Het commonisme heeft de toekomst

Een alternatief voor het kapitalisme is te vinden in de ‘meenten’ (commons), schrijft Thijs Lijster in zijn boek Wat we gemeen hebben. De meent staat oorspronkelijk voor een gemeenschappelijk te gebruiken terrein in of vlak bij een dorp. Lijster tilt het begrip op tot een algemeen maatschappelijk principe en verplaatst het naar de hedendaagse maatschappij. De meent omvat kort gezegd alles wat ‘voor iedereen' is en 'van niemand’. Meenten zijn vandaag de dag te vinden, niet alleen in het gebruik van gemeenschappelijke grond, maar ook op het terrein van kennis, cultuur en de digitale informatievoorziening. In de herleving van de meent kunnen we een aanknopingspunt vinden om tegenwicht te bieden tegen het ongebreidelde kapitalisme dat is gebaseerd op privé-eigendom en individuele verrijking ten koste van de gemeenschap. Idealisme? Wacht tot je het boek hebt gelezen. Dat de oude meenten nu in beeld komen in kritische beschouwingen over het kapitalisme is niet zo vreemd. Het verdwijnen van de gemeenschappelijke weides voor het hoeden van schapen en de bossen waar iedereen vrij kon jagen, bessen of paddenstoelen kon plukken, had alles te maken met de opkomst van het kapitalisme. Wat oorspronkelijk van niemand was en door iedereen gebruikt kon worden is in de zestiende en zeventiende eeuw in Europa op veel plaatsen geprivatiseerd. Gemeenschappelijk gebied werd met steun van nieuwe wetten letterlijk omheind door machtige edellieden. De gebruikers bleven met lege handen achter en hadden op den duur geen andere keus dan hun arbeid te verkopen aan de nieuwe bezittende klasse. Daarvoor verhuisden ze in veel gevallen naar de steden om te gaan werken in de opkomende industrie, gefinancierd uit het grootgrondbezit. Even kort door de bocht gezegd. Lijster beschrijft deze geschiedenis uitgebreid en baseert zich onder andere op Elinor Ostrom (Governing the Commons, 1990) en Sylvia Federici (Caliban and the Witch, 2014). De laatste legt ook nog een interessante link tussen de onteigening van gemeenschappelijke gronden en de heksenprocessen in die dagen. Onteigening Maar het gaat Lijster in Wat we gemeen hebben niet om het verleden maar om heden en toekomst. Zijn boek is te zien als een principiële en filosofische kritiek op het hedendaagse neoliberalisme. Tegelijk wil hij laten zien dat er een alternatief is. Daarvoor moeten de vanzelfsprekendheden van het huidige economische en maatschappelijke systeem eerst wel inzichtelijk gemaakt worden. De vanzelfsprekendheid dat privatisering ook in het publieke domein altijd de voorkeur heeft. Dat alles koopwaar is en gebaseerd moet worden op verdienmodellen: wonen, zorgen, leren. Op alle levensterreinen zien we onteigening. Het consumentisme laat zien dat zelfs onze behoeftes en verlangens ‘steeds succesvoller worden geëxploiteerd door het kapitalisme’. En datzelfde geldt voor onze persoonlijke informatie, vriendschappen en sociale relaties. ‘Facebook is een goed voorbeeld van een nieuwe vorm van enclosure of onteigening’. Het boek analyseert drie gebieden die in de loop van de tijd onderworpen zijn aan onteigening maar waar tegelijkertijd ook tegen de verdrukking in bepaalde praktijken kenmerken van de meent in stand houden. ‘Universiteiten zijn misschien wel de prominentste overblijfselen van de traditionele meenten in onze hedendaagse samenleving’, schrijft Lijster. Ze bestaan bij de gratie van het delen en publiekelijk ter beschikking stellen van kennis. De sluipende onderwerping van het hoger onderwijs aan bedrijfskundige efficiëntiemodellen heeft het karakter van de meent voor een deel teniet gedaan. Maar de kritiek groeit en de open access beweging wint terrein. Ook het internet had aanvankelijk het karakter van een meent voor het delen en gemeenschappelijk gebruiken van informatie. Maar ‘het internet is stuk’, schreef Marleen Stikker bij het vijftigjarige bestaan. Het is inmiddels vrijwel volledig overgenomen, onteigend, zegt Lijster, door big tech monopolies. Digitale platforms kunnen onder het regime van het neoliberalisme niet anders dan als monopolies bestaan. Maar ook hier zien we nog iets van de meent-gedachte voortbestaan in Wikipedia en open source software. Disneyficatie van de stad Het derde gebied waar Lijster zowel onteigeningsprocessen als de kiemen van een meent ziet is de stad ‘als sociaal medium’. ‘Gentrificatie’ en ‘disneyficatie’ (toerisme) veranderen de stad als gemeenschappelijk verblijfsgebied in koopwaar bestuurd door