Politiek-ambtelijke verhoudingen onder het minderheidskabinet-Jetten: worden ambtenaren politieker?

van Lars Brummel en Danique François Inleiding  Onder het kabinet-Schoof kwamen de verhoudingen tussen ministers en ambtenaren onder een vergrootglas te liggen. Op sommige departementen botsten bewindspersonen en bureaucratie met elkaar, wat leidde tot openlijke controverses en bestuurlijke problemen. [1] Met het aantreden van het kabinet-Jetten is een nieuwe politieke periode aangebroken, die door menig ambtenaar met opluchting is verwelkomd. Tegelijkertijd bevindt dit nieuwe minderheidskabinet – het eerste in Nederland sinds 1939 – zich in vrijwel onbekend vaarwater. In zijn beginweken bleek hoe lastig regeren zonder vaste meerderheid in beide Kamers kan zijn. Zo wist minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) met veel moeite steun van een meerderheid van de Tweede Kamer te krijgen voor zijn begroting, nadat zowel linkse als rechtse oppositiepartijen forse kritiek hadden op zijn plannen. [2] Dat het kabinet-Jetten geen meerderheid heeft in zowel de Tweede als Eerste Kamer, heeft niet alleen gevolgen voor bewindspersonen. Het heeft mogelijk ook consequenties voor ambtenaren. Wat betekent het minderheidskabinet voor de Nederlandse politiek-ambtelijke verhoudingen, nadat deze eerder onder het kabinet-Schoof op scherp zijn komen te staan? Bestuurbaarheid onder druk? Tijdens de formatie van het kabinet-Jetten klonk vaak het bezwaar dat een minderheidskabinet zou leiden tot meer politieke instabiliteit. Minderheidsregeringen hoeven echter niet per se instabieler te zijn dan meerderheidsregeringen. Een internationale vergelijkingsstudie naar bijna 500 kabinetten in 30 verschillende landen tussen 1977 en 2019 toonde aan dat minderheidskabinetten gemiddeld net zo lang bleven zitten als meerderheidskabinetten. [3] Hierbij horen ook belangrijke kanttekeningen. Minderheidskabinetten blijken vooral stabiel te zijn als zij vooraf formele en schriftelijke afspraken hebben gemaakt met andere partijen die hen alsnog de steun van een parlementaire meerderheid kunnen garanderen. Bij het ontbreken van zo’n constructie (zoals in het geval van het kabinet-Jetten) bleek een minderheidskabinet juist minder stabiel dan een meerderheidskabinet. Daarnaast brengt een tweekamerstelsel extra moeilijkheden met zich mee voor een minderheidskabinet. Een belangrijke uitdaging is dat plannen uit het coalitieakkoord niet vanzelfsprekend leunen op steun van meerderheden in beide Kamers. Bewindspersonen moeten nu voortdurend op zoek naar wisselende meerderheden. Volgens sommigen zou dit leiden tot een “permanente formatie”. Hoewel de verschillende kabinetten-Rutte meestal ook geen meerderheid hadden in de Eerste Kamer, is de situatie voor het kabinet-Jetten nog nijpender met slechts 66 zetels in de Tweede Kamer en 22 zetels in de Eerste Kamer. Hierbij komt dat de politieke samenstelling van de Eerste Kamer zeer verschilt van de Tweede Kamer, en dat deze verschillen na de Provinciale Statenverkiezingen van 2027 mogelijk nog groter kunnen zijn. Gevolgen voor ambtenaren: ligt verdere politisering op de loer? Met deze nieuwe uitdagingen voor bewindspersonen groeit de druk op ambtenaren mogelijk. De toegenomen politieke onvoorspelbaarheid kan ertoe leiden dat bewindspersonen hun grip op het ambtelijk apparaat willen vergroten, bijvoorbeeld door middel van meer politieke benoemingen op ministeries. Desondanks zijn er onder het kabinet-Jetten momenteel weinig aanwijzingen voor zogeheten formele politisering. Het aantal partijpolitieke adviseurs binnen de ministeries is vergelijkbaar met vorige kabinetsperiodes. Alleen minister Van den Brink (Asiel en Migratie) heeft als vicepremier gebruik gemaakt van zijn recht om niet één, maar twee politiek adviseurs aan te stellen. [4] Een verdere functionele politisering van het ambtelijk apparaat lijkt een reëler scenario. Bij functionele politisering draait het om hoe ‘het politieke’ een steeds grotere rol speelt in het gedrag en het werk van ambtenaren. Dat betekent niet automatisch dat ambtenaren meer betrokken zullen raken bij politieke