Wie bestuurt de digitale stad

In het publieke debat over digitalisering ligt de nadruk vaak op privacy, cybersecurity en innovatie. Minder aandacht is er voor een fundamenteler vraagstuk: wie heeft feitelijk de zeggenschap over de digitale infrastructuur waarop onze overheid en publieke dienstverlening draaien? Hoewel Nederland en Europa steeds meer digitale regels maken, zijn zij voor de uitvoering in hoge mate afhankelijk van private – vaak niet-Europese – technologiebedrijven. Een gastbijdrage van Bas Guldemond over digitale afhankelijkheid, democratische zeggenschap en publieke digitale voorzieningen. Ik schrijf dit artikel op een terras naast de oude beurs in Brussel, een gebouw dat ooit het kloppend hart vormde van de Europese handel. Mensen lopen voorbij, de stad ademt geschiedenis, maar mijn gedachten gaan naar Nederland. Naar de manier waarop een groot deel van onze digitale samenleving – van gemeentelijke dienstverlening tot vitale overheidsvoorzieningen – weliswaar in Brussel onderwerp is van politieke besluitvorming, maar elders wordt ontwikkeld en beheerd. De macht die onze digitale samenleving vormgeeft, bevindt zich namelijk niet uitsluitend op de plaatsen waar wetten en regels worden vastgesteld. In Brussel worden kaders gecreëerd die bepalen hoe technologie moet functioneren, maar de systemen waarop onze publieke dienstverlening steunt, worden veelal buiten het directe bereik van de Nederlandse en Europese overheid ontworpen, onderhouden en aangepast. De keuzes die ons dagelijks digitaal leven beïnvloeden, worden daardoor niet altijd gemaakt waar democratische verantwoording het sterkst is georganiseerd. In Nederland wordt die kwetsbaarheid meestal pas zichtbaar wanneer digitale voorzieningen uitvallen. Storingen bij cloudleveranciers, onverwachte software-updates of beveiligingsmaatregelen met onvoorziene gevolgen laten zien hoe beperkt de handelingsruimte van publieke organisaties soms is. Gemeenten kunnen tijdelijk geen digitale diensten aanbieden, zorginstellingen verliezen toegang tot cliëntgegevens en uitvoeringsorganisaties worden geconfronteerd met systemen waarvan de werking slechts gedeeltelijk inzichtelijk is. Zulke gebeurtenissen worden vaak beschouwd als technische incidenten, terwijl zij vooral een structureel probleem blootleggen: een belangrijk deel van onze publieke dienstverlening rust op technologie die niet volledig in publieke handen is en waarvan de werking niet altijd kan worden aangepast wanneer dat noodzakelijk is. Deze voorbeelden maken duidelijk dat macht in de digitale samenleving niet verdwijnt, maar van plaats verandert. Overheden werken met systemen waarvan zij de interne werking lang niet altijd volledig kunnen doorgronden. Broncode blijft eigendom van leveranciers, algoritmen zijn vaak gesloten en cloudplatforms vallen regelmatig onder buitenlandse wetgeving. Contracten verschaffen toegang tot functionaliteit, maar geven zelden doorslaggevende invloed op de technische inrichting. Gemeenten kunnen updates niet altijd uitstellen, ministeries hebben geen directe toegang tot de logica van een algoritme en toezichthouders beschikken niet altijd over de middelen om technische keuzes af te dwingen. De formele verantwoordelijkheid blijft onverminderd bij de overheid liggen, terwijl een deel van de feitelijke invloed verschuift naar de partijen die deze systemen ontwikkelen, hosten en onderhouden. Zo ontstaat een bestuurlijke verhouding waarin publieke organisaties wel verantwoordelijk zijn voor de uitkomsten, maar slechts beperkt kunnen sturen op de middelen waarmee die uitkomsten tot stand komen. Niet omdat overheden geen besluiten meer nemen, maar omdat de ruimte waarbinnen zij kunnen handelen mede wordt bepaald door technologie die zij niet volledig bezitten of beheersen. DigiD DigiD laat zien hoe groot het belang van deze ontwikkeling is. Miljoenen Nederlanders gebruiken het dagelijks om toegang te krijgen tot overheidsdiensten. Het systeem vormt daarmee een