De Waarheid

Ik had het niet bevroed, maar toch lijkt het waar te zijn: veel mensen geloven niet in waarheid. Ik ben er nog niet achter welke vorm van waarheid het betreft – een soort statische ‘de waarheid’, ware dingen überhaupt, of waarheid over ideologische vragen. Het lijkt steeds een beetje te verschuiven en niet iedereen denkt hetzelfde. Toch zit er aldoor iets in wat mij verwondert; met het ontkennen van ‘waarheid’ komt steevast een verwerping van rationaliteit als een zinvolle manier om over de wereld na te denken. Het leek me zo eenvoudig: je hebt de wereld. Dat is de werkelijkheid. Daar kun je een ‘belief’ over hebben, iets waarvan je denkt dat het klopt.

Door: Foto: Sargasso achtergrond wereldbol
Foto: Petra van der Ree (cc)

Bos met whiskey

COLUMN - Een week geleden ging de telefoon. Niet mijn mobiele toestel, maar het zwarte plastic kastje dat aan het uiteinde zit van onze vaste lijn. Ik hoor het geluid zo zelden dat ik altijd even moet nadenken welk apparaat mijn aandacht probeert te trekken.

Ik nam op en noemde mijn naam. Er volgde een korte stilte, een toon, en toen een vrouwelijke computerstem die vertelde dat iemand een sms-bericht had gestuurd naar dit nummer. Ze las het nummer op van de afzender. Ik herkende het niet, maar dat zegt weinig. Het enige nummer dat ik uit mijn hoofd ken is dat van mijn ouders, omdat ik dat al dertig jaar bel. Al bel ik het vaker niet, zo hebben mijn ouders wel eens opgemerkt.
           Als twintiger belde ik ongeveer met de frequentie van de Elfstedentochten. Tijdens een van die gesprekken vroeg mijn vader of ik een foto wilde opsturen, zodat ze zouden weten hoe ik er uitzag. Dat vond ik een redelijk verzoek, maar het bleek een grapje te zijn.

De computerstem werkte hakkelend het sms-bericht af. Alleen flarden kon ik volgen. Er was een “we” die in het bos lekker aan de whisky zaten en alles was goed. Toen werd de lijn verbroken.

Ik vroeg mijn vrouw of ze iemand kende die in het bos aan de whisky zat. Ze keek me aan alsof ik haar een moord in de schoenen probeerde te schuiven.

Een paar dagen later ging weer de telefoon. Opnieuw de stilte gevolgd door de computermevrouw. Het nummer herkende ik nog steeds niet. Deze keer kon ik niets volgen van de korte boodschap. Ik voelde een lichte paniek. Iemand probeerde hier te communiceren. Waarschijnlijk niet met ons, maar toch. Ik wist echter geen manier om het bericht te laten herhalen.

Vandaag ging weer de telefoon. Nu hoorde ik: “Hallo lieverds, we zijn weer veilig geland. We zien jullie zondag bij pappa’s verjaardag.”

Dat was het dus. Ouders die hun kinderen probeerden te bereiken, vanuit een bos met whisky. Ze hebben geen antwoord van hun kinderen gehad. En dat was precies wat ze hadden verwacht, vermoed ik.

#Dezeweek | De Revanche van de IJdeltuit

COLUMN - Als er al een typisch Nederlandse eigenschap bestaat, is het die van valse bescheidenheid. Want stel je voor dat je op nationale televisie zegt dat je ergens goed in bent.

Aan het begin van deze week zat Jeroen Krabbé aan Mathijs’ tafeltje. Ik heb wel wat met de familie Krabbé. Ik las leuke boeken van Tim, en heb mezelf er zelfs eens op betrapt te lachen om Martijn. Ook Jeroen kon mij bekoren, toen hij maandag een mooi concept presenteerde voor zijn nieuwe expositie van schilderkunst: Dum Vivimus Vivamus.

Die spreuk betekent zoveel als ‘Laat ons leven zolang we leven’, en ik denk dat er wel te stellen valt dat Jeroen Krabbé tot nog toe aardig heeft geleefd. Hij acteerde over de hele wereld, regisseerde films en theaterstukken en als hij ergens nog een gaatje had, dan vulde hij dat graag met schilderen. Best iets om trots op te zijn, en dat was Krabbé dan ook in volle glorie. Met behulp van jeugdfoto’s, herinneringen en eigen tekeningen maakte hij een, in zijn woorden, geschilderde autobiografie. Het werk ontsluiert een aparte jonge Jeroen, die Mathijs maar al te graag lanceerde tot ‘wonderkind’. Jeroen was zeker niet de eerste om dat te ontkennen.

