De wraak van Prins Bernhard

De Oranjes blijven maar in het NOS nieuws optreden. Nu heeft er weer iemand bedacht dat wij tweehonderd jaar koninkrijk gaan vieren. Dat feest gaat twee jaar duren. En de lakeien van onze staatsomroep zijn het hele jaar al zo druk geweest met troonsafstand, troonsbestijging, toertjes door provincies en koloniën en de bezoeken aan bevriende vorsten. Bij die permanente goednieuwsshow van de NOS over het merk Oranje wordt bijna vergeten dat Achmea even 4000 mensen op straat kwakt. Heel mooi geregisseerd was de presentatie in de Nieuwe Kerk van de biografieën van drie oranjekoningen. Met trompetgeschal werden de boekwerken de kerk binnengedragen en overhandigd aan de vierde koning: Willem-Alexander. Hij sprak nu al van een 'indrukwekkende reeks.' Een feestredenaar had het over 'een waar monument in de Oranje-histografie.' Dus dat kan niet meer stuk. De kosten van bijna zeven ton voor de drie boeken zijn betaald door het Prins Bernhard Cultuurfonds. Dus niet zeuren over weggegooide belastingcenten. De enige smet is dat de schrijvers van de bio’s met veel ijver de nodige smakelijkheden over het liefdesleven van de drie oranjeklanten opdissen. Zo verwekte Willem-I vier kinderen bij een hofdame. En toen hij 60 was trouwde hij nog even met een katholieke Belgische. Dat was niet de moeder van die vier kinderen, maar haar vriendin.

Door: Foto: copyright ok. Gecheckt 11-02-2022
Foto: Foto van de auteur

In Denemarken is alles beter

ELDERS - Lijstjes zijn populair in de journalistiek. Vergelijkingen tussen Europese landen ook. Denemarken scoort meestal hoog. 

Something is rotten in the state of Denmark.’ Dit citaat uit Shakespeare’s Hamlet is in de loop der jaren een algemene uitdrukking geworden voor corruptie. Het is dus wel aardig om te melden dat Denemarken in de deze week door Transparency International gepubliceerde Corruption Perceptions Index voor 2013 bovenaan staat als het minst corrupte land. Denemarken kreeg van de ondervraagden in totaal 91 van de 100 punten en deelt de eerste plaats met Nieuw-Zeeland. Nederland staat op de achtste plaats met 83 punten. In Europa doet Griekenland het slecht met 40 punten, al is dat een verbetering ten opzichte van 2012. Ook Roemenië, Bulgarije en Italië doen het slecht. Spanje is gedaald ten opzichte van vorig jaar. Estland en Letland zijn gestegen.

De suggestie van een noord/zuid-tegenstelling wordt wel erg sterk in zo’n lijstje. Dat geldt eveneens voor de Geluk Index van de Verenigde Naties. Denemarken staat ook hier weer bovenaan, gevolgd door andere noordelijke landen. Onderzoek suggereert een samenhang tussen scores op de geluksindex enerzijds en sociale cohesie en relatieve inkomensverschillen anderzijds.

De Europese Commissie liet dit jaar onderzoek doen naar de deelname aan culturele activiteiten in alle lidstaten. Het onderzoek onder 27.000 Europeanen  laat zien dat bewoners van de noordelijke landen vaker naar een museum gaan, een monument bezoeken of een boek lezen. Gemiddeld leest 68% van de Europeanen per jaar een boek (één ja, en 32% dus niet eens een). In Zweden is dat 90%, in Nederland 86% en in Denemarken 82%. Vergelijk dat met zuidelijke landen: Griekenland komt niet hoger dan 50%. Zou er een verband zijn tussen corruptie en cultuurspreiding? Of tussen het gevoel ongelukkig te zijn en corruptie?

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

#Dezeweek | Een kip voor de deur

COLUMN - Toen ik vanochtend mijn voordeur uitstapte stond daar een kip. Een kip, voor mijn deur. Het dier stond voor een mensendeur, en had dus best kunnen verwachten dat het vroeg of laat ook een mens zou zijn die de deur zou openen. Mijn deur sloot naar mijn weten echter niet aan op een kippenhok, dus dat een kip mij daar zou verwelkomen was een flinke verrassing. We keken elkaar verdwaasd aan.

Omgedraaid om mijn voordeur op slot te doen realiseerde ik me dat ik eigenlijk nooit had bedacht hoe me te gedragen in een rechtstreekse confrontatie met een kip. Zou het uitmaken hoe ik me gedroeg? En wat doet die kip eigenlijk hier? Moet ik hem niet naar huis brengen? Tijdens die overdenkingen volgde het diertje mij zacht mompelend naar mijn fiets. Waar we, na een korte twijfeling, allebei leken te weten dat onze vreemde ontmoeting tot een vroeg einde was gekomen.

Het was pas later vandaag dat ik doorkreeg wat de ontmoeting met de kip met mij gedaan had. Het had mij kort doen ontwaken uit mijn dagelijkse vanzelfsprekende gang van zaken, als een plens water in een ingedut gezicht. Het had mij ontwricht en dat bood een frisse kijk op de wereld. Want hoe vanzelfsprekend kan die wereld nog zijn als er ’s ochtends een kip voor je deur staat?