essentiële schakel tussen burger en overheid. Tegelijkertijd maakt DigiD deel uit van een bredere digitale keten waarin publieke en private partijen nauw met elkaar verweven zijn. Wanneer zo'n voorziening uitvalt of kwetsbaar blijkt, raakt dat niet alleen een technische dienst, maar ook de mogelijkheid van burgers om hun rechten uit te oefenen. Digitale systemen bepalen daarmee niet alleen hoe de overheid functioneert, maar ook hoe toegankelijk de overheid voor burgers is. Wie deze ontwikkeling wil begrijpen, moet onvermijdelijk ook naar Brussel kijken. Daar worden de regels vastgesteld voor onderwerpen als datadeling, cloudgebruik, algoritmische transparantie en digitale veiligheid. Europa oefent daarmee steeds meer invloed uit op de voorwaarden waaronder technologie wordt ingezet. Toch blijft er een wezenlijk verschil bestaan tussen regelgevende bevoegdheid en technologische slagkracht. Europese wetgeving kan eisen stellen aan veiligheid, privacy en transparantie, maar heeft veel minder invloed op de systemen waarop publieke dienstverlening daadwerkelijk draait. Nederlandse overheden moeten aan die Europese regels voldoen, terwijl zij voor de uitvoering veelal gebruikmaken van technologie die door private, vaak niet-Europese ondernemingen wordt ontwikkeld en beheerd. Gemeenten werken met software waarvan de technische keuzes buiten Europa worden gemaakt. Ministeries voeren Europese richtlijnen uit op platforms die vallen onder buitenlandse bedrijfsmodellen en juridische regimes. Zo ontstaat een dubbele spanning: Nederland en Europa bepalen in toenemende mate de spelregels, terwijl de technologische basis waarop die regels worden uitgevoerd grotendeels elders ligt. Digitale autonomie Een veelgehoord bezwaar is dat volledige digitale autonomie een illusie is. Nederland is een relatief klein land en kan onmogelijk alle software, cloudvoorzieningen en hardware zelf ontwikkelen. De vraag is daarom niet hoe Nederland iedere digitale toepassing zelf kan ontwikkelen. De wezenlijke vraag is onder welke voorwaarden vitale publieke diensten mogen steunen op technologie die buiten onze directe invloed wordt ontworpen en beheerd. Digitale autonomie is daarmee geen pleidooi voor isolatie, maar voor publieke regie. Niet zelf alles bouwen, maar ervoor zorgen dat essentiële systemen begrijpelijk, beïnvloedbaar en uiteindelijk ook corrigeerbaar blijven. Terwijl ik mijn laptop dichtklap, kijk ik nog één keer naar de gevel van het Beurspaleis. De stenen vertellen een geschiedenis van handel, macht en politieke keuzes. Eeuwenlang waren dat de plaatsen waar economische invloed zichtbaar was. Vandaag bevindt een belangrijk deel van die macht zich in datacenters, softwareplatforms en cloudomgevingen die zich grotendeels aan het zicht van burgers onttrekken. Brussel belichaamt daarmee een opmerkelijke paradox. Het is de politieke hoofdstad waar de regels voor de digitale samenleving worden vastgesteld, terwijl de technologische fundamenten waarop die samenleving draait veelal elders worden ontworpen en beheerd. Dat maakt de vraag urgenter dan ooit: niet alleen hoe Europa technologisch weerbaarder wordt, maar vooral hoe democratische zeggenschap opnieuw verbonden kan worden met de systemen waarop onze publieke dienstverlening steunt. Want uiteindelijk gaat dit debat niet alleen over technologie. Het gaat over de inrichting van de democratische rechtsstaat in een digitale samenleving. Wie bepaalt de voorwaarden waaronder burgers toegang hebben tot publieke voorzieningen? Wie kan ingrijpen wanneer vitale systemen niet langer aansluiten bij publieke waarden? En wie draagt uiteindelijk de verantwoordelijkheid wanneer die systemen falen? Zolang op die vragen geen overtuigend democratisch antwoord bestaat, blijft digitale autonomie een onvoltooide opdracht. Pas wanneer publieke verantwoordelijkheid en technologische macht weer dichter bij elkaar worden gebracht, kunnen we werkelijk zeggen dat de digitale staat van ons allemaal is.

