Kunnen geheime diensten de democratie redden?

De geheime diensten AIVD en MIVD houden bedreigingen van de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde in de gaten. Wat mogen we van deze diensten verwachten nu in binnen- en buitenland autocratische tendensen in opmars zijn? Welke eisen mogen er gesteld worden aan inlichtingenoperaties en hoe moeten de diensten zich verhouden tot de politiek, eventuele autocratische neigingen van ministers of van de gekozen leden van het parlement? Interessante vragen, zeker sinds de kortstondige deelname van Wilders aan de regering Schoof en de opkomst van FVD bij de recente gemeenteraadsverkiezingen. In Democratie onder druk leggen Bart Jacobs en Rowin Jansen van de Radboud Universiteit de problematiek in heldere bewoordingen uit. De belangrijkste en tegelijk lastigste opgave: de diensten onafhankelijk maken van wisselende politieke stemmingen en er tegelijkertijd er voor zorgen dat ze niet als ‘staat in de staat’ los van elke verantwoording kunnen functioneren. Jacobs en Jansen laten in hun boek zien dat de geheime diensten anders dan in het verleden rekening moeten houden met allerlei wettelijke beperkingen. En er is nu ook uitgebreid toezicht op het handelen van de diensten: door de onafhankelijke Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en door de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) voor bepaalde operaties vooraf. De minister van Binnenlandse Zaken wordt in de Commissie voor Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (Commissie ‘Stiekem’) door fractievoorzitters van de vijf grootste partijen namens het parlement aangesproken op zijn verantwoordelijkheid voor de diensten. Aan de andere kant constateren de auteurs ook dat je met een vaag, niet exact gedefiniëerd begrip van nationale veiligheid nog alle kanten uit kan, zoals blijkt uit de ontwikkeling van autocratieën in de Verenigde Staten, Polen en Hongarije. Hun beschrijving van deze aftakeling van de democratie in de afgelopen jaren is bijzonder waardevol: zo werkt dat als er in een land leiders aan de macht komen die zich noch van de wet noch van de feiten iets willen aantrekken. En die de geheime diensten graag inzetten voor hun politieke doelstellingen, juist omdat ze geheim zijn. Een ‘politisering’ van de geheime diensten is onwenselijk, maar moeilijk te voorkomen. De beste garantie zit ‘m denk ik toch in de keuze van politiek verantwoordelijke bewindslieden die respect hebben voor de democratie en de rechtsstaat. Maar de politisering van de diensten kan, zo schrijven de auteurs, ook van onderop komen. ‘Een eenzijdig, politiek gekleurd personeelsbeleid brengt in het bijzonder bij geheime diensten de risico’s van groepsdenken, tunnelvisie en ideologische verblinding met zich mee’. Het is jammer dat in het boek naast de als waarschuwing bedoelde voorbeelden van hedendaagse autocratieën elders nauwelijks verwezen wordt naar de geschiedenis van de Nederlandse diensten. De BVD was in de Koude Oorlog volledig gepolitiseerd, mede dankzij het bewust eenzijdige personeelsbeleid van de eerste baas Louis Einthoven. Jacobs en Jansen schrijven dat Nederland ‘geen historie heeft van ministers die de diensten inzetten voor politieke doeleinden’. Een stelling die ze even daarna zelf onderuit halen als ze verwijzen naar de oprichting door de BVD van een ‘maoïstische schaduwpartij om de eenheid onder Nederlandse communisten te breken’ (project Mongool). Deze operatie vond plaats met goedkeuring van toenmalig minister. Daaraan vooraf gingen nog enkele andere operaties ter ontregeling van een in het parlement vertegenwoordigde partij. Het project Toekomst beoogde met psychologische oorlogsvoering via door de BVD samengestelde ‘kaderbrieven’ de interne partijstrijd in de