Een oncontroversiële Nobelprijs

ACHTERGROND - Jean Tirole won maandag de Nobelprijs voor economie. Niemand misgunt hem dat.

Nobelprijzen in de economie zijn soms controversieel. Vorig jaar bijvoorbeeld was onder de Nobelprijswinnaars de bedenker van de ‘efficiënte markthypothese’. Sommige mensen zagen dat als een miskleun, vlak na een financiële crisis die het tegendeel van die efficiëntie leek aan te tonen.

Van zulke controverse is dit jaar geen sprake. Ten eerste staat de kracht van de inzichten van Jean Tirole buiten kijf. Ik zal zijn contributies op het gebied van marktorganisatie en regulering niet beschrijven, dat heeft de Nobelprijscommissie hier al gedaan. Als bewijs volstaat dat waarschijnlijk geen enkele actieve econoom zoveel topartikelen heeft gepubliceerd als Tirole. Het is misschien wel een beetje verrassend dat hij als enige in dit vakgebied is gelauwerd, maar de meest voor de hand liggende co-winnaar en co-auteur, Jean-Jacques Laffont, overleed tien jaar geleden.

Ten tweede is Tirole in de economenwereld een beetje van iedereen. Doordat hij algemene principes van de speltheorie op een groot aantal gebieden en markten heeft toegepast, kennen velen economen zijn werk. De laatste vijftien jaar heeft hij daarnaast een serie invloedrijke artikelen geschreven op het snel groeiende gebied van de intersectie tussen psychologie en economie, waar hij strategische interacties tussen de verschillende motivaties in onszelf modelleert. Vele economiestudenten, waaronder ikzelf, zijn bovendien opgegroeid met zijn standaardwerk Game Theory (met Drew Fudenberg).

Ten derde doet Tirole meer dan academisch werk. Samen met de overleden Laffont was en is hij de drijvende kracht achter de Toulouse School of Economics, die in korte tijd uitgroeide tot een van de beste academische instituten van Frankrijk en Europa en daarnaast zeer invloedrijk is onder beleidsmakers.

De laatste reden dat iedereen Tirole zijn prijs gunt, is dat het een enorm vriendelijke en bescheiden man is, iets wat ik uit eigen – beperkte – ervaringen kan bevestigen. Dat is niet vanzelfsprekend aan de top van de academische wereld waar de competitie keihard is en arrogantie en machtsspelletjes geen uitzondering zijn.

Kortom, een hele mooie winnaar, en een rolmodel voor jonge economen.

  1. 1

    En vergeet ook niet zijn werk in het finance-vakgebied. Niet alleen heeft hij samen met Bengt Holmstrom een van de meest geciteerde papers over finance geschreven, dat ook nog relevant is om de huidige financiële crisis te begrijpen, hij heeft nog een standaardwerk geschreven (The Theory of Corporate Finance), waar finance-studenten zoals ik dan weer groot mee zijn geworden