Foto: Mr MdR (cc)

Het geweldsmonopolie vraagt om meer dan collegiale loyaliteit

Een zwangere vrouw die in mei tijdens een politieoptreden in een asielzoekerscentrum in Zeist hard tegen de grond werd getrokken, doet aangifte tegen de betrokken agenten. Volgens haar advocaat gaat het om mishandeling of poging tot zware mishandeling en schending van de geweldsinstructie. De vrouw stelt dat zij na het incident vroegtijdige weeën kreeg en psychisch letsel opliep.

Die aangifte is belangrijk, los van de vraag hoe een rechter uiteindelijk over deze zaak zal oordelen. Ze legt namelijk een fundamenteler probleem bloot: de manier waarop de politie reageert wanneer er serieuze vragen worden gesteld over het eigen geweldsgebruik.

Vrijwel direct na het incident volgde de boodschap dat het geweld “noodzakelijk” was. Later bleek dat een interne geweldscommissie tot dezelfde conclusie was gekomen. Op de vraag of het geweld ook proportioneel en volgens de regels was toegepast, gaf de politie geen inhoudelijk antwoord. Dat zou onderdeel zijn van een interne procedure die niet openbaar wordt gemaakt.

En dat is gek. De politie beschikt als enige organisatie over het wettelijke geweldsmonopolie. Dat is een uitzonderlijke positie, gebaseerd op vertrouwen. Burgers accepteren dat agenten geweld mogen gebruiken omdat zij ervan uit mogen gaan dat elk gebruik van geweld onafhankelijk, kritisch en transparant wordt beoordeeld.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Quote du Jour | Als ik alle Belgische vrouwen was…

QUOTE - … dan gingen we morgen staken. Want ik ben echt niet van de hard harder hardst-straffen brigade, en geloof in tweede kansen en dat een straf ook tot doel moet hebben om de dader te resocialiseren. Maar als ik dit artikel lees, waaronder

De vriend bewerkte het filmpje met een liedje en een filter en stuurde het naar de andere man. Die heeft het filmpje later verder verspreid. De mannen namen de vrouw na de verkrachting in de auto mee naar het huis van een van hen, waar ze opnieuw is verkracht.

Foto: Erik Mclean on Unsplash

De burgemeester en de lokale pers

Het vertrouwen in de democratie begint dicht bij huis. De ervaring van zeggenschap over de eigen omgeving kan een belangrijke stimulans zijn voor politieke participatie. Omgekeerd is het -al dan niet aangeblazen gevoel- dat je er niets over te zeggen hebt funest voor een gezonde democratie. Autoritaire bestuurders die dat onvoldoende beseffen bevorderen afzijdigheid en cynische tegendraadsheid. Op het lokale bestuur rust daarom een grote verantwoordelijkheid om ons huidige politieke systeem, met al zijn tekorten (maar beter is er niet), in stand te houden. Misschien wel een grotere verantwoordelijkheid dan de Haagse politici.

Lokale democratie bloeit bij een vrije lokale pers. Maar dat wil nog wel eens problemen geven. Niet alleen is in grote delen van het land de plaatselijke en regionale pers verdwenen of gedecimeerd. Waar lokale media nog wel actief zijn moeten ze nogal eens opboksen tegen lokale bestuurders die niet van kritiek gediend zijn. Sommige gemeente willen de rol de onafhankelijke media overnemen. Soms wordt er zware druk uitgeoefend op de plaatselijke pers om het beleid van de gemeente te volgen.