onderhandelingen of bijvoorbeeld vaker in contact zullen treden met Kamerleden van oppositiepartijen. Functionele politisering kan ook betekenen dat ambtenaren in hun advisering aan bewindspersonen meer rekening zullen houden met de politieke haalbaarheid van beleidsvoorstellen en -alternatieven. Onder een minderheidskabinet moeten ambtenaren zich in hun ambtelijke adviezen niet alleen richten op de uitvoering van het coalitieakkoord, maar ook oog moeten hebben voor wisselende meerderheden in beide Kamers. Politieke sensitiviteit wordt voor ambtenaren zodoende nog belangrijker. Op deze manier kan onder het minderheidskabinet de zelfpolitisering van topambtenaren, zoals Erik-Jan van Dorp dit omschrijft, [5] verder toenemen. Ambtenaren zullen zich steeds meer verhouden tot wat er in de politiek speelt. Concreet kan dit ervoor zorgen dat ambtenaren verschillende terugvalopties aan de minister zullen meegeven, zoals uitgewerkte alternatieven die óf voor de linkerflank óf voor de rechterflank acceptabel zijn. Mogelijk zullen ambtenaren creatiever moeten zijn om tot haalbare beleidsadvisering te kunnen komen. Het zwaartepunt van de samenwerking tussen ambtenaren en bewindspersonen verschuift van de uitwerking van het coalitieakkoord naar het kunnen bieden van doordachte keuzeruimte aan een breder politiek publiek. Bewindspersonen zullen daarbij meer moeten vertrouwen op de creativiteit en sensitiviteit van hun ambtenaren. Het is de vraag of dit minderheidskabinet hiermee een nieuwe ontwikkeling in politiek-ambtelijke verhoudingen inluidt, of dat het een bestaande trend voortzet. Volgens de bestuurskundigen Van den Berg en Belloir is er immers al langer sprake van sterke functionele politisering onder Nederlandse topambtenaren. [6] Topambtenaren geven zelf ook aan dat politiek-strategisch inzicht belangrijker is voor hun positie dan inhoudelijke expertise of procedurele kennis. Ook onder het kabinet-Jetten zal de vraag naar politiek-strategisch inzicht van ambtenaren groot blijven. Waar het vorige kabinet-Schoof zich kenmerkte door groeiend ongemak en wantrouwen op verschillende ministeries, kan het huidige kabinet de samenwerking en het vertrouwen tussen ministers en ambtenaren mogelijk herstellen. Die relatieve rust betekent echter niet dat het ambtelijk werk minder politiek wordt. Juist een minderheidskabinet kent zijn eigen vorm van politieke onvoorspelbaarheid, met wisselende meerderheden en ad-hoc onderhandelingen. De politieke en strategische rol van ambtenaren wordt onder het kabinet-Jetten niet minder relevant, maar mogelijk nog belangrijker. Op die manier kunnen ambtenaren mogelijk toch politieker worden in de komende kabinetsperiode. Noten: [1] Yesilkagit, K. (2026). Tussen loyaliteit en tegenspraak: politiek-ambtelijke verhoudingen onder het kabinet-Schoof. In S. Otjes & J. Vervliet (Red.), Het experiment-Schoof: Beschouwingen over het kabinet-Schoof 2024–2026 (pp. 131–148). Montesquieu Instituut. [2] NOS (2026, 1 april). Minister Sjoerdsma van alle kanten onder vuur: ‘Eet van twee walletjes’. https://nos.nl/artikel/2608684-minister-sjoerdsma-van-alle-kanten-onder-vuur-eet-van-twee-walletjes [3] Krauss, S., & Thürk, M. (2022). Stability of minority governments and the role of support agreements. West European Politics45(4), 767-792. [4] Ministerie van Algemene Zaken. (2026, 13 maart). Beslisnota: Mededeling aan TK over aanstellingen PA’s. https://open.overheid.nl/documenten/1331a492-862f-4886-a180-d52a2403e249/file [5] Van Dorp, E. J. (2023). ‘The minister wants it’: self-politicisation and proxy politics among senior civil servants. Public Policy and Administration38(4), 424-444. [6] Van den Berg, C., & Belloir, A. (2022). Functionele politisering en politieke fragmentatie: Ontwikkelingen in de ambtelijke top in de periode 2007-2021. Bestuurskunde31(2), 13-24. Dit artikel verscheen eerder in De Hofvijver (een uitgave van het Montesquieu Instiuut) van 27 mei 2026. Lars Brummel is universitair docent aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. Danique François is promovenda aan het Instituut Bestuurskunde van de Universiteit Leiden. 