de vastgoedsector en de bankiers. Tegen deze ontwikkeling in zien we in allerlei steden burgerinitiatieven om naar het principe van de meenten gebieden, gebouwen, terreinen in bezit te nemen voor gemeenschappelijk gebruik. Lijster noemt Napels en Barcelona, bij de boekpresentatie zagen we voorbeelden uit Antwerpen waar hij een tijdje onderzoek deed in het Culture Commons Quest Office van de Universiteit van Antwerpen. De grote uitdaging voor het bieden van tegenwicht tegen het hedendaagse hyperkapitalisme ligt in een andere manier van denken over individu en gemeenschap, schrijft de filosoof Lijster. In de neoliberale ideologie worden alle collectieve problemen teruggeworpen op het individu. Maar er is geen individu zonder collectief. Het gaat bij individuen niet om een losse verzameling elementaire deeltjes. ‘Er bestaat geen on-deelbare, in-dividuele identiteit, of althans, ik val nooit volledig met mijzelf samen (…) Wie ik ben is verdeeld over de relaties met al die identiteiten buiten mij’. Het probleem in die noodzakelijke omslag in het denken is dat wij in de loop van de tijd door en door geïnfecteerd zijn met een tegengestelde opvatting over onszelf: het autonome individu dat acteert als een ondernemer van zichzelf. Die verinnerlijking van de kapitalistische ideologie houdt het systeem in stand, hoe kritisch we er tegenwoordig ook over denken. Het probleem is dat we de meenten en de bijpassende ‘gemeenzin’ (Lijster vermijdt ‘gemeenschapszin’ vanwege de conservatieve connotatie) niet meer herkennen, in het westen nog het minst (elders nog wel zoals in het Afrikaanse concept van ‘ubuntu’: je bent wat je bent door je relaties met anderen). Maar juist in het westen heeft het precaire, kwetsbare bestaan van groepen wel bewegingen opgeroepen tegen het dominante systeem. Het concept van de meenten kan volgens Lijster veel van die verschillende bewegingen die nu onafhankelijk van elkaar opereren bij elkaar brengen. De meenten zijn ‘de bron  waaraan en de idee waarmee je zeer verschillende belangen, waarden en identiteiten, en verschillende vormen van politieke strijd met elkaar zou kunnen verbinden.’ Tegen Thatchers TINA Wat we gemeen hebben heeft als ondertitel Een filosofie van de meenten. Dat is het ook. Maar die filosofie resulteert, in navolging van Marx, in een duidelijke politieke boodschap gericht op verandering. Lijster citeert Gramsci’s opvatting over politiek: ‘de strijd om de hegemonie over de gemeenzin, dat wil zeggen over het vermogen om te bepalen wat mensen voor mogelijk en onmogelijk, realistisch en onrealistisch houden.’ De strijd tegen Thatchers TINA (There Is No Alternative). De strijd voor democratie ook. De meenten zijn onverbrekelijk verbonden met het idee van zeggenschap over de behartiging van gemeenschappelijke belangen. Lijster introduceert de term commonisme  om het centrale karakter van de commons in zijn filosofie te benadrukken. Hij neemt expliciet afscheid van het staatskapitalisme, de bureaucratie en repressie die de voormalige communistische landen kenmerkten. Het commonisme staat ook niet voor een heropleving van de sociaaldemocratische verzorgingsstaat. Minder markt en meer staat is niet de oplossing. Het gaat niet om een inrichting van de samenleving van bovenaf, maar van onderop. Economische democratie is dan ook een belangrijke vereiste. De zeggenschap over de materiële kant van de meent is van even groot belang als de onderlinge solidariteit, het gemeenschapsgevoel en het besef van elkaar afhankelijk te zijn. Hoe uniek die term commonisme (die mijn tekstverwerker blijft afwijzen) ook lijkt, de filosofie die er achter steekt is gebaseerd op het denken van een groot aantal oudere en recente filosofen die ons met een kritische analyse van de dominante economie en cultuur op het spoor zetten van een alternatief. Lijster vat hun ideeën samen in een zeer helder, prettig leesbaar betoog en voegt er zijn eigen inspirerende gedachten aan toe. In de inspiratie die hij biedt voor alternatieve denkrichtingen zit wat mij betreft de belangrijkste waarde van dit boek. Er zijn alternatieven voor het neoliberalisme. Ze liggen voor het oprapen als je bereid bent af te stappen van het dominante economische denken en het gemeenschappelijke denken en doen meer gaat waarderen. Thijs Lijster, Wat we gemeen hebben; een filosofie van de meenten. Uitgeverij De Bezige Bij, ISBN 9789403121116. 272 blz. Paperback, €24,99 Dit artikel is onderdeel van de Sargasso serie Een ander kapitalisme.

