1. 2

    Ja, de cello. Vioncello. Je móet er wel voor bewerken want er is niet zoveel muziek voor geschreven.
    Voor de verjaardag van een cellist, toen nog conservatoriumstudent, ben ik ooit een muziekwinkel binnengelopen met de vraag of ze voor zo iemand ook iets buiten het standaardrepertoire hadden. Die vrouw verstond haar vak, want ze heeft me bladmuziek van Schnittke verkocht. Het feestvarken was er erg verguld mee, want het zou bij vernissageschnabbels goed van pas komen. Toch was het mooiste moment dat een of ander fat, zo’n intellectualistische kunstkenner die er toevallig bij stond, zich liet ontvallen: “Bei mir läuft ständig Schnittke.”
    Jaren later, toen er YouTube was, heb ik die Schnittke eens beluisterd.
    Wat een gezaag.
    Maar op de achtergrond bij een vernissage en met een glas wijn op de voorgrond inderdaad heel goed te doen.