CPN aan te wakkeren. Die strijd liep in 1958 uit op een splitsing en de oprichting van een nieuwe dissidentenpartij, de Socialistische Werkerspartij. De BVD leverde voor deze partij zowel financiën als mankracht. In het mede door de CIA gefinancierde project Phoenix trachtte de dienst vervolgens via de SWP het conflict over de koers van het communisme internationaal aan te wakkeren. Dit alles met instemming van de verantwoordelijke bewindslieden, en buiten medeweten van het parlement. Een discutabel punt van Democratie onder druk vind ik verder het toch redelijk grote vertrouwen van de auteurs in de letter van de wet. Natuurlijk moet de bescherming van grondrechten en de democratische rechtsstaat goed geregeld worden in wetten die het werk van de geheime diensten regelen. Maar het vervelende van autocratische regimes is nu juist dat hun leiders die wetten gewoon naast zich neerleggen als die hun doelen in de weg zitten. Dictators regeren zoals de auteurs het noemen post-truth en post-rules. Om een democratie tegen de dictatuur te beschermen is dus meer nodig dan degelijke wetgeving. Veel wetgeving is ook ‘poreus’, erkende Rowin Jansen in een radiointerview. Om het zoeken naar mazen in de wet moeilijker te maken adviseren de auteurs daarom de diensten te onderwerpen aan een ‘autocratische stresstest’ om zwakke plekken te identificeren en geitenpaadjes voor kwaadwillende politici te versperren. Ze beschrijven daarvoor een aantal worstcasescenario’s op basis van de besproken buitenlandse voorbeelden. Een van die scenario’s is de mogelijkheid dat autocraten de wettelijk geregeld diensten negeren en een nieuwe dienst oprichten die ze geheel naar eigen goeddunken kunnen inrichten. Daarbij verwijzen de auteurs terecht ook naar de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) van het Ministerie van Justitie en het inmiddels opgedoekte Land Information Manoeuvre Centre (LIMC) bij het Ministerie van Defensie. Het zijn recente Nederlandse voorbeelden van diensten die buiten de geregelde en gecontroleerde AIVD en MIVD om onrechtmatig binnenlandse spionageactiviteiten hebben ondernomen. Zonder degelijke juridische basis. ‘Ik koos er bewust voor om niets te regelen. Dat geeft alleen maar gezeur’, zei Tjibbe Joustra die de voorloper van de NCTV aanstuurde. Jacobs en Jansen vinden dat deze organisatie ‘een zinvolle taak’ vervult, maar betreuren het gebrek aan regelgeving. Maar kan regelgeving onrecht voorkomen als de leiding van een dienst er heel bewust zo min mogelijk van wil weten? Naast het geloofwaardige scenario van de oprichting van nieuwe diensten beschrijven Jacobs en Jansen voor hun autocratische stresstest ook een case waarin de minister ‘hem onwelgevallige operaties van de diensten’ wil blokkeren. Bijvoorbeeld een progressieve minister die weigert zijn handtekening te zetten voor operaties naar targets die actief zijn binnen de radicale milieubewegingen. Misschien willen de auteurs met dit voorbeeld hun adviezen ook acceptabel maken voor rechtse politici. Ik vind dat jammer. De druk op de democratie komt van rechts. Laten we daar duidelijk over zijn. Dit boek biedt daarvoor op zichzelf al voldoende bewijs. Geheime diensten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan de bescherming en instandhouding van de democratie. Dat stelt wel heel hele hoge eisen. Niet alleen aan de wetgeving maar ook aan de praktijk van hun operaties, het toezicht en de rol van de verantwoordelijke politici. Democratie onder druk is ondanks het gemis van een stukje geschiedenis en het overmatige vertrouwen in regels een welkom uitgangspunt om het debat hierover te voeren. Bart Jacobs & Rowin Jansen, Democratie onder druk; over de geheime diensten in turbulente tijden. Uitgeverij Querido, Prijs: € 18,50