Foto: Bron: Livius.org

Aristoteles (3): Oordelen

Aristoteles staat bekend als wetenschapper, als arts en vooral als filosoof. Zijn invloed op de wijsbegeerte is enorm geweest. In deze reeks bekijken we hem in enig detail.

We hebben gisteren gezien dat Aristoteles meende dat mensen denken in categorieën als substantie, kwantiteit, kwaliteit, plaats en tijd. Hij hield het echter niet bij ordening. Hij was ook benieuwd naar de manier waarop we de begrippen, klassen en categorieën hanteren.

Aristoteles stelde daarbij dat alles wat wij ‘denken’ noemen eigenlijk neerkomt op het met elkaar verbinden van begrippen. We kunnen bijvoorbeeld het begrip kat verbinden met het begrip zwart. Zo’n verbinding noemt Aristoteles een oordeel.


Een oordeel kan verschillende vormen hebben. Het kan positief of negatief zijn, bevestigend of ontkennend: de kat is zwart (positief) of de kat is niet zwart (negatief). Daarnaast kan een oordeel meer of minder algemeen zijn: alle katten (algemeen) zijn zwart, sommige katten (minder algemeen) zijn zwart, of deze kat (specifiek) is zwart.

Tot slot kan een oordeel noodzakelijk zijn, of alleen maar een mogelijkheid aangeven: deze kat is zwart (noodzakelijk), of deze kat kan zwart zijn (mogelijk).

En nu wordt het leuk. We kunnen met deze elementen algemene formules opstellen, en dan kijken of die formules geldig zijn of niet. De bekendste van die formules is de volgende.

Lezen: Venus in het gras, door Christian Jongeneel

Op een vroege zomerochtend loopt de negentienjarige Simone naakt weg van haar vaders boerderij. Ze overtuigt een passerende automobiliste ervan om haar mee te nemen naar een afgelegen vakantiehuis in het zuiden van Frankrijk. Daar ontwikkelt zich een fragiele verstandhouding tussen de twee vrouwen.

Wat een fijne roman is Venus in het gras! Nog nooit kon ik zoveel scènes tijdens het lezen bijna ruiken: de Franse tuin vol kruiden, de schapen in de stal, het versgemaaide gras. – Ionica Smeets, voorzitter Libris Literatuurprijs 2020.

Steun ons!

De redactie van Sargasso bestaat uit een club vrijwilligers. Naast zelf artikelen schrijven struinen we het internet af om interessante artikelen en nieuwswaardige inhoud met lezers te delen. We onderhouden zelf de site en houden als moderator een oogje op de discussies. Je kunt op Sargasso terecht voor artikelen over privacy, klimaat, biodiversiteit, duurzaamheid, politiek, buitenland, religie, economie, wetenschap en het leven van alle dag.

Om Sargasso in stand te houden hebben we wel wat geld nodig. Zodat we de site in de lucht kunnen houden, we af en toe kunnen vergaderen (en borrelen) en om nieuwe dingen te kunnen proberen.

Foto: bron: Livius.org

Aristoteles (2): Het grote ordenen

Aristoteles staat bekend als wetenschapper, als arts en vooral als filosoof. Zijn invloed op de wijsbegeerte is enorm geweest. In deze reeks bekijken we hem in enig detail. 

Aristoteles was uiteraard niet de eerste die een plant of dier bestudeerde en boeken las. Hij was echter geen lukrake verzamelaar. Aristoteles legde met zijn manier van ordenen de grondslag voor de wetenschap van de Oudheid, en daarmee ook voor de moderne wetenschap.