Volentekriebels | Mijn vriendschap met Ronald Giphart

COLUMN - Hoe een verhaal dat ooit verlangens opriep, een half leven later troost biedt.

In de schoolbus zeiden jongens uit kleine Drentse dorpjes altijd ‘kameraad’ als ze ‘vriend’ bedoelden. ‘Vriend’ klonk te intiem, op het homofiele af. Misschien is de waarheid onschuldiger, had het enkel met hun dialect te maken, maar ik vond het altijd achterlijk klinken.

Tijdens mijn studie in Groningen noemden bekenden met wie ik wel eens een biertje dronk mij ‘vriend’. Dat leek me het andere uiterste. Het bleek slechts een tussenvorm. Mensen van andere continenten zeggen al friend of amigo als je twee minuten met ze staat te praten. Op Facebook heb ik zelfs ‘vrienden’ waarvan ik geen idee heb wie ze zijn.

Een van hen postte een filmpje waarin mensen van nul tot honderd jaar achter elkaar hun leeftijd zeggen. Hij noemde het prachtig. Ik vond het confronterend. In plaats van de vorderingen in het leven zag ik vooral de nadering van de dood.

Het voelt soms alsof mijn werkelijke leeftijd steeds verder afstand neemt van wat het gevoelsmatig zou moeten zijn. Vrienden (kameraden, bekenden, amigos) gaan voor huisje-boompje-beestje, terwijl ik me acht jaar na mijn afstuderen angstvallig blijf vastklampen aan mijn studentikoze leventje. Ik vrees soms dat ik me op mijn zestigste nog steeds gedraag alsof ik achttien ben. Toen ik daar zaterdagavond, nota bene op weg naar de kroeg, aan dacht, had ik weinig ontzag voor mijn toekomstige ik. Dat de regen met bakken uit de hemel viel, maakte het er niet veel beter op.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

#Dezeweek | De Moraalridderdriehoek

COLUMN - ‘Ik vraag me af hoeveel Afrikaanse kindertjes kunnen drinken van mijn douchebeurt,’ hoorde ik iemand eens zeggen. Sindsdien douchte ik drie weken niet. Pas toen mensen niet meer naast mij in de trein wilden zitten en iemand in een park me vijftig cent toewierp omdat hij dacht dat ik een zwerver was, heb ik weer gedoucht. Maar ik voelde me na elke douchebeurt viezer dan tevoren.

Het was deze week echt de week van de Twitterclaimers, in een pre-Twitteraal tijdperk ook wel de moraalridders genoemd. Deze groep zorgde er eerder al voor dat Bert Brussen zijn tweets in de wilgen hing, maar kreeg nu zelfs een recensie van de Recensiekoning aan de broek (één ster). Aanvankelijk lijkt het ze enkel te gaan om het niet tweeten tijdens minuten stilte, of tijdens persconferenties over dode kinderen, maar de Moraalridderdriehoek heeft het ook op mijn normale leventje gemunt.

Het wordt Technoviking Alexander Klöpping immers verweten dat hij over een auto tweet terwijl de broertjes net gevonden zijn. Het wordt wel heel lastig als je telkens moet nagaan of er ergens in de wereld geleden wordt. Wat blijft er dan nog over? Hoe moet ik juichen voor een voetbalfinale als ik weet dat in Oklahoma mensen hun huis kwijt zijn? Hoe moet ik nog naar college gaan als in Israël mensen gedood worden om de plek waar ze geboren zijn? Hoe moet ik nou een biertje kopen als ik weet dat er in andere landen mensen zijn die niet eens genoeg geld hebben om te studeren? Als we alles vergelijken, wordt het leven in Nederland bijna onmogelijk.

Foto: copyright ok. Gecheckt 10-02-2022

Het verhaal dat je blijft volgen

MINIMAX - Ik kijk de laatste tijd bijna geen tv meer, ik bezoek Twitter nog maar sporadisch, ik zit zelden op Facebook en ik volg het nieuws bijna niet meer. Het is dat ik heel soms nog een krant onder ogen krijg en dat ik dit weekend veel in de auto heb gezeten, waardoor ik wist dat er twee jongetjes waren vermist en dat hun vader zelfmoord had gepleegd. De hype was mij, wil ik maar zeggen, niet geheel ontgaan.