Een apart geval is de Gemeente Ede. Daar ligt de burgemeester, René Verhulst (CDA), al jaren in conflict met de lokale krant De Edese Vos. Het conflict is zo hoog opgelopen dat de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) zich met een brief van voorzitter Thomas Bruning heeft gewend tot de Gemeenteraad. Aanleiding is de weigering van de burgemeester om De Edese Vos interviews te geven. “Het categorisch weigeren van interviews door de burgemeester en de wijze waarop deze spreekt over de redactie van het lokale medium De Edese Vos draagt niet bij aan een klimaat waarin de lokale journalistiek goed haar werk kan doen. De opstelling van de burgemeester betreft geen incident, maar hindert nu al meerdere jaren het werk van de redactie van De Edese Vos.”

Foto: Tobias Tullius on Unsplash

Kunnen geheime diensten de democratie redden?

RECENSIE - De geheime diensten AIVD en MIVD houden bedreigingen van de nationale veiligheid en de democratische rechtsorde in de gaten. Wat mogen we van deze diensten verwachten nu in binnen- en buitenland autocratische tendensen in opmars zijn? Welke eisen mogen er gesteld worden aan inlichtingenoperaties en hoe moeten de diensten zich verhouden tot de politiek, eventuele autocratische neigingen van ministers of van de gekozen leden van het parlement? Interessante vragen, zeker sinds de kortstondige deelname van Wilders aan de regering Schoof en de opkomst van FVD bij de recente gemeenteraadsverkiezingen. In Democratie onder druk leggen Bart Jacobs en Rowin Jansen van de Radboud Universiteit de problematiek in heldere bewoordingen uit. De belangrijkste en tegelijk lastigste opgave: de diensten onafhankelijk maken van wisselende politieke stemmingen en er tegelijkertijd er voor zorgen dat ze niet als ‘staat in de staat’ los van elke verantwoording kunnen functioneren.

Jacobs en Jansen laten in hun boek zien dat de geheime diensten anders dan in het verleden rekening moeten houden met allerlei wettelijke beperkingen. En er is nu ook uitgebreid toezicht op het handelen van de diensten: door de onafhankelijke Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) en door de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) voor bepaalde operaties vooraf. De minister van Binnenlandse Zaken wordt in de Commissie voor Inlichtingen en Veiligheidsdiensten (Commissie ‘Stiekem’) door fractievoorzitters van de vijf grootste partijen namens het parlement aangesproken op zijn verantwoordelijkheid voor de diensten. Aan de andere kant constateren de auteurs ook dat je met een vaag, niet exact gedefiniëerd begrip van nationale veiligheid nog alle kanten uit kan, zoals blijkt uit de ontwikkeling van autocratieën in de Verenigde Staten, Polen en Hongarije. Hun beschrijving van deze aftakeling van de democratie in de afgelopen jaren is bijzonder waardevol: zo werkt dat als er in een land leiders aan de macht komen die zich noch van de wet noch van de feiten iets willen aantrekken. En die de geheime diensten graag inzetten voor hun politieke doelstellingen, juist omdat ze geheim zijn.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Arun Geetha Viswanathan on Unsplash

De staat als fort

COLUMN - Bij de Belastingdienst is vorig jaar een datakluis aan het licht gekomen met 64 miljoen documenten, waarvan ongeveer 24 miljoen bestanden ook daadwerkelijk inhoudelijk relevant zijn. Daar zitten documenten bij over het toeslagenschandaal die dus niet konden worden betrokken bij het onderzoek van de parlementaire enquêtecommissie. Het bestaan van de datakluis is pas onlangs gemeld aan de Tweede Kamer. Er zou ook belangrijke informatie in zitten over de gaswinning in Groningen. In het eindrapport Groningers boven gas (2023) stelde de gas-enquêtecommissie dat de beroerde informatievoorziening de democratische controle ‘ernstig’ ondermijnt. Volgens ambtenaren is het duidelijk dat de informatiehuishouding van de Belastingdienst al vijftien tot twintig jaar niet op orde is.

