‘Woke’? Het is juist belangrijk dat universiteiten diverser en inclusiever worden

Waarom wordt streven naar diversiteit en inclusie toch steeds met zoveel nadruk in het controversiële getrokken? Ik las het stuk over ‘wokeness’ op de universiteiten in het NRC met stijgende verbazing en irritatie. Dat wil zeggen: wat de studenten te berde brachten klonk allemaal heel vooruitstrevend, en deels herkenbaar. De verbazing trof de manier waarop sommige van mijn collega’s ergens nog steeds vast lijken te zitten in een soort intuïtieve koudwatervrees; de irritatie betrof de frequentie waarmee de woordelijke erkenning van de noodzaak van diversiteit en inclusie bij sommigen steeds maar weer gepaard moet gaan met angstige verwijzingen naar een mythisch ‘klein groepje’ dat mogelijk wel heel erg ver gaat in hun streven naar diversiteit en inclusie. De vrees voor een paar studenten aan de radicalere kant van het spectrum lijkt het zo soms te winnen van de urgentie om daadwerkelijk te veranderen. Dat is onterecht. Niet de splinter, maar de balk is het probleem. De laatste jaren zag ik die balk, met name op het punt van etnische diversiteit, bij herhaling van nabij. Zo sprak ik eens met iemand over uitingen van academici op de sociale media, en pas achteraf realiseerde ik mij hoe iedereen wiens uitingen in dat gesprek omschreven waren als ‘provocatief’ of uitgesproken een kleurrijke migratieachtergrond had. Ik zag biculturele studenten zoeken naar onderwerpen die aansloten bij hun belevingswereld in een intellectuele traditie die hen steeds weer terug naar Europa duwt. Ik zag het ontstaan van een zeer ongemakkelijk gesprek toen een wetenschapper van kleur iets opmerkte over het gebruik van bepaalde etnische parameters in een onderzoek. Ik hoorde, in verschillende contexten, het idee dat universiteiten de laatste jaren echt best heel divers waren geworden, want er werken toch immers tegenwoordig zoveel vrouwen. Ik zag hoe etnische diversiteit in academische beleidsstukken niet gekoppeld werd aan de Nederlandse multiculturele samenleving, maar aan wetenschappers met een internationale carrière. Ik hoorde, bovendien, hoe andere wetenschappers van kleur zich sterk herkenden in de blogs die ik had geschreven over de uitdagingen die ik tegenkwam in mijn eerste jaren aan de universiteit, en over wat mij tijdens een recente sollicitatieprocedure overkwam. Blijkbaar stond mijn ervaring niet op zichzelf. De rode draad: diversiteit en het gesprek daarover zijn voortdurend omgeven door ongemak. Wat gaat hier toch steeds zo mis? Ervaringen van ‘anders zijn’ Het is belangrijk om het beestje zonder terughoudendheid bij de naam te noemen: Nederlandse universiteiten zijn een flink stuk witter dan de samenleving waarin zij opereren. Dat is niet alleen een meetbare realiteit – vergelijk het station of de winkelstraat maar met de universiteitsbibliotheek of de gemiddelde collegezaal een stukje verderop – het is ook een realiteit die volgens mij vrijwel iedere student of medewerker van kleur ervaart – en hoe dieper je doordringt in de academie, hoe groter de discrepantie wordt: onder studenten is meer etnische diversiteit dan onder medewerkers, en onder hoogleraren is de multiculturaliteit veel sterker ondervertegenwoordigd dan onder docenten en promovendi. Deze discrepantie leidt voor velen tot ervaringen van ‘anders zijn’, al ontwikkelt op individueel niveau ieder verhaal zich weer anders. Sommigen zoeken vooral tevergeefs naar een intellectueel perspectief dat ze kunnen koppelen aan wie ze zijn; anderen ervaren primair een gemis aan duidelijke rolmodellen – binnen hun vak, of überhaupt. Weer anderen worstelen vooral met het feit dat ze in hun academische (sociale) omgeving weinig kwijt kunnen (of willen) van hun persoonlijke achtergrond. Menigeen botst ergens tegen