Duopolie | Nobel

De economen Eugene Fama, Robert Shiller en Lars Peter Hansen wonnen afgelopen maandag “de Nobelprijs van de economie” (dat bekt lekkerder dan Sveriges Riksbank Prize in Economic Sciences in Memory of Alfred Nobel). Het is opvallend hoe divers de winnaars zijn. Kort door de bocht kun je zeggen dat Fama de efficiënte markthypothese heeft bedacht, Shiller heeft laten zien wanneer deze opgaat en vooral ook wanneer deze niet opgaat, en Hansen het mogelijk heeft gemaakt om de hypothese goed te testen. De keuze voor met name Fama is gedurfd, omdat de efficiënte markthypothese niet zo’n goede naam meer heeft sinds de financiële crisis. Het ‘efficiënte’ deel van de efficiënte markthypothese wil zeggen dat informatie in aandelenprijzen wordt doorgerekend. Dit heeft dan weer alles te maken met concurrentie: zodra een beurshandelaar bijvoorbeeld hoort dat Shell een nieuw olieveld heeft gevonden, zal hij snel het aandeel proberen te kopen. Hierdoor stijgt de prijs van het aandeel zodat de nieuwe informatie meteen verwerkt is. Concurrentie is de kracht van het model, want op zich hoeft er maar één belegger nieuwe informatie te hebben om de informatie efficiënt te verwerken, als hij tenminste over voldoende geld beschikt. De efficiënte markthypothese wil zeggen dat je in principe geen hoger rendement kan halen dan in de marktportefeuille (bijvoorbeeld de AEX of Dow Jones), tenzij je extra risico neemt.

Door: Foto: copyright ok. Gecheckt 10-02-2022

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Luc (cc)

Het magere Herfstakkoord

OPINIE - Na een onvoltooide formatie heeft de coalitie van VVD en PvdA geprobeerd in een regen van akkoorden draagvlak te ritselen. Het kan moeilijk anders. Maar de voorman van “paars met de bijbel”, Alexander Pechtold, roept met zijn zelfvoldaanheid vragen op.

Voldoet onze democratie nog bij het leiding geven aan het openbaar bestuur? Hebben politici eigenlijk verstand van besturen? Is er een balans tussen lastenverhoging en hervormingen? Schuiven we met budgetten of wordt er serieus aan realisatie van een visie gewerkt?

Het zijn enkele vragen die het recent gesloten Herfstakkoord, tussen kabinet, D66, ChristenUnie en SGP, bij me oproept. Ik geef een aantal aantekeningen bij deze vragen ter overweging.

Voldoet de democratie?

De ‘Politikverdrossenkeit’ leek sterk toegenomen: het land werd beheerst door het gevoel dat de politiek niet serieus bezig  was met de problemen. Vooral Pechtold verweerde zich tegen dit sentiment, hij voelde de noodzaak te laten zien dat “Den Haag het wel kan.”

De pogingen om draagvlak voor het beleid te vinden lieten en laten het probleem zien: de politiek is voortdurend te laat, compromissen en akkoorden worden vervolgens gedropt in de bureaucratie, teneinde te worden doorgerekend en bekeken op uitvoerbaarheid. De politieke fragmentatie en het te laat ontstaan van beleidslijnen heeft een sterk negatieve invloed op de ambachtelijke kwaliteit van het beleid. Een voorbeeld is het woonakkoord: binnen twee weken was de kern er van onderuit gehaald door rapporten van Johan Conijn (pdf), het Centraal Fonds Volkshuisvesting en het CPB.

Foto: Kennisland (cc)

Zet onderwijsmiddelen effectief in

OPINIE - Het is een positieve ontwikkeling dat er in het Herfstakkoord extra geld is gekomen voor onderwijs. Maar er missen concrete maatregelen om het onderwijs te verbeteren, vindt Jonge Democraten.

Het kabinet en D66, CU en SGP sloten afgelopen vrijdag een akkoord over de begroting voor 2014. Wij zijn opgelucht dat er een akkoord gesloten is dat kan rekenen op een meerderheid in de Eerste Kamer. Ronduit tevreden zijn we over de extra investering in het onderwijs van 650 miljoen euro, een van de belangrijkste wijzigingen ten opzichte van de plannen die het kabinet op Prinsjesdag presenteerde. Meer geld betekent echter niet direct dat de kwaliteit van het onderwijs omhoog gaat. Er moeten concrete maatregelen genomen worden om zo het onderwijs in Nederland sterk te verbeteren. Het akkoord is nog erg vaag over de invulling van de ingeboekte investering, maar de Jonge Democraten denken graag mee om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren en innovatie te stimuleren.