Quote du Jour | Als ik alle Belgische vrouwen was…

QUOTE - … dan gingen we morgen staken. Want ik ben echt niet van de hard harder hardst-straffen brigade, en geloof in tweede kansen en dat een straf ook tot doel moet hebben om de dader te resocialiseren. Maar als ik dit artikel lees, waaronder

De vriend bewerkte het filmpje met een liedje en een filter en stuurde het naar de andere man. Die heeft het filmpje later verder verspreid. De mannen namen de vrouw na de verkrachting in de auto mee naar het huis van een van hen, waar ze opnieuw is verkracht.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Arun Geetha Viswanathan on Unsplash

De staat als fort

COLUMN - Bij de Belastingdienst is vorig jaar een datakluis aan het licht gekomen met 64 miljoen documenten, waarvan ongeveer 24 miljoen bestanden ook daadwerkelijk inhoudelijk relevant zijn. Daar zitten documenten bij over het toeslagenschandaal die dus niet konden worden betrokken bij het onderzoek van de parlementaire enquêtecommissie. Het bestaan van de datakluis is pas onlangs gemeld aan de Tweede Kamer. Er zou ook belangrijke informatie in zitten over de gaswinning in Groningen. In het eindrapport Groningers boven gas (2023) stelde de gas-enquêtecommissie dat de beroerde informatievoorziening de democratische controle ‘ernstig’ ondermijnt. Volgens ambtenaren is het duidelijk dat de informatiehuishouding van de Belastingdienst al vijftien tot twintig jaar niet op orde is.

Al in oktober vorig jaar zijn de toenmalige staatssecretarissen Heijnen en Palmen geïnformeerd dat er in de datakluis informatie zat, die aan de parlementaire enquêtecommissie fraudebeleid en dienstverlening geleverd had moeten worden. Maar pas op 15 april werd de Kamer hierover geïnformeerd door de nieuwe staatssecretaris Eelco Eerenberg (Belastingen en Toeslagen) en zijn collega Palmen. Dat kwam door tegenwind uit het ambtelijk apparaat waar bezwaar werd gemaakt tegen de Kamerbrief van Eerenberg en Palmen, de verantwoordelijke bewindslieden in het nieuwe minderheidskabinet. Zo schreven ambtenaren in een concept dat de kluis ‘geen geheim’ was, omdat de Kamer hierover in april 2019 al zou zijn geïnformeerd.

Foto: Monument Universal Links on Human Rights (1995) Tony O'Malley William Murphy (cc)

Kabinet-Jetten: Gooi mensenrechten niet overboord om migratie te beperken

COLUMN - van Lize Glas, Jasper Krommendijk en Annick Pijnenburg

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermt ons al meer dan 70 jaar tegen bijvoorbeeld foltering en discriminatie en beschermt onder andere het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy. Toch dreigen deze mensenrechten op een Europese top op 15 mei 2026 ten onrechte deels overboord gegooid te worden. Hieraan liggen twee motieven ten grondslag.

Allereerst zou het EVRM, zoals Tweede Kamerlid Boomsma (JA21) eind maart bij Nieuwsuur zei, ‘steeds verderstrekkend geïnterpreteerd’ worden ‘op een manier die nooit door politici zo bedoeld is’ dan toen zij het verdrag opstelden in 1950. Boomsma wees ter illustratie op de klimaatrechtspraak van het Europese Mensenrechtenhof die Zwitserland zou verplichten om miljarden aan klimaat uit te geven. In een motie uit juni 2025 wees onder anderen Boomsma ook met de vinger naar de migratierechtspraak van hetzelfde Hof dat “de ruimte voor het asielbeleid in verregaande mate” zou beperken.

