COLUMN - Het Groene Geloof is onzin. Juist in ons huidige, ‘onduurzame’ economische systeem speelt geloof een veel grotere rol.
Afgelopen weekend presenteerde Trouw haar ‘ontdekking’: duurzaamheid is een religie. Twee Trouwredacteuren hadden flink zitten grasduinen in teksten van de Duurzame 100 en andere groene voortrekkers en vonden daarin religieuze zinsneden als ‘het eren van de Aarde’ en ‘heilige opdracht’, en christelijke elementen als de apocalyps, anti-materialisme en boetedoening. Ze stelden zelfs een ‘catechismus’ op, een beknopte geloofsleer die de kernvragen van het Groene Geloof zou samenvatten. Het is op zich best een mooie tekst, maar het heeft weinig met religie te maken.
Jaren geleden – ik weet niet meer waar – hoorde ik een definitie van religie die me sindsdien bij is gebleven: religie is een communicatiesysteem met bovennatuurlijke elementen. Trouw noemt duurzaamheid een religie zonder God en Jezus (voorzover je die kunt scheiden natuurlijk), een ‘seculiere religie’. Dat kan dus niet. Dan blijft alleen het communicatiesysteem over, en dan zijn Facebook, popmuziek, de Tweede Kamer en misschien zelfs de Postcodeloterij ook religies.
Je zou nog kunnen zeggen: ja, maar duurzaamheid is net zo dogmatisch als geloof. Dat is misschien soms zo, maar dat is in ieder geval niet de bedoeling. De wetenschap moet maatgevend zijn. Als biologisch eten of windenergie niet duurzaam blijken te zijn, zouden we het niet moeten willen.