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: Jan Ubels (cc)

Ambtenaren: zwaar weer op komst?

Hoewel mensen met een ambtenarenachtergrond het Hoofdlijnenakkoord in elkaar hebben gezet en een topambtenaar zelfs met de leiding van het nieuwe kabinet is belast, ziet het Hoofdlijnenakkoord er voor de ambtenaren niet erg positief uit. Er wordt voor de dekking van het Hoofdlijnenakkoord een forse bezuiniging op de ambtelijke dienst aangekondigd alsmede -voor 2026- een bevriezing van de ambtenarensalarissen. Een kritische beschouwing van voormalig topambtenaar Roel Bekker.

Is er slecht weer op komst voor de ambtelijke dienst? Of valt het wel mee en is er ruimte voor een goede aanpak?

Allereerst: de afslanking. Op zichzelf is die begrijpelijk. De overheid is sinds 2018 geëxplodeerd, van 113.500 ambtenaren (fte’s) naar een kleine 148.000, dus met 30% ! Het Hoofdlijnenakkoord heeft het over 22% groei, maar dat is exclusief 2023 toen er nog eens bijna 10.000 ambtenaren bij kwamen. En dat in een krappe arbeidsmarkt.

Het is niet helemaal duidelijk waardoor deze enorme groei is veroorzaakt. Gewezen wordt op corona, maar die is voorbij. Of op de noodzaak van maatwerk. Maar die zit vooral in de uitvoering, terwijl relatief de sterkste groei heeft plaatsgevonden bij het beleid. Opvallend is dat de groei bij alle departementen voorkomt. Dus het zijn niet toevallige beleidsopgaven als stikstof die ineens voor meer werk zorgen. Is het de ondersteuning, de overhead? Dat ook niet, want die is al jarenlang onrustbarend hoog, meer dan 50%! Het zou de moeite waard zijn te onderzoeken waardoor die groei is veroorzaakt. Maar dat er afgeslankt kan en moet worden, is evident.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Quote du Jour | De macht van ambtenaren

Nu de politici aan de beurt zijn om zich te verantwoorden over de toeslagenaffaire moeten we misschien ook eens kijken naar de verhouding tussen politiek en ambtenarij. In de NRC schreef Tom-Jan Meeus afgelopen zaterdag over een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau dat de mislukking van de Participatiewet onder de aandacht brengt.

‘Ambtenaren zijn de invloedrijkste denktank van Den Haag’, schreef Meeus.