Overeenkomsten en verschillen

Hij dacht als volgt: om een begrip te definiëren, hebben we eigenlijk altijd twee dingen nodig. Ten eerste een klasse waar dit begrip vanwege de overeenkomsten in thuishoort. Bijvoorbeeld: dit dier hoort in de klasse der zoogdieren, omdat het harig is en levendbarend. Ten tweede moeten we weten waarmee het begrip zich onderscheidt van de rest van de dingen in die klasse. Bijvoorbeeld: het gaat om een kat, omdat het dier een niet al te groot roofdier is, met snorharen en spitse oren. Het gaat er dus om dat we altijd een algemeen en een specifiek kenmerk moeten kennen om het dier goed te kunnen indelen ten opzichte van andere dieren, en zo te kunnen omschrijven.


Een klasse kunnen we zo breed en nauw definiëren als we willen. In plaats van zoogdieren had ik ook de klasse der levende wezens kunnen nemen, of die der katachtigen. En bij het specifieke kenmerk had ik ook kunnen zeggen dat het om een katachtige ging, of om een zwarte kat genaamd Spinoza, die woont bij mijn zus in Den Haag.

Foto: bron: Livius.org

Wie was Aristoteles?

Aristoteles staat bekend als wetenschapper, als arts, en vooral als filosoof. Zijn invloed op de wijsbegeerte is enorm geweest: eerst via zijn eigen school, later op het neoplatonisme, toen op de Arabische filosofie, en via deze route weer op de scholastiek in West-Europa en daar voorbij. In de vandaag beginnende vijftiendelige reeks bekijken we hem in enig detail.

Filippos de Tweede, de koning van Macedonië, had een lijfarts, en die lijfarts had een zoon, die 367 jaar voor onze jaartelling op zeventienjarige leeftijd naar Athene trok om onderwijs van Plato te krijgen in diens Academie. Zijn naam was Aristoteles.

Aristoteles volgde twintig jaar lang onderwijs aan de Academie, tot Plato’s dood. Daarna ging hij zelf aan de slag als leraar. Vijf jaar later riep koning Filippos hem naar zijn thuisland terug om het onderwijs van diens zoon Alexander op te verzorgen. De filosoof was toen tweeënveertig, Alexander veertien. Deze Alexander kennen we allemaal: hij zou later de bijnaam ‘de Grote’ krijgen.

Lyceum

Na de opvoeding van Alexander keerde Aristoteles terug naar Athene. Daar stichtte hij naast de Academie van Plato zijn eigen school: het Lyceum.

De relatie met Alexander heeft Aristoteles in zijn verdere leven geen windeieren gelegd. Aristoteles was een verzamelaar en Alexander wist dat. Van de vele plekken waar Alexanders veldtochten hem brachten, liet hij alles wat maar interessant kon zijn naar zijn vroegere leermeester sturen: boeken, maar ook dieren en planten. Zo verkreeg Aristoteles een schat van informatie over de toen bekende wereld.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Doneer!

Sargasso is een laagdrempelig platform waarop mensen kunnen publiceren, reageren en discussiëren, vanuit de overtuiging dat bloggers en lezers elkaar aanvullen en versterken. Sargasso heeft een progressieve signatuur, maar is niet dogmatisch. We zijn onbeschaamd intellectueel en kosmopolitisch, maar tegelijkertijd hopeloos genuanceerd. Dat betekent dat we de wereld vanuit een bepaald perspectief bezien, maar openstaan voor andere zienswijzen.

In de rijke historie van Sargasso – een van de oudste blogs van Nederland – vind je onder meer de introductie van het liveblog in Nederland, het munten van de term reaguurder, het op de kaart zetten van datajournalistiek, de strijd voor meer transparantie in het openbaar bestuur (getuige de vele Wob-procedures die Sargasso gevoerd heeft) en de jaarlijkse uitreiking van de Gouden Hockeystick voor de klimaatontkenner van het jaar.

Foto: Bron: Livius.org

Plato & daarna

Dit is de laatste aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie was, zoals we in deze reeks hebben gezien, breder en gaat dieper.] 