Al in oktober vorig jaar zijn de toenmalige staatssecretarissen Heijnen en Palmen geïnformeerd dat er in de datakluis informatie zat, die aan de parlementaire enquêtecommissie fraudebeleid en dienstverlening geleverd had moeten worden. Maar pas op 15 april werd de Kamer hierover geïnformeerd door de nieuwe staatssecretaris Eelco Eerenberg (Belastingen en Toeslagen) en zijn collega Palmen. Dat kwam door tegenwind uit het ambtelijk apparaat waar bezwaar werd gemaakt tegen de Kamerbrief van Eerenberg en Palmen, de verantwoordelijke bewindslieden in het nieuwe minderheidskabinet. Zo schreven ambtenaren in een concept dat de kluis ‘geen geheim’ was, omdat de Kamer hierover in april 2019 al zou zijn geïnformeerd.

Foto: Monument Universal Links on Human Rights (1995) Tony O'Malley William Murphy (cc)

Kabinet-Jetten: Gooi mensenrechten niet overboord om migratie te beperken

COLUMN - van Lize Glas, Jasper Krommendijk en Annick Pijnenburg

Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermt ons al meer dan 70 jaar tegen bijvoorbeeld foltering en discriminatie en beschermt onder andere het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op privacy. Toch dreigen deze mensenrechten op een Europese top op 15 mei 2026 ten onrechte deels overboord gegooid te worden. Hieraan liggen twee motieven ten grondslag.

Allereerst zou het EVRM, zoals Tweede Kamerlid Boomsma (JA21) eind maart bij Nieuwsuur zei, ‘steeds verderstrekkend geïnterpreteerd’ worden ‘op een manier die nooit door politici zo bedoeld is’ dan toen zij het verdrag opstelden in 1950. Boomsma wees ter illustratie op de klimaatrechtspraak van het Europese Mensenrechtenhof die Zwitserland zou verplichten om miljarden aan klimaat uit te geven. In een motie uit juni 2025 wees onder anderen Boomsma ook met de vinger naar de migratierechtspraak van hetzelfde Hof dat “de ruimte voor het asielbeleid in verregaande mate” zou beperken.

Het EVRM interpreteren zoals in 1950 de bedoeling was, is duidelijk onwenselijk. De opstellers van het verdrag hadden ideeën die de meesten van ons als gedateerd of zelfs racistisch zouden zien. Zo verklaarde Nederland het verdrag niet van toepassing op Nieuw-Guinea omdat de bevolking onvoldoende ontwikkeld zou zijn en hadden de opstellers van het verdrag niet direct vrouwen voor ogen wanneer zij dachten aan mensenrechten. Bovendien voorzagen de opstellers niet in welke context het EVRM nu moet worden toegepast. Zo is het recht op privéleven van toepassing op ‘correspondentie’: brieven in de context van de jaren 50. Als het Mensenrechtenhof dit recht niet van toepassing had verklaard op mails en appjes, zou dit recht nu irrelevant zijn.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Markus Spiske on Unsplash

Haatzaaien en OM: Nog een uitzondering?

Eerder deze week schreven we al over het besluit van het OM om Geert Wilders niet te vervolgen vanwege een racistische campagneafbeelding. De kern daarvan was simpel: racisme lijkt in Nederland steeds minder strafbaar zodra het een politiek nut dient. Politieke context fungeert steeds vaker als beschermlaag waarachter uitspraken verdwijnen die buiten de Haagse arena grote problemen zouden opleveren.

De aangifte tegen PVV-Kamerlid Gidi Markuszower legt daar nu een veel ernstiger vraag naast. Markuszower stelde dat Palestijnen “misschien met nog meer geweld dan waar ze vandaan komen” tegengehouden moeten worden, en wat hem betreft in Gaza mogen “verpieteren”. Dat is geen abstract frame meer, geen “kritiek op immigratie”, geen debat over integratie of grenzen. Hier komt expliciet geweld in beeld. Niet als verspreking, maar als politiek taalgebruik richting een compleet volk.

En precies daarom zou niet-vervolgen hier een fundamenteel kantelpunt zijn.