De ‘brede heroverwegingen’ van 2010 bevatten op drie terreinen ideeën om ‘de participatie’ op de arbeidsmarkt van mensen met een uitkering te verbeteren (en gelijktijdig te bezuinigen). Zo opperden topambtenaren dat drie wetten – voor de bijstand (WBB), de sociale werkplaatsen (Wsw) en de jonggehandicapten (Wajong) – konden worden samengevoegd „in één regeling op sociaal minimumniveau” en dat „de gemeenten verantwoordelijk [worden] voor deze regeling”. De premisse: spreek mensen dichtbij huis aan op wat ze kunnen, en niet op wat hen mankeert – dan bespaar je op uitkeringen. Zelfredzaamheid als basis voor kortingen.

Foto: Rob Oo (cc)

Ambtenaren en het vrije woord

COLUMN - De vrijheid van ambtenaren om zich in het publieke debat te laten horen staat opnieuw ter discussie. Een aantal Amsterdamse ambtenaren reageerde eind november op de verkiezingsoverwinning van de PVV met een korte demonstratie bij de Dokwerker.  Ze wilden het signaal afgeven dat ambtenaren pal staan voor de rechtsstaat en de Grondwet. Op 21 december verzamelden zich honderdvijftig rijksambtenaren bij het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag om te demonstreren tegen de Nederlandse weigering om in te stemmen met VN-resoluties die oproepen tot een permanent staakt-het-vuren in Gaza. In Friesland is ophef ontstaan omdat enkele provinciale ambtenaren een brandbrief aan de Tweede Kamer en het kabinet ondertekenden waarin zij hun zorgen uitten ‘over de in hun ogen te trage aanpak van de klimaat- en ecologische crisis’. De BBB die daar in het College van Gedeputeerde Staten zit maakte er een punt van en het College heeft de actie van de ambtenaren nu veroordeeld.

De vrijheid van meningsuiting van ambtenaren is sinds de grondwetswijziging van 1983 in principe gegarandeerd, maar wordt beperkt door artikel 10 van de Ambtenarenwet (laatste versie van 2017). Dat artikel luidt:

Artikel 10

1. De ambtenaar onthoudt zich van het openbaren van gedachten of gevoelens of van de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd.
2. Het eerste lid is, voor wat betreft het recht van vereniging, niet van toepassing op het lidmaatschap van:
a. een politieke groepering waarvan de aanduiding is ingeschreven overeenkomstig de Kieswet;
b. een vakvereniging.

Foto: Christina Xu (cc)

Modernisering van de ambtseed voor ambtenaren?

COLUMN - van mr. Huub Linthorst

Hoe moderniseer je in bestuurlijk Nederland iets, als je zelf eigenlijk niet zo van veranderingen houdt? Door alleen de vorm te veranderen en niet de inhoud. Dat was het leidend beginsel bij
de grondwetsherziening van 1983; en dat is het nu weer bij de beoogde herziening van de ambtseed voor rijks­ambtenaren.[1] Desondanks bleken er, zowel destijds bij de grondwetsherziening als nu bij de nieuwe ambtseed, toch ook nog wel wat inhoudelijke verbeteringen mogelijk te zijn. Maar het grote struikelblok is altijd weer de positie van de Koning.

Bij de grondwetsherziening van 1983 leidde dat tot een compromis. Dat hield ruwweg in dat als het ging om bepalingen waarin een bestuurlijke taak of positie in het algemeen werd beschreven, gesproken werd over de regering. Maar als het ging om specifieke regeringshandelingen, werd gesproken over handelen door de Koning of namens hem; en als dat een besluit was, werd dat een koninklijk besluit. Ruwweg, want erg consequent was het allemaal niet.