Zoals eerder ter sprake kwam is Plato de meest invloedrijke filosoof uit de Oudheid gebleken. Een van de redenen is ongetwijfeld dat zijn filosofie zo goed in elkaar zit. Alle aspecten van zijn denken hangen samen. Plato’s kritiek op verschillende politieke systemen loopt parallel met zijn kritiek op de menselijke psyche. Plato’s ideale psyche hangt weer samen met zijn beeld van de vrijgemaakte geest. En de veronderstelde onsterfelijkheid van de geest correspondeert op zijn beurt met Plato’s denken over een hogere abstracte werkelijkheid.

Plato als inspiratiebron

Talloze ideeën van Plato vonden hun weerklank in de latere westerse beschaving. Zo werd zijn idee van de ziel als gekooid door het lichaam geadopteerd door de kerk.

Zeer belangrijk voor de ontwikkeling van het westerse denken is dat Plato geloofde in het bestaan van een absoluut ‘goed’. Hij plaatst zich daarmee lijnrecht tegenover het relativisme van de sofisten, die juist stelden dat alles relatief is en dat goed en slecht feitelijk niet op zichzelf bestaan. Het goede duidt Plato aan met de metafoor van het licht. Ook deze metafoor is letterlijk door de kerk overgenomen.

Foto: Bron: Livius.org

Plato (15): De ideeënleer, of vormenleer

Dit is de vijftiende aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde, en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.] 

Wat betreft de onsterfelijkheid van de ziel meende Plato een rationeel bewijs te hebben gevonden. Zijn argumentatie gaat ongeveer als volgt:

Wat maakt dat wij een mens als een mens zien, een paard als een paard, en een tafel als een tafel? Iedere individuele verschijning verschilt toch wel iets van het beeld dat we van die dingen bij ons dragen? En toch herkennen we al die voorwerpen meteen als dat wat ze zijn.

De ideeën

Kennelijk, zegt Plato, herkennen wij in de verschillende waarnemingen iets van een abstract begrip. We hebben klaarblijkelijk een blauwdruk in ons hoofd van hoe een mens, een paard en een tafel eruit moeten zien. En dat geldt niet alleen voor het idee van een mens, van een paard en van een tafel, maar ook voor abstracte ideeën als ‘het goede’ en ‘het schone’.

Maar hoe zijn we aan die ideeën gekomen? Volgens Plato is alle kennis bij onze geboorte al in de geest aanwezig. Iets nieuws leren is volgens hem niets meer dan iets herkennen.

Doe het veilig met NordVPN

Sargasso heeft privacy hoog in het vaandel staan. Nu we allemaal meer dingen online doen is een goede VPN-service belangrijk om je privacy te beschermen. Volgens techsite CNET is NordVPN de meest betrouwbare en veilige VPN-service. De app is makkelijk in gebruik en je kunt tot zes verbindingen tegelijk tot stand brengen. NordVPN kwam bij een speedtest als pijlsnel uit de bus en is dus ook geschikt als je wil gamen, Netflixen of downloaden.

Plato (14): De grot

Dit is de veertiende aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.] 

Plato vergelijkt de levende mens met een persoon die geketend in een grot naar een schaduwspel op de diepste rotswand kijkt. De schaduwen zijn afspiegelingen van vormen die eeuwig en onveranderlijk zijn. De schaduwen zijn imperfect, omdat ze worden vervormd door het flakkeren van het licht achter de personen, dat de schaduwen werpt. Het probleem is dat de meeste mensen denken dat de door hen waargenomen schaduwen een accurate weergave van de werkelijkheid zijn.

Wij moeten volgens Plato onze zintuigen continu wantrouwen. De filosofie is er om mensen te helpen hun ketenen af te werpen en zich niet tot de verschijnselen te richten (de schaduwen op de rotswand), maar tot de abstracte ideeën zelf, en het licht daarachter dat de projecties veroorzaakt. Dit licht staat symbool voor het Goede, het Hogere. Alleen door zich daarop te richten komt een mens tot ware kennis die niet vluchtig is, zoals de verschijnselen, maar onveranderlijk en vast als abstracte ideeën, vormen.

Foto: bron: Livius

Plato (13): Reïncarnatie en dualisme

Dit is de dertiende aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.

Plato geldt als de filosoof die zich afwendde van het fysische en zichtbare en op zoek ging naar een hogere, achterliggende waarheid. Maar dit was geen nieuw idee in de Griekse filosofie. We zagen het al eerder bij Parmenides. Die meende dat beweging en verandering in wezen niet bestaan. De werkelijkheid achter de verschijnselen was volgens hem een bewegingloos en onveranderlijk iets.

