COLUMN - De Fraudewet gaat uit van de schuld van mensen. Een uitgangspunt dat behalve oneerlijk ook nog eens kostbaar is.
In het strafrecht geldt het principe: onschuldig totdat schuld bewezen is. Dit gaat op voor ernstige zaken als moord en doodslag, maar ook voor oplichting en vermogensdelicten.
In de sociale zekerheid geldt sinds de invoering van de zogenaamde Fraudewet op 1 januari 2013 echter het omgekeerde principe. Als iemand door een administratiefout onterecht een te hoge uitkering krijgt, moet hij bewijzen dat hij te goeder trouw was. Lukt dat niet, dan kan deze persoon een forse boete niet meer ontlopen.
In sociale zekerheidsland zijn mensen bij het constateren van een misstand dus schuldig tot het tegendeel bewezen is.
Dit ligt helemaal in lijn met een cultuur waarin werklozen worden afgeschilderd als profiteurs die moeten worden geleerd eindelijk eens zelf wat te doen om aan een baan te komen.
Dat deze cultuur schril afsteekt tegen de realiteit van een groot gebrek aan vacatures, heeft haar tot op de dag van vandaag nog niet aangetast.
De zogenaamde Fraudewet blijkt ondertussen vanaf de implementatie al vele misstanden op te leveren. Maar minister Asscher heeft aan deze signalen geen boodschap. Hij wil de officiële evaluatie van de wet afwachten.