Over de ambtseed van ministers en staatssecretarissen werd in artikel 49 bepaald dat die door hen wordt afgelegd ten overstaan van de Koning en dat zij daarbij trouw beloven aan de Grondwet. Trouw aan de Koning werd niet nodig geacht. Trouw aan de persoon van de Koning was uit de tijd en trouw aan het instituut van het koningschap lag al besloten in trouw aan de Grondwet, want daarin is dat instituut al stevig verankerd en in detail geregeld.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Jordy Kronenburg (cc)

Regering vertraagt bescherming klokkenluiders

COLUMN - NS wil klokkenluider Luc de Rond ontslaan, berichtte de NRC in oktober. Hij maakte vijf jaar geleden melding van problemen op de onderhoudsafdeling van het spoorbedrijf, waarna de inspectie een kritisch rapport opstelde over de vervoerder. Volgens De Rond hebben veel recente storingen in het treinverkeaer te maken met slecht onderhoud. De reactie van de NS was: ontslag van de melder. Oud-inspecteur Wim Beukenkamp die de klachten van De Rond heeft onderzocht bevestigde afgelopen week zijn verhaal. Volgens hem is het toezicht de afgelopen jaren uitgekleed en faalt het management.  ‘De problemen op het spoor gaan maar ten dele over techniek of veiligheid en vooral over het management van NS en deels ook ProRail, de beheerder van het spoorwegnet’, zegt hij.

Dat er structurele problemen zijn met treinmateriaal is al verontrustend genoeg. Maar nog verontrustender vind ik dat het management het niet wil horen en vervolgens een ontslagprocedure in werking zet voor degene die de fouten heeft ontdekt. Het is het zoveelste voorbeeld van een bedrijf dat gevoelige informatie van binnenuit niet op waarde weet te schatten. We willen naar buiten toe geen risico lopen op schade aan onze reputatie en daarom ontslaan we de boodschapper maar. Dan zijn we er voorlopig van af. Niet dus.

Foto: Daniel Antunes (cc)

De matties van de ministers

COLUMN - Al langer piekerde ik hoe het kabinet er nu een noodwet over de avondklok doorheen kon jagen die de juiste grondslag miste. Dat de Kamer het niet doorhad, kan ik me voorstellen: die beschikt niet over een gespecialiseerd leger ambtenaren. Maar Justitie en Binnenlandse Zaken wel. Had er niemand met kennis van grondrechten bij een topambtenaar aan de bel getrokken? Had geen enkele stafchef zijn of haar minister gewaarschuwd dat die op het punt stond te blunderen? Ik kon het me slecht voorstellen.

Tot ik een interview met Onno Ruding hoorde, oud-minister van Financiën onder Lubbers, in de jaren ’80. Ruding haalde daarin uit naar de Algemene Bestuurdienst; de pool van hoge ambtenaren, die geregeld van directoraat – en soms ook van ministerie – moeten wisselen, als waren ze deelnemer aan een stoelendans zonder nieten. Dat kwam neer op systematisch afbreuk doen aan het belang van vakkennis, vond Ruding: zo schiep je een generatie van generalisten, die eerder manager waren dan specialisten. Er zouden veel meer vakinhoudelijke eisen aan hun benoeming moeten worden gesteld.

Ruding liet de term ‘bontkraag’ vallen: topambtenaren die als een beschermlaagje om de nek van hun minister klitten. Hoogleraar Roel Nieuwenkamp schreef in 2014 een boek over deze ‘functioneel-gepolitiseerde’ topambtenaren: Schaduwpolitici, bontkragen en blokkendozen. Ze fungeren eerder als ministeriële entourage of hofhouding dan als kritische deskundigen; ze zijn er meer om hun minister te stutten en steunen dan om solide beleid te bepleiten en als advocaat van de burgers treden ze zelden op, omdat zulks hun minister niet behaagt.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Laura Taylor (cc)

De lege plek van topbestuurders

ANALYSE - De verhoren van de commissie kinderopvangtoeslagen toonden leegte aan de top. Het rapport moest bij de feiten blijven, maar dat lukt “Ongekend Onrecht” zeer wel. Het rapport was een politieke aardbeving, maar Groningers weten dat zoiets niet meteen tot actie leidt. Maar zij hebben nog een ruïne die min of meer bewoonbaar is, de ouders die fraudeur genoemd werden zagen hun gehele bestaan in een puinhoop veranderen.