Foto: Daniël Bleumink (cc)

Morele verantwoordelijkheid

COLUMN - Het bericht over de Rotterdamse vrouw die tien jaar dood in huis had gelegen zette Marieke van Rooij aan het denken.

Vorige week werd er in Rotterdam een vrouw gevonden die tien jaar dood in haar huis had gelegen, een even bizar als verdrietig bericht. In een reflex dacht ik na het lezen: wie is hier verantwoordelijk voor? Gek eigenlijk, want al zou er een verantwoordelijke gevonden worden, is het misschien belangrijker eens na te denken of dit in mijn eigen omgeving zou kunnen gebeuren. Oftewel, ben ik moreel verantwoordelijk voor mijn buurvrouw die ik nog nooit heb gezien?

Een beroemd gedachte-experiment om na te denken over morele verantwoordelijkheid is het trolleyprobleem, bedacht door de Britse filosoof Philippa Foot in 1967. Het trolleyprobleem stelt mensen voor een fictief moreel dilemma. Stel, je staat van een afstandje te kijken naar een trein die recht op vijf mensen af rijdt. De vijf personen staan op het spoor en kunnen niet weg. Je staat naast een hendel en door die over te halen, verandert de trein van spoor. Echter, op het nieuwe spoor staat een nietsvermoedende voorbijganger. Wat doe je? Er zijn twee opties, niks doen en er komen vijf mensen om of de hendel overhalen waardoor één persoon overlijdt. De meeste mensen kiezen voor het hypothetisch overhalen van de hendel. Dat worden er minder als die onfortuinlijke eenling een dikke man is die op het spoor geduwd moet worden en helemaal anders ligt het als een chirurg vijf mensen kan redden door één patiënt te doden.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Armoede neemt toe

NIEUWS - Armoede in 2012 sterk toegenomen. De groei van de armoede zwakt af, ofwel neemt toe maar minder fors. De van oudsher bekende risicogroepen zijn zwaar de klos, werkenden met lage lonen hebben het moeilijk.

Foto: Sta op en leef, vader copyright ok. Gecheckt 07-11-2022

Recensie | Sta op en leef, vader

RECENSIE - Sta op en leef, vader‘, de nieuwe essaybundel van Said el Haji, wordt vanavond in diens woonplaats Rotterdam ten doop gehouden. Sargasso las het boek alvast.

Iedere man gaat milder naar zijn vader kijken zodra hij zelf een zoon heeft. Kortstondig Sargasso-auteur Said el Haji debuteerde dertien jaar geleden met de roman ‘De dagen van Sjaitan’, een autobiografische afrekening met het (goddelijke) gezag in het algemeen en zijn vader in het bijzonder. Nu is er een bundel essays, ‘Sta op en leef, vader’, deels voorgepubliceerd in de Volkskrant, waarin hij met een zekere weemoed omkijkt. De oudere Said ziet nog steeds de tiran van weleer, maar daarnaast zoveel meer.

Eigenlijk is het helemaal geen essaybundel, maar een verzameling korte verhalen met een paar verdwaalde opiniestukken ertussen. Die stukken, waarin hij bijvoorbeeld reageert op Femme de la Rue en een brief van Mohammed Cheppih, zijn aardig, maar zullen de tand des tijds niet doorstaan. Dit boek moet je lezen om de familieportretten.

Maak bijvoorbeeld kennis met de oudste broer Farid, die een fiets cadeau krijgt als hij overgaat naar de vijfde klas. Als oudste heeft hij een bevoorrechte positie, die hij invult door verantwoordelijkheidsbesef te tonen. Toch probeert ook hij onder het vaderlijke juk uit te komen. In een paar bladzijden wordt de strijd tussen vader en zoon invoelbaar, de drang naar vrijheid versus de angst voor roekeloosheid. Het is een strijd die uiteindelijk het hele gezin aangaat.

Foto: Anas Ahmad (cc)