Je weet eigenlijk meteen als zulk nieuws tot je komt, dat het allerergste is gebeurd. De vader heeft zijn kinderen meegenomen, de dood in. Uit wraak, uit wanhoop, uit liefde, wie zal het zeggen. Tegelijk was er iets in mij dat bleef hopen ongelijk te hebben. Ik denk dat het in de eerste plaats die hoop is dat je het verhaal wil blijven volgen. En dat het die hoop is die mensen ertoe beweegt mee te willen zoeken. Ook al weet je dat die hoop tevergeefs is.

Dan is er natuurlijk ook het gruwelijke dat aan je trekt. Op de radio vertelde een woordvoerder van de politie dat ze op zoek waren naar spanbanden. Oranje spanbanden, als ik mij niet vergis. Of je nu wil of niet, je hoofd vertelt je allerlei scenario’s over wat er met die spanbanden gebeurd zou kunnen zijn.

De laatste maanden van Zach Sobiech

Korte mooie documentaire – en ja een echte tearjerker – over de jonge Zach Sobiech (17) die kanker heeft en zich geconfronteerd ziet met het feit dat hij nog maar een paar maanden te leven heeft. Wat hij na wil laten is muziek.

Volentekriebels | Gekken in het pretpark

COLUMN - Gehandicapten in een pretpark zijn niet voor iedereen een pretje.

Ik had ooit een collega die gek was op achtbanen. Zelf noemde ze het ‘een verslaving’, maar dat was onkunde. Een verslaving, dat is onrustig met je benen wiebelen als je niet op tijd je dosis krijgt. Trillende handen. Zweetaanvallen. Hartkloppingen. Midden in de nacht inbreken bij een oud vrouwtje, haar spaargeld onder haar matras vandaan plukken, indien ze wakker wordt zo hard mogelijk uithalen, missen, wankelen, onderuit gaan en in de houdgreep van een tachtigjarig besje wachten tot de politie komt.

Mijn collega was niet verslaafd, maar achtbanen gaven haar wel ‘een kick’. Dat komt door een fout van het menselijk lichaam. De kans dat de autorit naar De Efteling verkeerd afloopt is vele malen groter dan de kans dat de Python crasht, maar zo voelt het niet. Dat is maar goed ook, anders zou iedereen gillend en met zijn ogen dicht achter het stuur kruipen. Niemand zou De Efteling levend bereiken.

Toen ik als tienjarige in De Efteling was, had ik vooral oog voor de prullenbakken die ‘papier hier’ en ‘dank u wel’ zeiden als je er afval in gooide. Er waren meer kinderen die dat gaaf vonden. In de hele omtrek was geen zwerfvuil meer te bekennen. We plukten daarom alle struiken kaal, want met verse blaadjes werkte het ook.

Foto: Guido van Nispen (cc)

De Punt van het Zwaard

COLUMN - 911 is alweer twaalf jaar geleden. Met welk wereldbeeld hebben we onze jongeren sindsdien opgezadeld?

Het is inmiddels bijna twaalf jaar geleden dat het World Trade Center in New York werd verwoest door de gruwelijke Al Qaeda-aanslag. Ik wil dat u daar even bij stil staat – niet bij de gebeurtenis zelf, maar bij het besef van hoe lang twaalf jaar precies is. Dat is belangrijk. Uit eigen ervaring weet ik hoe moeilijk het soms is om zich in te leven in een jongere generatie en het geheim daarvan is tijd.

Een voorbeeld. Een nu achttienjarige student is geboren in 1995. De student van nu was zes toen de vliegtuigen in het WTC crashten. Welk jaar was het dat u zes was? Voor mij 1975. Ik herinner me uit die tijd, en dat moet u ruim zien, Molukse kapingen (periode 1970-1978). In mijn lagere-schooltijd durfden wij nauwelijks door de Molukse wijk van Capelle aan den IJssel te fietsen. Je kunt wel zeggen dat ik opgegroeid ben met een lichte angst voor Molukkers.

Laten we eens aannemen dat onze student van achttien Petra heet. Haar hele bewuste leven lang heeft ze aangehoord dat moslims niet deugen, dat ze westerse meisjes zoals zij als hoeren beschouwen, dat ze ons haten, dat ze ons willen onderwerpen aan hun wetten, dat ze allemaal hierheen komen voor de uitkeringen, dat er eenMarokkanenprobleem is, dat het komt door hun achterlijke woestijngeloofen dat je ze nooit kunt vertrouwen. Je kunt wel zeggen dat Petra is opgegroeid met een behoorlijke angst voor moslims.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Vorige Volgende