Het Parlement snapte dat er wat moest gebeuren dat verder ging dan 500 euro. Dus kwam ineens een compensatie van 30.000 per ouder(paar) als voorlopige genoegdoening. Het is het politieke syllogisme:

  • We moeten iets doen;
  • Dit is iets;
  • Dit moeten we dus doen.

Ik probeer niet de compensatie belachelijk te maken, want het is basaal fatsoen. Maar zijn we er dan? Of zijn we er als we nog wat politieke koppen laten rollen? Het lijkt mij niet.

De Minister President

Mark Rutte runt zijn regeringen als ondernemer, niet te politiek, want daar krijg je narigheid van. In zijn coronabeleid zie je de depolitiserende duik achter het RIVM, die geleidelijk lastiger valt vol te houden. Helaas, een ondernemer lost geen politieke problemen op.

In zijn verhoor vielen mij twee dingen op: eerst de boodschap over de Rutte doctrine, vervolgens het ontbreken van een ‘papertrail’ ten aanzien van zijn eigen handelen en coördinerende werk van AZ.

Foto: mystic_mabel (cc)

Waarom kon de kinderopvangtoeslag tot een ramp uitgroeien?

OPINIE - Over de dynamiek tussen politiek bestuur en ambtelijke top.

De verhoren over de kinderopvangtoeslagen waren spannende kost. Niet voor iedereen, vermoed ik. Maar ik heb als ambtenaar van een departement ervaring opgedaan met de dynamiek tussen politiek bestuur en ambtelijke top, dus ik heb geboeid zitten kijken.

Deze week brengt de parlementaire verhoorcommissie verslag uit aan de Tweede Kamer. Kernpunt: levert de overheid wat de burger mag verwachten? In zijn DenUyl-lezing schetst Asscher monter hoe veel heil hij van overheidshandelen verwacht, maar de koppeling naar de toeslagen maakt hij niet. Waarom kon de kinderopvangtoeslag tot een ramp uitgroeien?  Die vraag raakt de politiek en de bureaucratie in gelijke mate. Zou het parlement zichzelf kunnen evalueren? Maar de bureaucratie is net zo goed aan de beurt.

Wat is er mis?

Roel Bekker spreekt in de NRC van een “disconnect” tussen twee werelden, die elkaar zouden moeten vinden, alleen de verhoorweken van ambtenaren en de politici verschilden nogal:

“Maar hier leek sprake van verschillende werelden, met een ander type mensen, andere taal en andere emoties. Andere waarden ook. Verkokerde werelden die allerminst uitstraalden waardering voor elkaar te hebben en gezamenlijk op te trekken. De toonzetting van de verhoren in de week van de ambtenaren was ook een andere dan in de week van de politiek, bitser en met minder begrip”.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Ritzo ten Cate (cc)

Zweepslag die niet meer raakt

COLUMN - Zo’n kleine 35 jaar geleden sprak prof. André Donner over de ministeriële verantwoordelijkheid als over ‘een zweepslag voor de ambtelijke dienst’ 1). Het gebruik daarvan door de Tweede Kamer kon een minister helpen in zijn ministerie orde te houden. Al was het maar, omdat ambtenaren hun minister niet graag voor gek zien staan. Verlies van vertrouwen in de minister komt pijnlijk als een zweepslag aan bij de ambtelijke ondersteuners, alsof zij delen in dit verlies aan vertrouwen.

Er zijn momenten, constateert ook de Afdeling advisering van de Raad van State (verder: de Raad) in haar ‘Ongevraagd advies’ over de ministeriële verantwoordelijkheid, dat de zweepslag ofwel niet meer wordt gevoeld of niet echt meer helpt. Er zijn gevallen waarin de ene na de andere staatssecretaris moet aftreden omdat zijn winkel niet op orde is, maar dan blijkt de opvolger evenzeer te falen.