Het Nederlandse recht kent bewust hoge drempels rond politieke uitingen. Alleen bestaat die bescherming uiteindelijk bij de gratie van één impliciete grens: dat politici geen vrijbrief krijgen om groepen structureel te ontmenselijken of geweld tegen hen te legitimeren. Als zelfs dit juridisch irrelevant blijkt zodra een Kamerlid het zegt, blijft er inhoudelijk nauwelijks nog een grens over.

Foto: nyghtowl (cc)

Als niet de daad, maar de dader het meeste telt

Er bestaat het idee in het strafrecht dat sommige daders minder straf verdienen dan andere omdat ze “te veel te verliezen hebben”. Een baan, een opleiding, een netwerk, een toekomst die nog openligt. Het klinkt redelijk. Tot je het consequent toepast.

Neem de recente uitspraak, in België: een 26-jarige student, in de rol van schachtentemmer (een oudere student met gezagspositie over eerstejaars tijdens ontgroening), werd schuldig bevonden aan verkrachting, maar kreeg een opschorting. Geen effectieve straf, wel voorwaarden en toezicht. De rechtbank woog onder meer een blanco strafblad en persoonlijke omstandigheden mee. De toekomst van de dader werd onderdeel van de strafmaat.

Daar schuift iets fundamenteels. Straf hoort te volgen uit ernst, schuld en schade. Zodra persoonlijke omstandigheden structureel strafverminderend werken, verschuift het criterium van daad naar dader. Dan ontstaat een systeem waarin twee identieke feiten verschillende uitkomsten krijgen omdat de ene dader een toekomst heeft en de ander vooral een verleden.

Het recidive-argument wordt vaak ingezet als rechtvaardiging, ook in Nederland. Wie een stabiel leven heeft, zou minder snel opnieuw de fout ingaan. Alleen wringt daar iets. Diezelfde stabiliteit geldt normaal gesproken als rem op criminaliteit. Als iemand ondanks die omstandigheden tóch over de grens gaat, zegt dat iets over de werking van die rem. De vraag verschuift dan: waarom gebeurde dit ondanks alles wat het had moeten voorkomen?

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Foto: Ian Britton (cc)

Als preventie regeert, wordt de politie het probleem

Het klinkt fijn: misdaad voorkomen in plaats van achteraf opruimen. Minder slachtoffers, minder schade, efficiënter gebruik van capaciteit. Wie kan daartegen zijn. Toch wringt hier iets fundamenteels. Op het moment dat politie zich richt op wat mogelijk gaat gebeuren in plaats van wat feitelijk is gebeurd, verschuift het hele systeem van rechtshandhaving.

De recente plannen om de politie meer ruimte te geven om sociale media te doorzoeken passen naadloos in die logica. Niet wachten tot iemand een strafbaar feit pleegt, maar alvast meekijken, signaleren en ingrijpen. De belofte is veiligheid. De prijs is een steeds meer structurele verschuiving van handelen naar vermoeden.

Capaciteit verdampt in waarschijnlijkheden

Politiecapaciteit is eindig. Elke inzet op preventieve monitoring gaat ten koste van het oplossen van daadwerkelijk gebeurde misdrijven. Dat is geen ideologisch punt, dat is een rekensom. Het doorzoeken van sociale media, het analyseren van patronen, het volgen van risicoprofielen levert vooral veel ruis op en een kleine hoeveelheid bruikbare signalen.

De opbrengst per geïnvesteerd uur is laag. Ondertussen blijven zaken liggen die wél hebben plaatsgevonden en waar slachtoffers op antwoord wachten. Preventie verkoopt zich als efficiëntie, maar functioneert in de praktijk ook vaak als verdunning.