de grenzen van bestaande academische of disciplinaire raamwerken, of stuit op onbegrip van de academische omgeving; velen krijgen vroeger of later te maken met stereotyperingen of onhandigheden die impliciet of expliciet teruggaan op hun uiterlijk of naam – niet altijd vervelend, lang niet altijd racistisch (doch soms zeker wel), maar wel altijd resulterend in dat stempeltje – ‘anders’. Institutionele onwetendheid Dat ‘anders zijn’ is niet gratis. Het kost tijd en energie. Het komt voor velen, neer op een nadrukkelijke afwezigheid van gebaande paden en een zeurende aanwezigheid van kleinere en grotere vragen – in combinatie met een diepgewortelde institutionele onervarenheid en onwetendheid die ieder gesprek nodeloos compliceert. Wat je tegenkomt aan vraagstukken, doolhoven en netelige situaties – dat is nog maar de ene helft. De andere helft is dat de multiculturele ervaring voor anderen vrijwel volledig onzichtbaar blijft, en geen logisch gespreksonderwerp is. Waarom zou je het op tafel leggen? Zeker in de academie is er een voortdurende druk om het wel een beetje gezellig te houden: persoonlijke ervaringen zijn voor eigen rekening; ze toch onder woorden brengen is voor eigen risico. Dat veel Nederlanders, ook de progressieve, oprecht denken te leven in een samenleving waarin iedereen even vanzelfsprekend is en totaal verkrampen zodra iemand begint over etniciteit en kleur – het helpt de conversatie niet. Juist om die reden vind ik het uitermate gezond dat er steeds meer studenten en academici opstaan om de gevestigde vanzelfsprekendheden van onze academische cultuur hardop te bevragen. Het is inmiddels toch 2022? Waarom nog steeds zoveel Europa? Waarom nog steeds zo weinig kleur? Waarom nog steeds zo weinig ideologisch bewustzijn? Waarom nog steeds zoveel demografische en intellectuele replicatie? Waarom nog steeds zo exclusief? En ja, op een status quo van gewapend beton mag je best in scherpe bewoordingen schieten: het hoeft niet gezellig te blijven – gezelligheid dient soms ook replicatie en exclusie. Diversiteit en hiërarchie Kleur is slechts één as van diversiteit, maar er is geen reden om aan te nemen dat het op andere vlakken veel beter is: onze academische cultuur laat simpelweg weinig ruimte voor diversiteit en inclusie. Deels komt dat door de steile en verstokte academische hiërarchie, waarbij je pas volledig telt als academisch burger als je een hoogleraarstoga aan mag – bij iedere triomfantelijke foto van een Leids cortège op het Rapenburg realiseer ik mij nadrukkelijker hoe weinig mensen daar lopen met wie ik per ongeluk verward zou kunnen worden, en hoezeer ik, terecht of onterecht, een soort glazen plafond geïnternaliseerd heb. Ik ben niet de enige. Verre van. Natuurlijk moeten we hier zo snel mogelijk wat aan doen: onnodige hiërarchie stimuleert exclusie en exclusie voedt eenvormigheid en replicatie. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat naast vrouwen ook Nederlanders van kleur doorstromen naar hoogleraarsposities – het is nog veel belangrijker dat die hoogleraarsbenoemingen – en alle spreekwoordelijke machtsspelletjes die daarbij voortdurend komen kijken – er wat minder toe doen. Het cortège – en veel andere zaken – zou in toga toegankelijk moeten zijn voor iedere academische burger. Hetzelfde geldt voor promotierecht, en voor de toegang tot lees- en oppositiecommissies. Als je een cultuur van diversiteit en inclusie wil voeden – als je dat echt wil – begin dan zeker ook bij de symboliek aan de top. Dit is extra belangrijk omdat veel vormen van diversiteit niet zo mooi statistisch meetbaar zijn als de verhoudingen tussen mannen en vrouwen – precies het probleem dat veel universiteiten verschrikt constateren nu de roep om etnische diversiteit luider klinkt: er zijn helemaal geen betrouwbare cijfers