Het EVRM interpreteren zoals in 1950 de bedoeling was, is duidelijk onwenselijk. De opstellers van het verdrag hadden ideeën die de meesten van ons als gedateerd of zelfs racistisch zouden zien. Zo verklaarde Nederland het verdrag niet van toepassing op Nieuw-Guinea omdat de bevolking onvoldoende ontwikkeld zou zijn en hadden de opstellers van het verdrag niet direct vrouwen voor ogen wanneer zij dachten aan mensenrechten. Bovendien voorzagen de opstellers niet in welke context het EVRM nu moet worden toegepast. Zo is het recht op privéleven van toepassing op ‘correspondentie’: brieven in de context van de jaren 50. Als het Mensenrechtenhof dit recht niet van toepassing had verklaard op mails en appjes, zou dit recht nu irrelevant zijn.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Markus Spiske on Unsplash

Haatzaaien en OM: Nog een uitzondering?

Eerder deze week schreven we al over het besluit van het OM om Geert Wilders niet te vervolgen vanwege een racistische campagneafbeelding. De kern daarvan was simpel: racisme lijkt in Nederland steeds minder strafbaar zodra het een politiek nut dient. Politieke context fungeert steeds vaker als beschermlaag waarachter uitspraken verdwijnen die buiten de Haagse arena grote problemen zouden opleveren.

De aangifte tegen PVV-Kamerlid Gidi Markuszower legt daar nu een veel ernstiger vraag naast. Markuszower stelde dat Palestijnen “misschien met nog meer geweld dan waar ze vandaan komen” tegengehouden moeten worden, en wat hem betreft in Gaza mogen “verpieteren”. Dat is geen abstract frame meer, geen “kritiek op immigratie”, geen debat over integratie of grenzen. Hier komt expliciet geweld in beeld. Niet als verspreking, maar als politiek taalgebruik richting een compleet volk.

En precies daarom zou niet-vervolgen hier een fundamenteel kantelpunt zijn.

Het Nederlandse recht kent bewust hoge drempels rond politieke uitingen. Alleen bestaat die bescherming uiteindelijk bij de gratie van één impliciete grens: dat politici geen vrijbrief krijgen om groepen structureel te ontmenselijken of geweld tegen hen te legitimeren. Als zelfs dit juridisch irrelevant blijkt zodra een Kamerlid het zegt, blijft er inhoudelijk nauwelijks nog een grens over.

Foto: nyghtowl (cc)

Als niet de daad, maar de dader het meeste telt

Er bestaat het idee in het strafrecht dat sommige daders minder straf verdienen dan andere omdat ze “te veel te verliezen hebben”. Een baan, een opleiding, een netwerk, een toekomst die nog openligt. Het klinkt redelijk. Tot je het consequent toepast.

Neem de recente uitspraak, in België: een 26-jarige student, in de rol van schachtentemmer (een oudere student met gezagspositie over eerstejaars tijdens ontgroening), werd schuldig bevonden aan verkrachting, maar kreeg een opschorting. Geen effectieve straf, wel voorwaarden en toezicht. De rechtbank woog onder meer een blanco strafblad en persoonlijke omstandigheden mee. De toekomst van de dader werd onderdeel van de strafmaat.

Daar schuift iets fundamenteels. Straf hoort te volgen uit ernst, schuld en schade. Zodra persoonlijke omstandigheden structureel strafverminderend werken, verschuift het criterium van daad naar dader. Dan ontstaat een systeem waarin twee identieke feiten verschillende uitkomsten krijgen omdat de ene dader een toekomst heeft en de ander vooral een verleden.

Het recidive-argument wordt vaak ingezet als rechtvaardiging, ook in Nederland. Wie een stabiel leven heeft, zou minder snel opnieuw de fout ingaan. Alleen wringt daar iets. Diezelfde stabiliteit geldt normaal gesproken als rem op criminaliteit. Als iemand ondanks die omstandigheden tóch over de grens gaat, zegt dat iets over de werking van die rem. De vraag verschuift dan: waarom gebeurde dit ondanks alles wat het had moeten voorkomen?

