Recensie Zomergasten | Saskia Noort

RECENSIE - Angst, babyboomers, milde maatschappijkritiek en schrijverschap. Dat waren de vier rode draden die door de zomergastenaflevering met Saskia Noort liepen.

Angst is niet alleen de emotie waar haar boeken op drijven, maar ook het gevoel dat Saskia Noort voert tot het bestuderen van moordenaars zoals Ferdi E. en Richard H. en psychopatenkenner James Fallon (volgens eigen zeggen zelf ook een psychopaat).

Als kind was ze al vaak bezig geweest met kerkhoven, misdaad en mannen in parken die hun broek lieten zakken.

Daar zit, aldus Noort, bij haar een basale behoefte aan veiligheid achter. Vandaar de neiging om mensen met een zekere argwaan te bekijken.

Drie op de honderd mannen (en één op de honderd vrouwen) hebben een psychopathologische persoonlijkheidsstructuur. Dat is best veel. De meesten daarvan waren overigens geen sadistische moordenaars, maar succesvolle zakenmensen, politici en artsen.

Maar ze bestonden wel, de monsters in de kast. Ferdi E. zou je buurman kunnen zijn. Richard H. vermoordde zijn vrouw en kind om de fantasiewerkelijkheid met zijn Poolse vriendin in stand te kunnen houden.

Je kunt zomaar met de vijand blijken te slapen, constateerde Noort.

Babyboomers

Waar dat dan vandaan kwam, wilde de Jong weten. Wat volgde was een inkijkje in de wereld van jonge ouders in de ‘vrije’ jaren zeventig, waar op tafel werd gedanst, truien uit werden getrokken en bij de buurman op schoot werd geklommen. Allemaal met een paar glazen teveel op.

Dat schiep een gevoel van onveiligheid. Niet alleen omdat ze niet wist hoe dat allemaal af zou lopen, maar ook omdat kinderen een behoefte hebben aan zekerheid en regels. Aan regelmaat.

Slotfragment toonde Mick Jagger in een wit rokje die een gedicht van Shelley opdroeg voor zijn overleden bandmaat en danste als een uitzinnige. Ook dat had de vierjarige Saskia maar griezelig gevonden, misschien wel vooral door hoe haar moeder en diens vriendinnen daarop reageerden: als geile bakvissen.

Haar ouders vinden Noort nu maar burgerlijk. Ze schopt terug met een fragment van Brigitte Kaandorp die een vlijmscherpe sketch geeft over hoe babyboomers de generatie na hen (generatie nix) verweten geen engagement te hebben en geen heilige huisjes meer omver schoppen.

Hypocrisie, aldus Kaandorp: ten eerste valt er niets meer omver te schoppen omdat de generatie van ’68 dat al heeft gedaan, en ten tweede is diezelfde generatie die twaalf jaar heeft kunnen studeren, alle lucratieve banen heeft opgesoupeerd, maximaal geniet van het pensioen en de VUT, kortom z’n schaapjes op het droge heeft. Degenen na hen mogen het allemaal lekker zelf uitzoeken.

“Dit is de absolute waarheid”, aldus Noort. Niet dat ze het slecht met haar ouders kan vinden. Ze gaat nog met ze naar concerten, zoals van de Rolling Stones en Fleetwood Mac.

Ze was een ongelukje geweest. “Zonder mij was mijn moeder hartchirurg geworden ofzo”. Haar moeder had in plaats daarvan het zakelijke gedeelte gerund van de fotozaak van haar vader. Mogelijk kwam daar ook de angst vandaan om afgewezen, verstoten te worden. De angst dat er niemand is die van je houdt.

Ze omschrijft het als een ‘dierlijke angst’. “Ik denk dat stress angst is, en niet andersom dat angst een vorm van stress is.” Ze droomde ervan zich helemaal uit te kunnen leveren aan de liefde of haar werk.

Ze kon jaloers worden op een of ander evangelisch vrouwtje dat vanuit een christelijk dorp naar Japan was geëmigreerd en zich zo ondergeschikt had gemaakt aan haar huwelijk en leven daar, dat ze zelfs vergeving kon vragen aan haar schoonouders voor het verlies van ‘hun’ ongeboren kleinkind. Met een gelukzalige glimlach zagen we de vrouw een opwekkingsliedje zingen. “Ik wou dat ik zo kon geloven. Dat ik mijzelf zo kon overgeven. Dat zou een hoop problemen oplossen,” verzuchtte Noort.

Maatschappijkritiek

Nu en dan kraakte de schrijfster enkele maatschappijkritische noten. Over hoe het internet het mogelijk maakte om in een fantasiewerkelijkheid te leven en vrouwen zichzelf tegenwoordig onderwerpen aan bizarre schoonheidseisen, daarin gestimuleerd door gefotosjopte modellen.

Moordenaar Richard H. had tal van datingprofielen en ‘relaties’ met webcammeisjes gehad. Op zeker moment was hij daarin gaan geloven. Maar in zekere zin deed iedereen zich mooier voor op Facebook. Men fingeert z’n eigen leven, en wij geloven dat allemaal ook nog.