en – haast ik erbij te zeggen: die gaan er waarschijnlijk ook nooit komen. Minder hiërarchie is de enige manier om de belemmeringen op het terrein van diversiteit en inclusie voor etnische en sociale (klasse) buitenstaanders weg te nemen Intellectuele nederigheid Maar die structuuromslag alleen is onvoldoende. Het belangrijkste, en tegelijk moeilijkste om te veranderen is, volgens mij, de paradox in dit hele verhaal: de mensen die de beslissingen nemen – die vast moeten stellen in hoeverre en op welke manier we curricula daadwerkelijk gaan ‘dekoloniseren’, en die het beleid over diversiteit en inclusie moeten paraferen en bestuurlijk aan de mens (sic) moeten brengen – die mensen behoren nou net vaak tot de groep die het minst van alles aan den lijve ondervonden hebben wat er überhaupt speelt. Tegelijkertijd zijn zij groot geworden in een academische cultuur die het innemen van expertposities wél beloont, maar geen grote meerwaarde ziet in het publiekelijk ventileren van twijfel en het omarmen van andere perspectieven. Bot gezegd: degenen die op dit punt de beslissingen moeten nemen weten er nog te vaak zelf nauwelijks wat van, en zijn niet getraind op het herkennen of publiekelijk erkennen van hun onwetendheid. En toch is juist dat belangrijk. Het grootste pijnpunt rondom diversiteit is de onbalans tussen enerzijds groepen en individuen die jarenlang denken, twijfelen en praten over de manier waarop hun achtergrond doorwerkt in wat ze tegenkomen in de academie – terwijl wat ze zeggen of voorstellen in luttele minuten gewogen wordt door mensen voor wie deze materie soms helemaal nieuw is. Diversiteit en inclusie vragen – van iedereen – een cultuur van oprechte intellectuele nederigheid, en een diep begrip van wat anderen mogelijk tegen kunnen komen als ze rondlopen in onze academische wereld. Dit staat in schril contrast met dat idee van wetenschap als topsport zoals die impliciet en soms ook expliciet door academische instellingen wordt gepropageerd. Een kennisachterstand die zijn weerga niet kent Het is belangrijk perspectief te hebben: verandering is niet onmogelijk, en er zijn de laatste jaren bewegingen in gang gezet die zouden kunnen leiden tot een voorzichtig optimisme dat er in ieder geval een toenemend bewustzijn is over deze problematiek. Maar echte, duurzame verandering begint bij verdieping en begrip. Om die reden stel ik voor dat iedere collega die de aandrang voelt om te waarschuwen voor ‘woke’ of voor een kleine groep mensen die ‘alleen maar bezig is de eigen opvattingen te etaleren’ zich eerst grondig, en gedurende een langere tijd, verdiept in wat studenten en medewerkers op de diverse assen van diversiteit zoal tegenkomen – niet een kwartier, niet een middag, niet een weekje, maar op structurele basis – door te lezen, en door te praten – vanuit de wetenschap dat hun enorme machtsvoorsprong is gekoppeld aan een kennisachterstand die zijn weerga niet kent. Laten we ook afspreken dat deze collega’s tot ze het gevoel hebben dat ze die complexiteit ten volle doorgronden, werken vanuit de aanname dat er potentieel een grote kern van waarheid zit in wat door academische buitenstaanders naar voren gebracht wordt – ook al schuurt en prikt het soms. Want besef goed dat voor sommige van die buitenstaanders universiteiten inderdaad een ontstellend witte plek kunnen zijn – een plek die je klein kan maken, die – ja – permanent schuurt en prikt; een plek, bovendien, waar één dominante groep al eeuwenlang bezig is ‘de eigen opvattingen te etaleren’ – terwijl ze ondertussen zonder noemenswaardige tegenspraak, en net iets te vaak zonder kritische reflectie, hoogwaardige alternatieve intellectuele perspectieven verzwijgen en marginaliseren. Dat is de balk waar het om gaat – wat sommigen ‘woke’ noemen is echt slechts de splinter.