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Foto: Ian Britton (cc)

Als preventie regeert, wordt de politie het probleem

Het klinkt fijn: misdaad voorkomen in plaats van achteraf opruimen. Minder slachtoffers, minder schade, efficiënter gebruik van capaciteit. Wie kan daartegen zijn. Toch wringt hier iets fundamenteels. Op het moment dat politie zich richt op wat mogelijk gaat gebeuren in plaats van wat feitelijk is gebeurd, verschuift het hele systeem van rechtshandhaving.

De recente plannen om de politie meer ruimte te geven om sociale media te doorzoeken passen naadloos in die logica. Niet wachten tot iemand een strafbaar feit pleegt, maar alvast meekijken, signaleren en ingrijpen. De belofte is veiligheid. De prijs is een steeds meer structurele verschuiving van handelen naar vermoeden.

Capaciteit verdampt in waarschijnlijkheden

Politiecapaciteit is eindig. Elke inzet op preventieve monitoring gaat ten koste van het oplossen van daadwerkelijk gebeurde misdrijven. Dat is geen ideologisch punt, dat is een rekensom. Het doorzoeken van sociale media, het analyseren van patronen, het volgen van risicoprofielen levert vooral veel ruis op en een kleine hoeveelheid bruikbare signalen.

De opbrengst per geïnvesteerd uur is laag. Ondertussen blijven zaken liggen die wél hebben plaatsgevonden en waar slachtoffers op antwoord wachten. Preventie verkoopt zich als efficiëntie, maar functioneert in de praktijk ook vaak als verdunning.

Selectie creëert zijn eigen werkelijkheid

Foto: Avaaz (cc)

Buigen voor de macht

COLUMN - Meta heeft opnieuw een groot aantal Instagramaccounts van queerclubs, nachtclubs en lhbti-vriendelijke organisaties zonder waarschuwing verwijderd. Daaronder ook accounts die al eerder een keer waren verwijderd, maar na bezwaar weer hersteld waren. Er zijn accounts die meerder malen zijn verwijderd. Het patroon is telkens hetzelfde: accounts verdwijnen plotseling, beheerders krijgen geen concrete reden en pogingen om bezwaar te maken lopen vast. Volgens Martha Dimitratou, directeur van Repro Uncensored, speelt de manier waarop moderatiesystemen werken een sleutelrol. „We zien dat conservatieve groepen gecoördineerd accounts massaal rapporteren”, zegt ze. „Als zo’n melding vaak genoeg voorkomt, grijpt het systeem in.” Dat systeem is grotendeels geautomatiseerd. Kunstmatige intelligentie analyseert patronen en koppelt accounts aan elkaar. „Als één account wordt verwijderd, kan dat een domino-effect veroorzaken”, zegt Dimitratou.

Maar het gaat hier natuurlijk niet om moderatiesystemen of kunstmatige intelligentie. Zuckerberg heeft zich vorig jaar al verkocht aan Trump. En hij was niet de enige. Met als gevolg dat de Amerikaanse mediawereld voor een groot deel onderworpen is aan censuur en desinformatie. Ook de wetenschap wordt getroffen door het verbod op verspreiding van informatie die raakt aan diversiteit, gelijkheid en inclusie. Uit bibliotheken en scholen zijn inmiddels stapels boeken verdwenen over slavernij, gender, woke en alles wat de president niet blieft.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: "NATO Secretary General visits the United States" by NATO is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

‘Trumppaaien’ of internationaal recht steunen. Een duivels dilemma?