Een van de meest concrete maatregelen die in het akkoord beschreven wordt is een investering in de beloning van leerkrachten. Wij zijn erg positief over deze maatregel. Leerkrachten hebben sinds 2009  geen loonstijging meer gehad en zijn er daardoor al drie jaar in koopkracht op achteruit gegaan. Daardoor is het verschil in salaris tussen docenten en andere hoger opgeleiden waarschijnlijk sterk vergroot. Overigens kan loonstijging over de gehele linie, ook voor de rest van de publieke sector en het bedrijfsleven, zorgen voor innovatie, duurzame groei en hogere (binnenlandse) consumptie.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Sheila's (cc)

Het EPD, Aussie-style | deel 1

ANALYSE -  In Australië werkt het Elektronisch Patiëntendossier (EPD) door een gebrek aan visie, expertise en geld. Dat is een zegen voor het systeem, beargumenteert econoom Paul Frijters. Vandaag deel 1, morgen volgt deel 2.

For fourteen months, Australia has had an electronic national health register. It has almost nothing in it, but the hope is that in years to come (when lots of people have registered) it will start to have all the information on someone’s health that floats around in the health industry. This includes discharge summaries, the history of medicine use, databases on allergies and conditions, payment histories, dental records, childhood illnesses, vaccination history, and treatment plans.

This health register was initially championed by Tony Abbott when his party was last in power and he was the health minister, so now that he is the Prime Minister, its future looks safe for the next few years at least. Let me, as an interested but only average-informed health watcher, talk through the possibilities of this health register, the failures to have health registers in many countries, and the wondrous ways in which the Australian variety seems to have benefited and thrived from a lack of foresight, a lack of consultation, a lack of expertise, and a lack of money. It is somewhat unusual and incredible from the point of view of normal economic thinking about reform, but we seem to have a policy area here in which it seems an advantage to bumble along in the dark, rather than be well-prepared beforehand.

Foto: Tom Woodward (cc)

Data-scepticisme

ANALYSE - Wat vertellen data wel, en wat niet?  Stellen we data-analyses en visualisaties wel genoeg ter discussie, of zijn we een dergelijke manier van denken over data nog niet gewend? vraag Jelte Timmer, werkzaam bij het Rathenau Instituut, zich af.

We vertrouwen graag op de kracht van data. Data maken dingen inzichtelijk en overtuigen veelal beter dan verhalen.  En met de opkomst van goedkope sensortechnologie is er over steeds meer dingen data beschikbaar. Hoewel ik zelf ook graag een verhaal kracht bij zet met mooie gegevens en gek ben op visualisaties, vraag ik me af waar data hun autoriteit vandaan halen. En of we er soms niet te makkelijk op vertrouwen.

Kate Crawford waarschuwde laatst in een blog op Harvard Business Review voor de gevaren van data-fundamentalisme. Met data-fundamentalisme doelt zij op het onbetwiste vertrouwen in data dat zij steeds vaker tegenkomt. Het verzamelen, analyseren en visualiseren van gegevens is echter geen neutraal proces, stelt ze. In elke stap van dataverzameling tot aan datavisualisatie worden keuzes en interpretaties gemaakt, die beïnvloeden wat data uiteindelijk laat zien.

Mechanische objectiviteit een illusie

Wat voor een keuzes zijn dit, en waar komt het data-fundamentalisme vandaan? Om dat te begrijpen kunnen we het best beginnen bij het verzamelen van data. Sensoren lijken daarin een oplossing bieden voor het onbetrouwbare verzamelen van data door mensen. Menselijke onderzoekers of observatoren hebben bewust of onbewust een bias. Sensoren zijn nauwkeurig, hebben geen last van menselijke afwijkingen, en kunnen bovendien goedkoop en breed ingezet worden.

Wetenschap heeft een lange traditie van meetinstrumenten, die de onderzoeker op afstand plaatsen en ‘objectief’ data kunnen verzamelen. Maar deze mechanische objectiviteit is een illusie, met het meetinstrument wordt een keuze gemaakt welke gegevens wel en niet gemeten worden; hoe deze gekwantificeerd worden, etcetera. Er is een makkelijke parallel te trekken met de opkomst van fotografie. De foto werd in eerste instantie gezien als een manier om de werkelijkheid objectief te vangen, ten opzichte van teken en schilderkunst. Inmiddels zijn we ons ervan bewust dat we met elke foto een duidelijke selectie maken van het onderwerp (de data) en hoe die we vangen in de foto, en welke gegevens we hier bewust buiten laten.