Een fragment over radicaal-feministische therapie, waarin vrouwen elkaars lichamen en vagina’s bekeken, leidde tot de opmerking dat de lichamen op die foto’s (alweer, jaren ’70) tenminste échte lichamen lieten zien. Noort had zelf de druk gevoeld om terug van vakantie meteen te gaan lijnen, om zo een beetje presentabel in de uitzending te kunnen zitten. “Ik denk niet dat Freek de Jonge zich daar ook druk om hoeft te maken.” Als vrouw wordt je toch beoordeeld op je uiterlijk, was het onuitgesproken kritiekpunt.

Nu meer dan ooit. Vroeger was een maatje 38 slank; nu wordt een maatje 38 getoond door een model dat ‘volslank’ heet te zijn. Noort zag zichzelf als feministe, maar niet van het agressieve soort. “Het is ook wel fijn dat je tegenwoordig weer vrouwelijk mag zijn, dat je je schoonheid mag tonen.”

Desalniettemin was die radicaal-feministische periode wel gezond geweest. De seksuele revolutie was vooral voor mannen heel prettig geweest. Vrouwen hadden echter nog nauwelijks de tijd gehad om zichzelf en hun eigen lichamelijkheid en behoeften te ontdekken.

Naar aanleiding van The Invisible War (2012), documentaire over de verkrachtingsepidemie in het Amerikaanse leger, kwam het op Noorts eigen verkrachting als veertienjarige. Ze sprak er nuchter en open over.

Nog een maatschappelijk kritiekpunt: één op de drie vrouwen krijgt tijdens haar leven te maken met verkrachting. Daarom was het belangrijk dat vooral mannen zich uitspreken tegen grensoverschrijdend gedrag. Uit de documentaire en uit onderzoek blijkt dat verkrachting drie maal zo vaak voorkomt in milieus waar seksuele intimidatie een geaccepteerd gegeven is. Daarom was het belangrijk dat verzet tegen verkrachting ook een mannenzaak werd.

Schrijverschap

Gedurende de avond kwamen Noort en de Jong ook steeds te spreken over haar schrijverschap. Noort schrijft graag over gewone mensen in extreme situaties, en hoe ze groeien door hun perikelen en strubbelingen. Zelf heeft ze het niet over literaire thrillers. Ze schrijft gewoon spannende boeken over en voor mensen zoals zichzelf.

Waar ze haar inspiratie vandaan haalt, wilde De Jong weten. Meestal uit verhalen die ze hoort. Zoals het verhaal van het stel dat uit een vinexwijk was vertrokken omdat de hele buurt aan partnerruil deed. De echtgenoot kon er niet mee uit te voeten dat zijn vrouw dat wel erg prettig vond. Samen met een artikel over iemand die bij alles wat hij deed liedjesteksten in z’n hoofd hoorde en een bloedbad waarbij iemand z’n vrienden overhoop had geschoten, had ze de drie pijlers voor een roman gehad.

Het uitwerken ervan was een herhalingsoefening. Schrijven, schrappen, herschrijven, schrappen. Noort toverde een fragment tevoorschijn van John Irving (“Mooie, stoere man”) die het schrijven vergeleek met het plegen van steeds maar weer dezelfde doodsaaie oefenen voor een worstelpartij die maar een tiental minuten duurde. Herhaling, herhaling, herhaling. Je kunt er spuugzat van worden, dus kon je er maar beter behagen in scheppen.

We kregen ook nog een fragment te zien met Philip Seymour Hoffman die de schrijver Truman Capote speelde. De bijna openlijk homoseksuele Capote doet net alsof hij gevoelens heeft voor Perry Smith, een van de twee mannen die in de dodencel zit voor een roofmoord op een boerengezin in Kansas. Zo wil hij Smith manipuleren om hem te vertellen wat er die nacht nu precies gebeurd is. Zodra Smith hem echter vertelt wat Capote wil weten, laat deze hem barsten. Capote heeft Smith niet langer nodig: heeft nu immers wat hij nodig heeft om zijn meesterwerk In Cold Blood (1966) te schrijven.

Noort bewondert Capote dat deze alles over heeft voor zijn boek en bijna over lijken gaat voor zijn kunst. Tegelijkertijd vindt ze hem een nare, enge man. Zelf zou ze dat niet kunnen; daarvoor heeft ze teveel de behoefte om aardig gevonden te worden.

Ik vroeg me af of Truman Capote wellicht zelf ook een psychopaat of narcist was geweest. Ik begon blijkbaar zelf ook al een beetje te denken als Saskia Noort.

  1. 1

    Leuk deze kruisbestuiving tussen de media.
    I.p.v. terugkijken kun je op Sargasso een samenvatting lezen.
    Nu is het wachten op een TV-programma waarin de inhoud van dit weblog wordt samengevat, zodat je zelf niets meer hoeft te lezen. ;-)