OPINIE - door Laurien Crump

De presentatie van het jaarverslag van de NAVO donderdag 26 maart, stond in het teken van de steun van de secretaris-generaal aan de onrechtmatige Amerikaans-Israëlische oorlog in Iran. Het leek wel een déjà-vu van de NAVO-top in juni vorig jaar, toen de Amerikaanse bombardementen op Iran alle persconferenties domineerden. Wederom heeft een roekeloze actie van Trump de NAVO op 1-0 achterstand gezet. Wederom zoekt Rutte zijn heil in het alles op alles zetten om Trump gunstig te stemmen. Waar het aan de vooravond van de NAVO-top beperkt bleef tot Whatsappjes vol met lof, zei de NAVO-chef dit keer op Amerikaanse televisie dat de Amerikanen Trump moesten steunen, omdat hij onze veiligheid waarborgt. En dat een dik half jaar voor de Amerikaanse midterm-verkiezingen. Internationale media tuimelen over Rutte heen met kritiek. De NAVO-secretaris generaal hoort immers de stem van alle NAVO-landen te laten horen (inclusief de kritische premier Sánchez) en steunt hiermee verdere afbreuk van internationaal recht.

In de Nederlandse media is er een ander debat losgebarsten. Behalve alle kritische geluiden zijn er ook journalisten die de kritiek op Rutte als ‘gemakzuchtig’ bestempelen en beargumenteren dat Rutte geen andere keus heeft. Het is Ruttes taak om de Amerikanen – koste wat kost – binnenboord te houden; zonder de Amerikanen is er geen NAVO meer en zonder Amerikaanse steun zou Oekraïne verloren zijn. Het debat wordt geframed als een tegenstelling tussen ‘principes’ (de critici) en ‘pragmatisme’, tussen ‘gemakzucht’ en ‘politiek vernuft’, en tussen internationaal recht en internationale veiligheid. Natuurlijk wordt Rutte geconfronteerd met een duivels dilemma en is hij bepaald niet de enige die voor Trump buigt. Hetzelfde geldt voor de Tweede Kamer: een motie om de oorlog in Iran te veroordelen als ‘een schending van het internationaal recht’ werd alleen door de indieners gesteund (DENK, GroenLinks-PvdA, SP, PvdD en Volt).[1] De geschetste tegenstelling tussen principes en pragmatisme is echter een valse tegenstelling.

Foto: Lad Hara Caingcoy on Unsplash

De wereldwijde repressie van het maatschappelijk middenveld

CIVICUS is een internationale alliantie die zich inzet voor de versterking van burgerparticipatie en het maatschappelijk middenveld wereldwijd. De organisatie brengt elk jaar een rapport uit waarin de ruimte voor burgeracties in beeld wordt gebracht. Dat gaat dan over het respect in beleid, wetgeving en praktijk voor de vrijheid van vereniging, meningsuiting en vreedzame vergadering en de mate waarin staten deze fundamentele rechten beschermen. Het rapport over 2025 is onlangs gepubliceerd. Het laat een aanmerkelijk daling zien van de ruimte die burgers krijgen, ook in het rijkere deel van de wereld. 

Slechts 39 van de 198 landen en gebieden hebben nu een open burgerlijke ruimte-rating, wat aangeeft dat fundamentele vrijheden in die landen over het algemeen worden gerespecteerd, vergeleken met 83 landen die nu worden beoordeeld als landen met een repressieve of totaal gesloten burgerlijke ruimte, wat wijst op routinematige onderdrukking van fundamentele burgerlijke vrijheden. Drieënzeventig procent van de wereldbevolking leeft onder deze beperkte omstandigheden. Bijna 31 procent woont in landen waar de burgerlijke ruimte volledig gesloten is. Dat zijn dan landen in het Midden-Oosten, China en Rusland. In Europa verschuiven Frankrijk, Duitsland en Italië van een beoordeling als ‘beperkt’ naar ‘belemmerd’, wat wijst op een verslechterend klimaat voor het maatschappelijk middenveld in de Europese Unie (EU). Georgië en Servië vallen in de categorie ‘repressief’, de op één na slechtste beoordeling voor de burgerlijke ruimte, en Zwitserland in de categorie ‘beperkt’, net als Nederland. Nederland krijgt een score van 75/100 vanwege repressie van Extinction Rebellion op straat en de tegenwind van de Tweede Kamer waar een motie van JA21 werd aangenomen om XR de ANBI status te ontnemen. Europese landen die het beter doen zijn onder andere Noorwegen, Estland, IJsland en Portugal. De ratings zijn gebaseerd op rapportages van met CIVICUS geliëerde organisaties en onderzoeksinstellingen op het gebied van burgerlijke vrijheden. 