Computationele objectiviteit

Met de opkomst van big data vervangen we de illusie van mechanische objectiviteit voor die van computationele objectiviteit. Niet alleen het verzamelen maar ook het analyseren van de gegevens kan meer en meer door machines worden uitgevoerd. Er kan gebruik gemaakt worden van bestaande datasets, of data die niet bewust verzameld wordt maar die we bijvoorbeeld automatisch genereren als we ons op het web begeven. Maar objectiviteit is hier net zo goed een illusie. Met de gegevens die beschikbaar zijn, de databronnen die geselecteerd worden, en hoe deze bronnen bewerkt worden voor ze geanalyseerd kunnen worden (data-scrubbing) worden bepalende keuzes gemaakt. Iets wat prachtig uitgewerkt wordt in het boek Raw Data is an Oxymoron. Er bestaat niet iets zoals rauwe data, zij is altijd geselecteerd en voorgekookt vanuit een bepaald doel; om iets zichtbaar te maken.

Daardoor zeggen data verschillende dingen. Afgelopen jaren oogstte Google veel bewondering met haar Google Flu Trends, waarmee nauwkeurige voorspellingen van het verloop van jaarlijkse griepepidemieën gemaakt worden. In 2012 zat Google er echter opeens goed naast. Ook de data van een gigant zoals Google zeggen niet altijd alles. Door veel media-aandacht werd er ongebruikelijk veel gezocht op griep-gerelateerde termen en gaven de gegevens van Google een verkeerd beeld van de werkelijkheid.

Visualiseren

Ook in het visualiseren van data loert data-fundamentalisme. Pete Warden verbaasde zich laatst over hoe makkelijk we vertrouwen in de plaatjes en gegevens die ons door commerciële bedrijven worden voorgeschoteld. In tegenstelling tot wetenschappelijke publicaties, is er geen peer review controle op het onderzoek en zijn de achterliggende data meestal ook niet openlijk beschikbaar.

The wonderful thing about being a data scientist is that I get all of the credibility of genuine science, with none of the irritating peer review or reproducibility worries.

Het voorbeeld waar Warden naar refereert is een datavisualisatie die hij heeft gemaakt van vriendennetwerken op Facebook in de Verenigde Staten.

The network visualization of drawing lines between the top ten links for each city had issues, but was defensible. The clustering was produced by me squinting at all the lines, coloring in some areas that seemed more connected in a paint program, and picking silly names for the areas.

De visualisatie van Warden werd door veel kranten overgenomen en zijn clustering werd gebruikt als bewijs voor sociale segregatie in de Verenigde Staten. Zonder dat er over na werd gedacht hoe deze clustering tot stand was gekomen. The Guardian bouwt voort op het stuk van Warden, maar stelt dat het probleem vooral ligt in de visualisaties. We zijn tot op zekere hoogte gewend om teksten kritisch te analyseren. Iets wat ons in scholen wordt aangeleerd. Maar tabellen, grafieken en visualisaties worden in onderwijs en daarna altijd gebruikt als een manier om eindresultaten te presenteren. We zijn niet getraind om hier kritisch naar te kijken, sterker nog: we zijn getraind om ze als duidelijke uitkomst te accepteren.

Er worden altijd keuzes gemaakt

Een aantal blogs van verschillende auteurs hebben zich hier in de afgelopen weken gewijd aan het kritisch denken over verschillende verhalen die datasets en analyses vertellen. Data worden daarin beschreven als een instrument en als kennis producerende technologie die vorm geeft aan wat ermee onderzocht wordt. Wat data representeren, hoe we het analyseren en visualiseren.

Het helpt niet om te denken dat als we de menselijke hand vervangen door algoritmen dat we dan tot ‘objectiever’ analyseproces kunnen komen. Keuzes worden altijd gemaakt, in de data of in het programmatuur van een algoritme. Wellicht kunnen we een stap maken van waarschuwen tegen data-fundamentalisme, naar het promoten van data-scepticisme. Opdat we ook analyses en visualisaties kritisch aan de kaak stellen. Naar mate meer beslissingen gedreven door data laten maken, wordt dit soort kritische data-geletterdheid belangrijker. Denk daar eens aan de volgende keer dat u een mooi plaatje ziet.

 

Toelichting: Bovenstaande visualisatie ‘map of the world’s most and least racially tolerant countries‘ werd door Washington Post gepubliceerd en werd kort daarna viraal verspreid via sociale media. Er bleek echter veel kritiek te zijn van verschillende sociale wetenschappers en journalisten op zowel de methodologie als de onderliggende data. Deze kritiek kreeg echter maar een honderdste van de aandacht op sociale media, aldus The Guardian.

Dit artikel van Jelte Timmer verscheen eerder op het blog Data Denkers.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

MAP: een nieuw bio-optisch kennissysteem

Technologische innovatie zonder precedent en een vernuftige toepassing van FUF-technologie. Compact, converteerbaar, zeer draagbaar en overal te gebruiken. Verder is MAP gemaakt van 100% recyclebaar materiaal, makkelijk te delen en past het in je broekzak ondanks een scherm van 48 inch. Bovendien is MAP voor meerdere doeleinden te gebruiken en niet onbelangrijk: jouw info wordt niet gedeeld.

Vorige Volgende