#Dezeweek | De Revanche van de IJdeltuit

COLUMN - Als er al een typisch Nederlandse eigenschap bestaat, is het die van valse bescheidenheid. Want stel je voor dat je op nationale televisie zegt dat je ergens goed in bent.

Aan het begin van deze week zat Jeroen Krabbé aan Mathijs’ tafeltje. Ik heb wel wat met de familie Krabbé. Ik las leuke boeken van Tim, en heb mezelf er zelfs eens op betrapt te lachen om Martijn. Ook Jeroen kon mij bekoren, toen hij maandag een mooi concept presenteerde voor zijn nieuwe expositie van schilderkunst: Dum Vivimus Vivamus.

Die spreuk betekent zoveel als ‘Laat ons leven zolang we leven’, en ik denk dat er wel te stellen valt dat Jeroen Krabbé tot nog toe aardig heeft geleefd. Hij acteerde over de hele wereld, regisseerde films en theaterstukken en als hij ergens nog een gaatje had, dan vulde hij dat graag met schilderen. Best iets om trots op te zijn, en dat was Krabbé dan ook in volle glorie. Met behulp van jeugdfoto’s, herinneringen en eigen tekeningen maakte hij een, in zijn woorden, geschilderde autobiografie. Het werk ontsluiert een aparte jonge Jeroen, die Mathijs maar al te graag lanceerde tot ‘wonderkind’. Jeroen was zeker niet de eerste om dat te ontkennen.

Het kwam hem duur te staan, de kritieken waren niet mals. Veel mensen waren al geen Jeroen Krabbé-fan en dit optreden was de zoveelste bevestiging van hun standpunt. Het gesprek was wel heel erg ik-ik-ik, en hoewel dat naar mijn idee ook precies de bedoeling is van De Wereld Draait Door, kon ik me heel goed voorstellen dat de mensen niet op de banken stonden om te juichen voor Jeroen. Dat is jammer, hij verpest het voor zichzelf.

Natuurlijk heeft Krabbé een hoop om trots op te zijn. Hij heeft een carrière waar velen van dromen, en presenteert een mooie nieuwe expositie. Ik ben in mijn leven om veel mindere dingen trots geweest. Het is eerder een soort gebrek aan sociale vaardigheid dat de man in de problemen brengt, en waarmee hij de poorten voor jaloersen en cynici wagenwijd openzet. In Nederland siert het je niet om jezelf op de borst te slaan, ook niet als je succes hebt. In Nederland moet je de complimenten glimlachend in ontvangst nemen en zeggen: ‘Nou zeg jongens, dit is toch allemaal helemaal nergens voor nodig.’ Dezelfde houding betekende de absolute ondergang van Ivo Niehe, die natuurlijk in plaats van ‘unaniem groots succes’ ‘een aardig avondje’ had moeten zeggen.

Ik zie het altijd met lede ogen aan hoe deze mensen sympathie bijna onmogelijk maken. Hoe Nederlanders die écht wat kunnen tot op de grond worden afgefikt, omdat ze dat zelf erkennen. Terecht misschien, maar ook jammer. Wat was ik dan ook blij toen Arjen Robben zaterdagavond in de laatste minuut de winnende bal achter Weidenfeller schoof. Arjen Robben, de Jeroen Krabbé van het voetbal, nam wraak op de cynici. De finale beslissen met driemaal WAS!?

Want als ze er zelf wat aan hebben, juichen ze opeens wel voor je.

  1. 1

    Krabbé is een zelfingenomen kwast, die zichzelf veel interessanter vindt dan hij in feite is, zoiets noemt men wel een ernstig scheef zelfbeeld.
    Laat gaan, ik ben al verbaasd dat er zoveel aandacht aan de man wordt besteed.

  2. 3

    Treurig dat die Krabbé zo wordt neergehaald. Hij was toch maar mooi een hartsvriend van Pablo en het grote voorbeeld voor Salvador die hem vaak ’s nachts sms-te. En Leonardo vroeg hem nog om advies bij het schilderen van de Mona Lisa.
    Ook Rembrandt was een fan van Jeroen en schijnt gezegd te hebben dat de Nachtwacht mooier zou zijn geworden als Jeroen hem had geschilderd. Mensen zouden zich dat soort dingen wat meer moeten realiseren.

    Overigens vind ik dat de term ‘valse bescheidenheid’ hier te gemakkelijk gebruikt wordt. Wat is er mis met een gezonde dosis bescheidenheid? Waarom zou je die ‘vals’ moeten noemen?

  3. 4

    Of zoals ik van de week ergens las: Krabbé is geen kunstenaar maar een kunstenar, maar ook goede vriend van velen en vooral van de overleden ;)