Al heel lang is de bewindspersoon die de leiding krijgt over de Belastingdienst een ambtsdrager die blij mag zijn als hij of zij het einde van de kabinetsperiode haalt. Gezellig is het nooit en dat is al jaren zo. Dat was al het geval voordat de ellende met de kinderopvangtoeslag was uitgebroken. Mannen als Jan-Kees de Jager en Eric Wiebes waren dolblij dat zij er het leven bij hadden gehouden; dat was Frans Weekers en Menno Snel niet gegund. Er blijken zo veel problemen met organisatie, ICT en al te ingewikkelde regelingen dat je met zweepslagen aan de gang kan blijven.

Foto: Roel Wijnants (cc)

Angstcultuur

OPINIE - Sommige besturen willen alles in de hand houden. Dat leidt tot nare gevolgen voor de werknemers.

De Groningse universitair docent Eelco Runia heeft zijn baan opgezegd vanwege het ‘marktdenken’ in zijn instituut, de bureaucratie en het gebrek aan eigen ruimte voor professionals. Een van de aanleidingen was dat hij als historicus voor een zaal met louter Nederlandse studenten in het Engels les moest geven. Zijn besluit om ontslag te nemen is ‘langzaam gegroeid’, schrijft het Dagblad van het Noorden. Op de letterenfaculteit spelen volgens hem allerlei zaken. Het ergst vindt hij de ‘chronische deprofessionalisering’. ‘Er is steeds minder ruimte voor specialisering. De onderwijslast is heel hoog. Doorlopend word je onderworpen aan toetsingsmechanismen. De angst voor de visitatiecommissie op de universiteit zit heel diep.’

Het is een door velen herkende en onderschreven kritiek op de actuele situatie in onderwijsinstellingen. De controle op het werk van professionals is volledig uit de hand gelopen. En dat geldt niet alleen voor het onderwijs. Ook in de gezondheidszorg zijn vergelijkbare klachten te horen van met name hoog opgeleide professionals die alle ruimte voor een eigen, kreatieve invulling van hun taken ontnomen wordt en voortdurend worden lastiggevallen door functionarissen uit het management die hen met gedetailleerde regelgeving het leven zuur maken.

Foto: Milieudefensie (cc)

De onmacht der klerken

ANALYSE - “Voor wie werk je”, vroeg de reorganisatieprofeet, “je ambtelijke baas, de politieke leidsman, de samenleving?” Ik geloof wel dat ik de samenleving heb geantwoord. Maar ik denk ook wel dat de werkelijkheid een slag weerbarstiger was. Ook ik had tenslotte kinderen en een hypotheek.

Een goede vraag is het wel: we hebben een bureaucratisch bestuur dat geleid wordt door de politieke amateurs. Die zijn voor hun functioneren afhankelijk van de deskundigheid van de ambtenaren, maar verantwoorden zich voor hun beslissingen aan de kiezers.

Het is die rolverdeling waar het nieuws mij weer op drukte: wat hebben de ambtenaren nu precies gedaan en gedacht, aan de Alderstafel over vliegveld Lelystad? Wat is er gedacht en wordt er gedacht, als een boze Groninger verhaal komt halen, omdat zijn huis door de aardbevingen tot een ruïne is geworden?

Complexiteit

Het is onoverzichtelijk en ingewikkeld, als je een bescheiden ‘groen’ vliegveld echt op de burgerluchtvaart wilt aansluiten. Hoe vliegt vertrekkend verkeer weg en hoe komt aankomend verkeer precies binnen? Welke gevolgen zijn er voor de overzichtelijkheid van het luchtruim, voor de geluidhinder, voor de veiligheid van andere luchtruimgebruikers?

Ik vind het idee van Alderstafel op het eerste gezicht niet zo gek. Zet iedereen aan tafel, ga een transparant gesprek aan, neem de tijd om de problemen te bespreken. Ik zoom nu even in op een niet bestaande figuur. Een ambtenaar in Overijssel heeft zich bemoeid met het milieu, fabrieken, schadelijke stoffen en is de laatste jaren op de luchtvaart gezet. Hij moest zijn provincie vertegenwoordigen aan de Alderstafel.

Volgende