Raadhuisstraat, Berg

Buiten stopte een auto. Maurice herkende het gorgelende geluid van de vergrootte uitlaat nog voor hij de auto had gezien. Ze hadden hem gevonden. Hij liet zich naast de bank zakken, uit het zicht, en overdacht zijn opties. Boven sleepten de pantoffels van zijn moeder over het laminaat op de overloop. De wasdroger zoemde.
      De motor van de auto voor het huis draaide stationair. Er was nog geen portier opengegaan.
      Hij had wel vaker pillen gekocht van Dano. Dertig, veertig, vijftig stuks. Na schooltijd, soms eerder, fietste hij vanuit het Kleesj door Limbrichterveld, naar de vierde flat. Wanneer hij ze verkocht had, betaalde hij Dano terug. Maar vorige week, op carnavalszondag, had hij iets te snel een paar pillen achter elkaar genomen. Ze waren gaan zuipen en ‘s ochtends zaten ze met een paar man bij Paultje. Toen had hij het station in Sittard gebeld en gezegd dat hij van actiegroep Rara was en dat er over 30 minuten een bom zou ontploffen. Iedereen lachen. Hoeveel rotzooi hij ook binnenkreeg, hij kon altijd geloofwaardig overkomen; kalm, met overwicht. Een poosje geleden had hij mensen gebeld die genoemd waren in de gemeenteberichten in de Trompetter omdat ze een of andere vergunning hadden gekregen. Dan draaide hij op zondagochtend hun nummer, zogenaamd vanuit het gemeentehuis, en vertelde hen dat de vergunning helaas toch niet verleend kon worden. Hij belde alleen op zondagochtend, dat was de sport.
      De dag na zijn bommelding zou hij op de voorpagina van de krant zien dat ze de stationsbuurt hadden afgesloten en dat het hele treinverkeer rond Sittard drie uur lang had stilgelegen. De frituur tegenover het station was met een enorme hoeveelheid friet blijven zitten die ze voor carnavalszondag hadden ingekocht.
      Hij had het zelf niet meegekregen. Kort na het telefoontje kwam hij erachter dat hij de zak met pillen was kwijtgeraakt. Hij wist bij God niet waar dat gebeurd was. De zak zat nog vol, hij had pas een paar pillen verkocht en een paar zelf geslikt. Hij belde Dano om te vertellen wat er gebeurd was en dat hij iets langer nodig zou hebben om het geld te regelen. Dano zei daar niks mee te maken te hebben. Nu stond hij hier voor de deur.
      Zijn moeder slofte boven wat heen en weer.
      Maurice liep naar de keukendeur, trok hem geruisloos open en wandelde om het huis heen, naar de auto.
      De motor draaide nog steeds stationair. Dano zat op de passagiersstoel, met het raampje open.
      ‘Wat doe jij hier?’ zei Maurice.
      Het werd een herhaling van hun telefoongesprek, tot het moment waarop Dano het handschoenenkastje opende. In het licht van het kleine gloeilampje lag een zwart pistool. ‘Of moet ik je daarmee voor je kop schieten?’ vroeg hij.
      Het was een belachelijke zin en een belachelijk voorwerp, een rekwisiet bij een matig toneelstukje. Maurice wist zeker dat er niet geschoten ging worden, maar toch voelde hij zijn beenspieren in pap veranderen. Hij hoorde ook hoe de vanzelfsprekendheid, het overwicht, uit zijn stem was verdwenen. Hij bleef lullen, maar er viel niets meer te lullen. Hier hield het op. Hij kon niet voorbij die conclusie denken: hier hield het op.
      Ineens stond zijn moeder achter hem, aan het begin van het tuinpad, in haar schort met bloemen. Ze had de krulspelden ingedaan.
      ‘Kom eens hier,’ zei ze.
      Maurice keek naar Dano en liep toen naar haar toe, terwijl hij nadacht over wat ze gehoord kon hebben en hoe hij dat ging ontkennen.
      ‘Wat heb je nodig?’ vroeg ze zachtjes.
      ‘Hoe bedoel je,’ zei Maurice. Ze kon niets weten, herhaalde hij tegen zichzelf.
      ‘Wat heb je nodig,’ vroeg ze weer. ‘Hoeveel?’
      Hij slikte. ‘Ik heb niks nodig,’ wilde hij zeggen. ‘Waar heb je het in vredesnaam over. Ga naar binnen.’
      Maar hij zei: ‘Negenhonderd.’
      Ze draaide zich om en liep weg.
      Maurice keek naar de auto. Hij zag de ogen van Dano in de zijspiegel.
      Zijn moeder kwam terug en drukte hem een dubbelgevouwen stapeltje biljetten in handen. Waar kwam dat geld vandaan? Waarom had ze zoveel geld in huis?
      Hij liep naar de auto en stak het geld door het open raam. Toen hij zich omdraaide, was zijn moeder alweer verdwenen. Tergend langzaam rolde de auto de straat uit. Maurice liep terug naar het huis. Hij haalde rustig adem en opende de keukendeur. Hij was klaar om een verhaal te vertellen over het geld. Hij wist nog niet welk verhaal, dat wist hij pas als hij begon te praten, als zijn moeder een vraag gesteld zou hebben, maar hij voelde dat het zou lukken, dat hij overwicht zou hebben.
      De keuken was verlaten. Zijn moeder had niet gewacht op het verhaal. Boven ratelden de rolluiken. Die liet ze altijd zakken als zijn vader overging van de middagdienst naar de nachtdienst. Daarna klonk alleen nog de wasdroger in het huis.

Rich people got 99 problems, too

Maar waar anders dan in The Wall Street Journal lees je erover?

Then there is living with the retinue. “People buy these big houses and then all of a sudden they’re living with a lot of people, so the privacy thing is interesting,” says Ms. Kahn. “I ask ‘Are you OK having a chef and a server in the kitchen?’ “She predicts that open floor plans will eventually fall out of favor with wives who have nowhere to go in their own homes.

A client called her once from a closet, since it was the only place she had privacy, Ms. Kahn says. Another just built a separate kitchen for the staff. Yet another client is putting up walls on the first floor of their new house.

Vorige Volgende