Foto: "Non-violence" by riacale is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

Het Nederlands belang en de internationale rechtsorde

COLUMN - van Mr. Drs. Kees Homan

Terwijl inkomende raketten dood en verderf zaaien onder onschuldige Iraanse burgers hield een bijzonder assertieve Tweede Kamer op 12 maart 2026 een debat, waarin onze grondwettelijke bevordering van de “internationale rechtsorde” en “internationaal recht” centraal stonden.

Minister van Buitenlandse Zaken, Tom Berendsen, had eerder op 2 maart 2026 in de Tweede Kamer al laten weten wel “begrip” te kunnen opbrengen voor de aanvallen op Iran. Op de vraag of die aanvallen in strijd zijn met het internationaal recht antwoordde hij op 12 maart 2026 in de Kamer: “Dat is niet aan mij om te beoordelen,”. “Dit kabinet vindt het internationaal recht belangrijk,” voegde hij daar nog aan toe. “Tegelijkertijd wil ik ook eerlijk zijn dat het internationaal recht niet het enige kader is dat je op deze situatie kunt leggen.” We moeten een meer realistische koers varen, zei hij, en daarin is maar beperkt ruimte voor het internationaal recht. Want uiteindelijk draait het, zo zei hij, om het “Nederlands belang in het buitenland” terwijl we “door de mist van de nieuwe wereldorde varen”.

Hoewel het internationaal recht cruciaal is voor het voorkomen van conflicten en het reguleren van grensoverschrijdende kwesties, staat de naleving ervan in de huidige politieke context dus vaak onder druk.

Foto: Andrew Heald on Unsplash

Camera in Beeld: het illegale surveillancenetwerk van de politie

De politie presenteert “Camera in Beeld” als een onschuldig register. Een database waarin te zien is waar camera’s hangen, zodat agenten bij incidenten snel kunnen aankloppen voor beelden. Samen werken aan veiligheid, dat soort werk.

Deze database wordt gevuld door burgers die vrijwillig hun deurbelcamera’s registreren en daarmee de overheid helpen bij het oplossen van misdaden. Mooi toch? Maar bij nadere beschouwing blijkt dat eigenlijk alleen camera’s die de wet overtreden voor de politie waardevol zijn. Camera’s die zich aan de AVG houden, filmen beperkt. Ze maskeren de openbare ruimte. Ze registreren alleen eigen terrein. Ze bewaren kort. Hun bruikbaarheid voor opsporing blijft zo goed als nihil.

De camera’s die wél veel opleveren, doen precies het omgekeerde. Ze filmen stoepen, straten, portieken, buren en voorbijgangers. Ze missen waarschuwingsborden. Ze staan te ruim afgesteld. Ze registreren permanent. Juridisch gezien onrechtmatig, praktisch gezien uiterst bruikbaar.

Die beelden vormen de kern van het systeem.

De infrastructuur draait daarmee op overtredingen van burgers. Wie zich aan de regels houdt, levert nauwelijks materiaal. Wie de privacywet negeert, wordt leverancier. Het systeem selecteert impliciet op illegaliteit.

Wat er meestal ook niet bij wordt verteld: die beelden kunnen worden opgevraagd en gebruikt zonder voorafgaande rechterlijke toetsing. Geen onafhankelijke afweging. Geen proportionaliteitstoets door een rechter-commissaris. Een vordering op basis van het Wetboek van Strafvordering volstaat. Wie zo’n verzoek krijgt, moet meewerken. “Camera in Beeld” fungeert daarmee als infrastructuur waarmee de politie snel toegang krijgt tot particuliere surveillancedata, zonder voorafgaande rechterlijke toetsing.

Volgende