Door: Foto: De Universiteit Leiden heropende op 17 september 1945 - foto publiek domein

Grapperraus

Behalve in een ketel rechtsstatelijkheid is demissionair minister Grapperhaus kennelijk als kind ook in een ketel racisme gevallen. In een Kamerdebat sprak hij met klem tegen dat Nederland een narcostaat is: “nee, want dan stond hier iemand met een exotische achtergrond.” Bij1-Kamerlid Simons wees hem er fijntjes op dat de drugshandel evengoed een oer-Hollands fenomeen is.

Grapperhaus had natuurlijk allang weg moeten zijn, vanwege zijn verantwoordelijkheid voor de rafelende rechtstaat waardoor we als samenleving steeds weerlozer worden (en vanwege zijn vermogen om boeken te schrijven over dit verval zonder enige hint naar zijn eigen rol hierin) maar nu kon dit toch echt niet meer uitblijven: Grapperraus!

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: Gerard Stolk (cc)

Riskante bijwerkingen van de Kukuru-podcast

COLUMN - van Alexander Beunder.

Genoeg over Shambala, het drankje dat helpt ‘je innerlijke guru’ te vinden en ‘je hart te openen’. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) kondigde onlangs aan het kruidendrankje te onderzoeken, nadat in het televisieprogramma Radar vraagtekens werden gezet bij de veiligheid ervan. Als er voor december een uitspraak volgt, kan het wellicht alsnog veilig in de surprise of onder de kerstboom. Of moet het voorgoed in de ban.

Het zou zonde zijn als men door de Shambala-affaire het hele Kukuru afschrijft. Zo heet de populaire spirituele podcast van BNNVara-dj Giel Beelen waarmee hij Shambala lanceerde. Het is een serie diepzinnige gesprekken met bijvoorbeeld rapper Typhoon, Emile Ratelband, en vooral heel veel spirituele denkers, schrijvers en life-coaches. ‘Handige tools voor een optimaal leven’ is de slogan.

Met taal als ‘De Wereld Ontwaakt’. Zo heet de achtdelige serie gesprekken met de jonge wereldberoemde guru Bentinho Massaro. De eerste aflevering begint wat vreemd, met de constatering van Massaro dat landen op spiritueel niveau van elkaar verschillen. De vraag die hierop volgt, van Beelens sidekick Thijs Lindhout: ‘Zit er ook een bepaalde – ik wil het woord haast niet gebruiken – hiërarchie in ofzo, bepaalde levels?’ Maar Massaro weerspreekt dat en het gesprek heeft een niet al te serieuze toon. Later in de show zegt Beelen bovendien: ‘Ik wordt altijd een beetje kriegelig van levels omdat je dan al snel in een soort ranking van mensen komt.’

Foto: Stefano Pollio via Unsplash

Kijk uit voor het verschrikkelijke wokespook!

Columnisten schreeuwden de afgelopen week om het luidst over hoe gevaarlijk en eng ‘woke’ eigenlijk is. Wouter Louwerens legt uit dat dat nergens op slaat. 

Als we (vooral) rechtse opiniemakers en politici mogen geloven waart er een groot gevaar door Nederland: ‘woke’, oftewel ‘wokeness’. Het schijnt zo te zijn dat we ernstig bedreigd worden door een eng fenomeen dat is komen overwaaien uit Amerika. Maar klopt dat wel? En wat is dat woke nou eigenlijk?

Het begrip woke komt uit Amerika en is slang voor awake; wakker dus. Er bestaat geen eenduidige definitie van het begrip. En in tegenstelling tot wat veel tegenstanders beweren bestaat er al helemaal niet zoiets als een woke-ideologie of woke-beweging. Wie beweert van wel mag haar aanwijzen.

Dat betekent niet dat er geen historische context van het begrip bestaat. Zo had je vanaf 1860 de ‘Wide Awakes’, een jongerenorganisatie van de Republikeinse partij van Lincoln, een beweging met als belangrijke speerpunten arbeidersrechten en de afschaffing van de slavernij. Later, in de 20e eeuw, werd het begrip woke populair gemaakt door popmuziek en de mensenrechtenbewegingen in opeenvolgende decennia. Het stond vooral voor waakzaamheid en bewustzijn betreffende het grote racismeprobleem in de VS.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Closing Time | Alabama

Op 15 september1963 verloren vier Afro-Amerikaanse meisjes: Addie Mae Collins (14), Cynthia Wesley (14), Carole Robertson (14) en Carol Denise McNair (11) hun leven door een bomaanslag door de Klu Klux Klan. Die aanslag staat bekend als de 16th Street Baptist Church Bombing. Onder de trap bij de kerk waren door de Klu Klux Klan 19 staven dynamiet aangebracht. De ontploffing leidde tot vier doden en vele gewonden onder de kerkgangers.

Foto: Bernard DUPONT (cc)

Klimaatverandering is racistisch

PODCAST – Auteur Jeremy Williams schreef het pas verschenen boek Climate Change Is Racist, volgens hem het eerste boek over klimaatverandering en racisme geschreven voor een niet-wetenschappelijk publiek. Williams besprak zijn boek vorige week in de podcast ‘We need to talk about whiteness’.

