Kunst op zondag | Wat vind je er zelf van?

Waarin de auteur zich verontschuldigt voor een vorig stukje en hij u meeneemt in de wording van een kunstwerk.

Wat ik zelf van m’n stukje vond. Mevrouw Molovich bracht het voorzichtig. Niet best, zei ik. Nee, was niet best, vond zij ook. Ik legde uit hoe het zo gekomen was. Het was naar aanleiding van de Europese toezegging de Spaanse banken 100 miljard euri te lenen. Men hoopte daarmee, zo had ik een correspondent van de NOS horen zeggen, de markt gunstig te stemmen. Wat mij dan weer moedeloos stemde. Want elke keer als de politiek iets doet in de verwachting daarmee de markt gunstig te stemmen, dan weet je dat de markt de volgende dag heel even verveeld en plichtsgetrouw opflikkert, om vervolgens weer net zo ver terug te zakken.

Heb lak aan de markt, wilde ik schrijven. Hoe meer je de markt gunstig probeert te stemmen, hoe harder de markt in je bek schijt. Lap die kutmarkt aan je laars. Zet de markt buitenspel.

Maar toen bedacht ik de metafoor van het onverzadigbare monster dat op dieet moet, liet me meevoeren, werd verliefd, waarna ik, dronken van verliefdheid, mijn verhaal in een sprookje veranderde dat geheel en al op die vrij simplistische metafoor leunde. Het resultaat van mijn verliefdheid was een gedrocht.

Daarom nu maar even iets heel anders. Ik ga u meenemen in de wording van een kunstwerk. U kent de uitdrukking ‘Dat kan mijn driejarige neefje ook’, meestal geuit na confrontatie met een ettelijke miljoenen kostend kunstwerk. Dat kunstwerk is dan ook vaak gemaakt door een kunstenaar die het kind in zichzelf naar boven probeert te halen. Nu, zo dacht ik, laat ik mijn tweeënhalf jaar oude zoontje eens de opdracht geven een gezicht te tekenen. Door te beginnen met het hoofd. Daarna de neus. Daarna de mond. Et cetera. Op zich kent hij al die delen van het gezicht. Zet ‘m voor een Picasso en hij zal een neus herkennen als een neus, ook al bevindt die neus zich op de plek waar een normaal mens een oor heeft. Afijn, hier het resultaat.

Het hoofd kwam vrij dicht in de buurt van een hoofd.

De neus snapte ik ook nog wel. Ik kon er wel een neus in zien. Hij zat bovendien op de goede plek.

De ogen vond ik al wat vreemder. Twee verticale streepjes. In het blauw, dat wel. Het ene oog bevond zich naast het hoofd.

Wat betreft de kleur was de mond wel aardig getroffen. Maar een verticale mond die zich tussen de twee ogen in bevind… Hoe komt ie erbij?

Bij de oren begon ik voorzichtig aan de verstandelijke vermogens van mijn zoon te twijfelen. Het sloeg zo langzamerhand helemaal nergens meer op. Het portret was volledig van de werkelijkheid los gezogen.

Het haar snapte ik weer iets beter.

Toen ik zei: teken nu de wenkbrauwen en hij kwam hiermee, wist ik eigenlijk wel: hij doet maar wat, want volgens mij had hij nog nooit van het woord wenkbrauw gehoord. Ik had mijn zoon er als het ware ingeluisd. Niet netjes, ik weet het, maar soms moet je niet netjes zijn.

Nog twee wangetjes en het gezicht was klaar. Ik zie het Karel Appel nog niet doen. En niet alleen omdat hij dood is.

  1. 4

    volgens Picasso moet je de kwaliteiten van die 3 jarige proberen niet af te leren en koesteren.
    “Every child is an artist. The problem is how to remain an artist once we grow up.”

    van een andere orde: een glijbaan voor een zwembad waar je ongetwijfeld in vast blijft zitten. Iets met darmen en drollen. Tot nu toe heb ik nog niemand op een positieve uitspraak betrapt op dit gevaarte
    http://tinyurl.com/bpm8qku
    Wat zou de schepper er zelf van vinden? Take the money and run?
    te bewonderen op Art Basel