Selectie creëert zijn eigen werkelijkheid

Foto: Avaaz (cc)

Buigen voor de macht

COLUMN - Meta heeft opnieuw een groot aantal Instagramaccounts van queerclubs, nachtclubs en lhbti-vriendelijke organisaties zonder waarschuwing verwijderd. Daaronder ook accounts die al eerder een keer waren verwijderd, maar na bezwaar weer hersteld waren. Er zijn accounts die meerder malen zijn verwijderd. Het patroon is telkens hetzelfde: accounts verdwijnen plotseling, beheerders krijgen geen concrete reden en pogingen om bezwaar te maken lopen vast. Volgens Martha Dimitratou, directeur van Repro Uncensored, speelt de manier waarop moderatiesystemen werken een sleutelrol. „We zien dat conservatieve groepen gecoördineerd accounts massaal rapporteren”, zegt ze. „Als zo’n melding vaak genoeg voorkomt, grijpt het systeem in.” Dat systeem is grotendeels geautomatiseerd. Kunstmatige intelligentie analyseert patronen en koppelt accounts aan elkaar. „Als één account wordt verwijderd, kan dat een domino-effect veroorzaken”, zegt Dimitratou.

Maar het gaat hier natuurlijk niet om moderatiesystemen of kunstmatige intelligentie. Zuckerberg heeft zich vorig jaar al verkocht aan Trump. En hij was niet de enige. Met als gevolg dat de Amerikaanse mediawereld voor een groot deel onderworpen is aan censuur en desinformatie. Ook de wetenschap wordt getroffen door het verbod op verspreiding van informatie die raakt aan diversiteit, gelijkheid en inclusie. Uit bibliotheken en scholen zijn inmiddels stapels boeken verdwenen over slavernij, gender, woke en alles wat de president niet blieft.

Foto: "NATO Secretary General visits the United States" by NATO is licensed under CC BY-NC-ND 2.0

‘Trumppaaien’ of internationaal recht steunen. Een duivels dilemma?

OPINIE - door Laurien Crump

De presentatie van het jaarverslag van de NAVO donderdag 26 maart, stond in het teken van de steun van de secretaris-generaal aan de onrechtmatige Amerikaans-Israëlische oorlog in Iran. Het leek wel een déjà-vu van de NAVO-top in juni vorig jaar, toen de Amerikaanse bombardementen op Iran alle persconferenties domineerden. Wederom heeft een roekeloze actie van Trump de NAVO op 1-0 achterstand gezet. Wederom zoekt Rutte zijn heil in het alles op alles zetten om Trump gunstig te stemmen. Waar het aan de vooravond van de NAVO-top beperkt bleef tot Whatsappjes vol met lof, zei de NAVO-chef dit keer op Amerikaanse televisie dat de Amerikanen Trump moesten steunen, omdat hij onze veiligheid waarborgt. En dat een dik half jaar voor de Amerikaanse midterm-verkiezingen. Internationale media tuimelen over Rutte heen met kritiek. De NAVO-secretaris generaal hoort immers de stem van alle NAVO-landen te laten horen (inclusief de kritische premier Sánchez) en steunt hiermee verdere afbreuk van internationaal recht.

In de Nederlandse media is er een ander debat losgebarsten. Behalve alle kritische geluiden zijn er ook journalisten die de kritiek op Rutte als ‘gemakzuchtig’ bestempelen en beargumenteren dat Rutte geen andere keus heeft. Het is Ruttes taak om de Amerikanen – koste wat kost – binnenboord te houden; zonder de Amerikanen is er geen NAVO meer en zonder Amerikaanse steun zou Oekraïne verloren zijn. Het debat wordt geframed als een tegenstelling tussen ‘principes’ (de critici) en ‘pragmatisme’, tussen ‘gemakzucht’ en ‘politiek vernuft’, en tussen internationaal recht en internationale veiligheid. Natuurlijk wordt Rutte geconfronteerd met een duivels dilemma en is hij bepaald niet de enige die voor Trump buigt. Hetzelfde geldt voor de Tweede Kamer: een motie om de oorlog in Iran te veroordelen als ‘een schending van het internationaal recht’ werd alleen door de indieners gesteund (DENK, GroenLinks-PvdA, SP, PvdD en Volt).[1] De geschetste tegenstelling tussen principes en pragmatisme is echter een valse tegenstelling.

Volgende