Het moge duidelijk zijn dat de rijkste landen en hun overwegend witte bevolking de grootste ‘carbon footprint’ hebben, terwijl deze landen de gevolgen van klimaatverandering het minst zullen gaan ondervinden en zich er het best tegen kunnen beschermen. Als de gevolgen van iets extreem schadelijks zo ongelijk verdeeld zijn, dan kun je spreken van racisme, aldus Williams. Maar hij stelt ook dat klimaatverandering racistisch is omdat hij een verband ziet met racistische handelen van rijke, witte landen in het verleden: je kunt in feite een lijn trekken van slavernij en imperialisme naar industrialisatie en fossiele brandstoffen naar klimaatverandering. En telkens zien we dat altijd dezelfde mensen ‘winnen’ – witte mensen – en dezelfde mensen ‘verliezen’ – niet-witte mensen. Dus het is niet alleen het huidige klimaatbeleid dat racistisch is – bijvoorbeeld doordat rijke landen vooral voor zichzelf zorgen terwijl arme landen de grootste gevolgen dragen – maar klimaatverandering zelf komt ook voort uit racisme.

Vrij snel in de podcast gaat het over de vraag of de klimaatbeweging een racisme-probleem heeft. Greta Thunberg die alle credits krijgt, bijvoorbeeld, terwijl jonge vrouwen en mannen uit Zuid-Amerikaanse en Afrikaanse landen ook – en vaak al langer – strijden voor het klimaat, niet zelden vanuit een veel minder comfortabele (en soms ronduit gevaarlijke) situatie. Daar horen we nog te weinig van en het is belangrijk dat hun stemmen veel meer gehoord worden in het klimaatdebat. Daarover verschijnt binnenkort een boek van activiste Vanessa Nakate, A Bigger Picture: My Fight to Bring a New African Voice to the Climate Crisis (info).

Foto: Protest bij de sloop van de Tweebosbuurt, 19 april 2021 - foto: Gwen van Eijk

Is het Rotterdamse sloopbeleid racistisch?

Gisteren ontstond er in de Rotterdamse gemeenteraad een verhitte discussie over de vraag of de sloop van de Tweebosbuurt ‘racistische politiek’ is. Het was een goed maar jammer voorbeeld van hoe de politiek-maatschappelijke discussie over racisme vaak spaak loopt op mensen die zich gekwetst voelen door de beschuldiging van racisme.

De discussie in de raad ging over een discriminatoir element in een beleidsinstrument, niet over individuele racistische overtuigingen of vooroordelen van politici. Het zou helpen als politici niet in de eerste plaats focussen op wat een beschuldiging van racisme over hen zelf zegt (hoewel ze daar zeker op zouden moeten reflecteren), maar op de vraag in hoeverre beleid racistisch kan uitwerken en wat ze daaraan kunnen doen. Het is mogelijk om racistisch beleid te bedenken en uit te voeren zonder daar racistische of kwaadaardige ideeën bij te hebben. Onwetendheid en bij sommige partijen ook onverschilligheid over de mogelijke gevolgen spelen een grote rol.

Controversieel sloopbesluit

Waar ging het in de raad over? De aanleiding voor de discussie was de tv-uitzending van Opstandelingen van 3 juni, waarin het ging over ‘sloopstad Rotterdam’. In de uitzending volgt Sophie Hilbrand het verzet tegen sloop in verschillende Rotterdamse wijken, met speciale aandacht voor het verzet tegen de sloop van de Tweebosbuurt.

Lezen: Mohammed, door Marcel Hulspas

Wie was Mohammed? Wat dreef hem? In deze vlot geschreven biografie beschrijft Marcel Hulspas de carrière van de de Profeet Mohammed. Hoe hij uitgroeide van een eenvoudige lokale ‘waarschuwer’ die de Mekkanen opriep om terug te keren tot het ware geloof, tot een man die zichzelf beschouwde als de nieuwste door God gezonden profeet, vergelijkbaar met Mozes, Jesaja en Jezus.

Mohammed moest Mekka verlaten maar slaagde erin een machtige stammencoalitie bijeen te brengen die, geïnspireerd door het geloof in de ene God (en zijn Profeet) westelijk Arabië veroverde. En na zijn dood stroomden de Arabische legers oost- en noordwaarts, en schiepen een nieuw wereldrijk.

Quote du Jour | Nescio

Ik vond ’t een weerzinwekkende gedachte die bruine vent, die raja, daar wandelend bij gelegenheid tusschen onze blanke zindelijke Aphrodites en Juno’s. Ik had hem toen al graag een schop gegeven. … Mijn afkeer voor inlanders is nu compleet, ik voelde iets door mijn heele lichaam, ik voelde mijzelf vernederd en had er graag een neergeslagen en getrapt, maar ik durfde niet. Iets van datzelfde voel ik in Europa ook als ik een Jood met een Europeesch meisje zie.

