blèren er een eindje op los.

Zoals er hopeloos veel is geschreven over de Matthäus Passion, zo veel wordt er ook geschreven over tranen in de kunst. Het merendeel gaat over afgebeelde tranen, waar collega Willem Visser op Sargasso al eens wat woorden aan wijdde.

Maar al eeuwenlang komt af en toe de vraag boven drijven waarom mensen wel of niet huilen bij het zien van beeldende kunst. Algehele tendens: het intrigeert de schrijvers waarom mensen wel een traantje plengen bij een stukje muziek of een film, maar zelden of nooit bij een schilderij of sculptuur.

Een mysterie, dat bij diepere beschouwing geen groot mysterie is.

Uit alle tot nu toe bekende onderzoeken, literatuur en essays kan worden opgemaakt dat a) er bar weinig wordt gehuild bij beeldende kunst, b) als er wel wordt gesnotterd de triggers tot janken te divers zijn om er algemeen geldende conclusies aan te verbinden en c) er net zoveel cultuur- en tijdsgebonden aspecten een rol spelen als bij huilpartijen buiten de kunst. Om van zeer diverse hoogstpersoonlijke drijfveren niet te spreken.

Lezen: Het wereldrijk van het Tweestromenland, door Daan Nijssen

In Het wereldrijk van het Tweestromenland beschrijft Daan Nijssen, die op Sargasso de reeks ‘Verloren Oudheid‘ verzorgde, de geschiedenis van Mesopotamië. Rond 670 v.Chr. hadden de Assyriërs een groot deel van wat we nu het Midden-Oosten noemen verenigd in een wereldrijk, met Mesopotamië als kernland. In 612 v.Chr. brachten de Babyloniërs en de Meden deze grootmacht ten val en kwam onder illustere koningen als Nebukadnessar en Nabonidus het Babylonische Rijk tot bloei.

Kunst op Zondag | Wiepke Poldervaart

Ook kunstenaars maken carrière. Het liefst van van klein naar groot, maar het kan ook anders. Wiepke Poldervaart ruilde zestien jaar geleden het wereldtoneel in voor het eigen atelier.

Ze was van 1984 tot 1997 artistiek leidster van Trajekt Theater. Een mengvorm van beeldende kunst en theater. De voostellingen bedacht ze zelf en kwamen tot stand dankzij medewerking van dansers, acteurs, musici, theatermakers en een legertje technici, decorbouwers en vrijwilligers. Tot op vandaag zie je op hun cv’s het Trajekt Theater prijken.

Sommige recensenten beschreven Trajekt als schatplichtig aan Hinderik de Groot  en als de ingetogen, introverte tegenhanger van soortgelijke locatietheaterprojecten als de Dogtroep, die in 2008 ter ziele ging.
In dertien jaar tijd groeide Trajekt uit tot één van de Nederlandse culturele producten die internationaal faam verwierven. Tot Trajekt in 1997 van het toneel verdween.

Nu maakt Wiepke Poldervaart schilderijen en objecten, veel kleiner van formaat dan de beelden in Trajekt. Vanaf 2 maart tot en met Pasen wijdt kunstcentrum De Kolk, te Spaarnwoude een expositie aan haar werk.

© Wiepke Poldervaart object36

Nieuwsgierig naar zo’n enorme carrièreswitch besloot Kunst op Zondag haar aan een email-interview te onderwerpen. (KoZ = Kunst op Zondag, WP = Wiepke Poldervaart).

Kunst op Zondag | Gedicht

Günter Grass dichtte wat hij gezegd wilde hebben. Leon de Winter raakte meedogenloos geïspireerd en dichtte terug.
Beeldende kunst kan al tot discussie leiden, maar lang zo vaak niet als woorden dat doen. Hoe zouden discussies verlopen als er alleen in versvorm gedebatteerd zou worden? En dan niet in Sinterklaasrijm, maar liefst in poëzie met een grote P. Op zijn minst moet dat tot enige bedenktijd leiden voordat de spreker zich uit. Dat kan voordelig zijn.

Vandaag zomaar wat gedichten. In de openbare ruimte, in beeld of andersom. Helaas een korte bijdrage vandaag, want hier hapert de techniek minstens tot maandag.

Poëzie zien we buiten meestal in beeld op bordjes en gevels. In Leiden begin men in 1992 op muren gedichten aan te brengen. Op de afbeelding boven dit artikel zie je een fragment van het gedicht “O “ van Jan Eijkelboom.

O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.

Maar nee, wat bij mij ingaat
moet bezinken,
verdicht zich tot een sprake-
loos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Vorige