Hubris, Tjeenk Willink en het regeren

Het Griekse woord voor overmoed dringt zich op, bij het aanzien van het gespartel in de formatie. Er is een rechtse meerderheid, vindt rechts. De politiek is gepolariseerd, zegt men ook. Maar je moet wel goed kijken en tellen. De 76 zetels van de rechtse combinatie bleken ineens niet genoeg toen Klink zijn brief schreef: 76-3= 73. Maar toen hij uittrad weer wel: 76-2= 76. Of telt men inmiddels 2 SGP zetels mee?

Zoals ik hier eerder schreef (“Kromme tenen, Majesteit”) zullen individuele leden van CDA en VVD andere standpunten hebben, dan de ondersteunende PVV, vooral op principiële terreinen als mensenrechten, internationale betrekkingen en rechtsstaat. Omgekeerd ook: de PVV toont zich sociaal economisch eerder een natuurlijke bondgenoot van de SP, waarmee veel leden van de VVD en het CDA moeite zullen hebben. Maar over welke standpunten hebben we het dan? De Bloem der Natie heeft zich onder leiding van de heer Opstelten gebogen over een regeerakkoord, waar Rutte blij mee is, namens “rechts Nederland”. Maar waar gaat het echt over? Wat te doen met de woningmarkt? Met de arbeidsmarkt? Met de overheidsfinanciën? Met de hervorming van het openbaar bestuur? Met de pensioenen?

Rutte heeft zich veel veroorloofd, jegens de Koningin en zijn politieke collega’s. Beatrix had voor de afrekening maar drie uur nodig, maar Rutte had haar goed begrepen zo bleek bij de uitgang van het paleis. Misschien moet Thomas Ross over dit gesprek eens wat fantaseren en een leuke eenakter schrijven. Maar ook minder actieve partijen verdienen ons hoongelach. De sociaal-democraten, met wie sedert 1925 “alleen in uiterste noodzaak” mag worden geregeerd, begrijpen nog steeds niet hoe de weerzin tegen hen te vermijden. Sterker: die wordt aangemoedigd. De Telegraaf vindt bij een kopieermachine een strategienota van de PvdA over de komende oppositie. Een driedubbel fout:
– polarisatie en een rechtse combinatie ontstaan niet als natuurverschijnsel, maar pas als de twijfelaars bij VVD en CDA zijn geharnast in een strakke fractiediscipline;
– de mogelijke bondgenoten in de oppositie wegzetten als ouderwets (SP) of neoliberaal (D66 en GL) en in een adem de leiding claimen, is domme en arrogante politiek.

Informateur Tjeenk Willink moest even treuzelen, zo wil de publiciteit, om de effecten van Wilders’ speech op Grond Zero nog even mee te nemen. Maar ik denk aan een ander probleem. Het rechtse supertrio toonde tijdens het kamerdebat in hun lichaamstaal aan dronken te zijn van de naderende macht. Na zijn verkiezingsoverwinning riep den Uyl: “dat tweede kabinet Den Uyl komt er toch”. Maar het gebeurde niet. Hubris is een algemeen menselijke eigenschap, volgens de Griekse tragedie schrijvers. Ik hoef de informateur niet te adviseren, maar ik zou het wel weten:
– de combinatie VVD, CDA en gedogende PVV levert geen kans op een stabiele werkrelatie met de Staten Generaal;
– deze combinatie biedt onvoldoende kansen op radicale hervorming van de openbare financiën, openbaar bestuur, woningmarkt en arbeidsmarkt;
– de fragmentatie in de politiek wijst niet naar een duidelijke andere richting, die nog zou kunnen worden beproefd.

Als dit de conclusie is van de tussenronde van de informateur, dan komt de suggestie die ik al eerder deed weer in beeld. In een schets: laat drie oude rotten (Wiegel, Wijffels en Kok) een ontwerp regeerakkoord schrijven, ga daarover het debat aan met de Kamer en vorm daarna een zakenkabinet, met onafhankelijke maar binnen hun partij populaire personen.

Ooit bestond in Nederland de mode van het programcollege: het was nog lang voordat het woord dualisering werd gebruikt. Het probleem dat hierdoor groeide luidde: hoe houdt ik de fractie op een lijn? Tegen die praktijk protesterend leende ik een versje van Jan Arends:

“Wat een angstig gevoel
van vrede,
geeft het
als de fractievoorzitter
zijn bijl slijpt…”

  1. 1

    Tja een zakenkabinet is al jarenlang de natte droom van elke intellectueel maar het gaat er toch nooit komen, leg je er nou maar bij neer.

  2. 2

    Een aansprekend stuk. Alleen geloof ik niet dat Wiegel, Wijffels en Kok elkaar zullen inspireren. Eén + één + één wordt anderhalf.

    Mijn voorkeur gaat uit naar Wijffels, Rinnooy Kan en Louise O. Fresco. Die drie kunnen met elkaar een inspirerende motor zijn voor een goed regeerontwerp. Ofschoon Fresco wel wat moeite heeft het CDA-gehalte van Wijffels, zo bleek uit een van haar columns.

  3. 5

    “deze combinatie biedt onvoldoende kansen op radicale hervorming van de openbare financiën, openbaar bestuur, woningmarkt en arbeidsmarkt”

    Waarom is er uberhaupt een radicale hervorming nodig?

    In het verleden was zo’n zin een eufemisme voor meer marktwerking, wat weer een eufemisme is voor “u zoekt het maar lekker zelf uit”.

    Als we de burger nog meer marktwerking door de strot douwen, wordt de kloof alleen maar groter.

  4. 6

    Hervorming, die reactie doet er vooral toe. Met respect voor de anderen: Fresco is prima, anderen ook goed, het gaat om de benadering die afstand schept van de huidige bloem der natie.
    Maar de gedachte dat hervorming een ander woord is voor marktwerking prikkelt. Het probleem is dat dit land zo vast zit als een huis, met veel hypotheekaftrek. Ik bedoel: de geblokkeerde woningmarkt en het geruk en getrek tussen departementen en tussen provincies en gemeenten. Voor een deel zal marktwerking helpen, maar ik ben niet voor simpele oplossingen.
    Ook niet voor een status als Cassandra, maar ik heb nog steeds de overtuiging dat de nagestreefde rechtse combinatie een onding zal blijken en kort zal zitten.