Foto: Fibonacci Blue (cc)

Agendering moslimdiscriminatie en moslimhaat blijft bittere noodzaak

De aanpak van moslimdiscriminatie en moslimhaat zal de komende jaren meer politieke prioriteit moeten krijgen. Dat geldt in het bijzonder voor discriminatie op de arbeidsmarkt, waar veel moslims met grove en subtiele vormen van uitsluiting te maken hebben. Die conclusie trekken Ewoud Butter, Roemer van Oordt en Ineke van der Valk, de auteurs van de Vierde Monitor Moslimdiscriminatie die 9 mei is verschenen. In deze monitor hebben de onderzoekers speciaal aandacht besteed aan discriminatie van moslims op de arbeidsmarkt.

Het gaat  bij moslimdiscriminatie om alledaagse vormen van uitsluiting en discriminatie, bijvoorbeeld in de vorm van bevooroordeelde vragen en opmerkingen, om stigmatiserende berichten in de media, maar ook om openlijke discriminatie op grond van geloof, om hatespeech, gewelddadige of bedreigende voorvallen gericht tegen islamitische gebedshuizen en scholen en om voorstellen en uitspraken van politieke partijen die haaks staan op de grondwettelijke vrijheden van moslims. Het draagt allemaal bij aan een politiekmaatschappelijk klimaat waardoor grote groepen moslims zich onveilig voelen. Zij worden erdoor beperkt in de vrijheid om zichzelf te kunnen zijn.

Ervaren discriminatie

Uit eerder onderzoek naar ervaren discriminatie, onder andere van het SCP, blijkt dat relatief veel moslims discriminatie op grond van hun geloof ervaren. Dat geldt voor ongeveer twee derde van de Marokkaanse Nederlanders en de helft van de Turkse Nederlanders. Discriminatie vindt plaats in de openbare ruimte, op school, op de arbeidsmarkt en het internet, maar ook in de media en politiek.

Foto: cool revolution (cc)

Ons raciaal contract

PODCAST - Hoe gaan we verder na Black Lives Matter? Gloria Wekker gaf afgelopen maart een lezing voor antidiscriminatiebureau Radar die nu als podcast te luisteren is.

Wekker begint met een paar lichtpuntjes rondom racisme in Nederland, zoals de zetel van BIJ1 in de Tweede Kamer, het feit dat er vorig jaar niet alleen zwarte mensen naar de BLM-demonstratie kwamen maar ook witte mensen, en de onderzoeken naar de rol van Amsterdam, Rotterdam en binnenkort ook Utrecht in de slavernij. Dat je ook niet meer hoeft uit te leggen waarom je onderzoek doet naar racisme, zoals Wekker zelf lange tijd ondervond, is ook vooruitgang te noemen.

Maar het racismeprobleem is natuurlijk verre van opgelost. Om dit te illustreren analyseert Wekker het NPO-debat van afgelopen juni over racisme als voorbeeld van hoe het dus niet moet. Het ging al mis bij de keuze voor de centrale stelling: ‘Het huidige racismedebat drijft Nederland uit elkaar.’ Het was dus geen debat over racisme maar een debat over het racismedebat. Dat is het eerste punt van negen punten van Wekkers analyse. Ook als je denkt dat alles wel over dat debat gezegd is, is het verhelderend om met Wekker terug te blikken. Zij ziet het debat als graadmeter voor het huidige ‘raciaal contract’, een concept van filosoof Charles W. Mills dat duidt op de manier waarop witte mensen omgaan met niet-witte mensen.

Lezen: De wereld vóór God, door Kees Alders

De wereld vóór God – Filosofie van de oudheid, geschreven door Kees Alders, op Sargasso beter bekend als Klokwerk, biedt een levendig en compleet overzicht van de filosofie van de oudheid, de filosofen van vóór het christendom. Geschikt voor de reeds gevorderde filosoof, maar ook zeker voor de ‘absolute beginner’.

In deze levendige en buitengewoon toegankelijke introductie in de filosofie ligt de nadruk op Griekse en Romeinse denkers. Bekende filosofen als Plato en Cicero passeren de revue, maar ook meer onbekende namen als Aristippos en Carneades komen uitgebreid aan bod.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Volgende