Voetbal
COLUMN - Eigenlijk geef ik niets om voetbal. Ik volg geen enkele competitie, als de man in huis weer eens orakelt over de standen, bekerwinnaarpotentiëlen, vuile acties op het veld, degradatiekandidaten, dan kijk ik hem meewarig aan, knik af en toe en vergeet eigenlijk direct weer wat hij heeft gezegd. Dat kan hem niets schelen trouwens, hij vertelt de week daarna gewoon weer ongeveer hetzelfde verhaal. Ieder stel heeft zo zijn gewoontes.
Totdat… Jawel, totdat Nederland meedoet met een EK of WK. Dan let ik wel op. Dan hoor ik alles, zie ik alles, weet ik alles. Dan trek ik mijn oranje outfitje uit de kast, duik ik in alle krantenartikelen, weet ik na twee wedstrijden alle namen met bijpassende specialiteiten en heb net zoals iedereen gewoon verdomd veel verstand van voetbal. Ik weet er evenveel van als Van Gaal, misschien zelfs wel meer.
Mijn vader leerde mij al vroeg wat buitenspel was. Wat een stiftje was trouwens ook. Dat vond hij de basis van iedere opvoeding, dus ik weet precies waar ik het over heb. Kijkt mijn man op zaterdag en zondag om de haverklap op teletekst op zijn telefoon naar tussenstanden en uitslagen, mijn vader wilde niets weten. Tot zondagavond 19.00 uur ging de radio uit bij de aankondiging van tussenstanden, gingen er vingers in de oren en lalalalala als het geluid niet snel genoeg uit kon en als Studio Sport eenmaal begon, kroop ik bij hem op de bank en keek ik naar mijn vader terwijl hij naar de tv keek. Voetbal kan heel leuk zijn.