Reïncarnatie

Plato combineert dit idee met het idee van zielsverhuizing, dat we eerder tegenkwamen bij Pythagoras. Volgens Plato zitten het geestelijke en rationele deel van de mens gekluisterd in een lichaam.

Het lichaam schenkt de mens zijn hartstochten. Maar lichamelijke verlangens kennen geen verzadiging. De mens die zijn lichamelijke verlangens volledig de vrijheid geeft en najaagt, is geneigd te vervallen in onmatigheid. Het lichaam is bovendien gebrekkig en gaat op den duur onherroepelijk ten onder. Het najagen van de platte behoeften kan daarom geen blijvend geluk opleveren.

De rationele geest kan volgens de in dit opzicht dualistisch denkende Plato niet gelijk zijn aan dit emotionele lichaam. Na dit leven, betoogt Plato, wendt de geest zich van het lichaam af en kiest hij zijn volgende leven.

Lezen: Bedrieglijk echt, door Jona Lendering

Bedrieglijk echt gaat over papyrologie en dan vooral over de wedloop tussen wetenschappers en vervalsers. De aanleiding tot het schrijven van het boekje is het Evangelie van de Vrouw van Jezus, dat opdook in het najaar van 2012 en waarvan al na drie weken vaststond dat het een vervalsing was. Ik heb toen aangegeven dat het vreemd was dat de onderzoekster, toen eenmaal duidelijk was dat deze tekst met geen mogelijkheid antiek kon zijn, beweerde dat het lab uitsluitsel kon geven.

Lezen: De BVD in de politiek, door Jos van Dijk

Tot het eind van de Koude Oorlog heeft de BVD de CPN in de gaten gehouden. Maar de dienst deed veel meer dan spioneren. Op basis van nieuw archiefmateriaal van de AIVD laat dit boek zien hoe de geheime dienst in de jaren vijftig en zestig het communisme in Nederland probeerde te ondermijnen. De BVD zette tot tweemaal toe personeel en financiële middelen in voor een concurrerende communistische partij. BVD-agenten hielpen actief mee met geld inzamelen voor de verkiezingscampagne. De regering liet deze operaties oogluikend toe. Het parlement wist van niets.

Foto: Bron: Livius.org

Plato (12): De liefde van Alkibiades

Dit is de twaalfde aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.

De liefde bedrijven is, als we Plato mogen volgen, op zijn tijd prima. Belangrijker dan seks is het echter over filosofie te blijven lezen. Tenminste, als je de woorden van Sokrates in Symposion volgt.

Die krijgt van Plato echter niet het laatste woord. Juist als Sokrates uitgesproken is, valt namelijk Alkibiades in dronken staat binnen. Ooit had Sokrates deze generaal midden in een veldslag het leven gered.

Windvaan

Alkibiades speelde in de Atheense politiek een nogal dubieuze rol, en had de status van een mannelijke Mata Hari. Hij trok nu eens met de legers van Athene ten oorlog tegen Sparta, maar later koos hij de kant van Sparta en voerde hij oorlog tégen Athene. Weer later stond hij aan de Perzische zijde en diende hij opnieuw in Athene.

In de liefde gedroeg hij zich net zo. Mannen, vrouwen, hoeren, hooggeplaatste mensen, het maakte deze playboy allemaal niet uit. En in Athene was algemeen bekend dat Sokrates en Alkibiades geliefden waren.

Foto: bron: livius.org

Plato (11): De liefde van Sokrates

ACHTERGROND - Dit is de elfde aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.

Plato is bekend geworden door de uitdrukking ‘een platonische relatie’ – een liefdesrelatie zonder seks. Maar die uitdrukking is nogal misleidend. In het boek ‘Symposion’, dat handelt over de liefde, bepleit Plato helemaal niet dat de mens zich zou moeten afkeren van de fysieke liefde.

Griekse liefde

In de tijd van Plato waren partners nooit gelijk aan elkaar: ongelijkheid in de liefde was de norm. Mannen waren niet alleen fysiek sterker dan hun vrouwen, maar ook ouder: zij trouwden op latere leeftijd. Vrouwen golden als vanzelfsprekend als ondergeschikt. In de hele Oudheid gold voor vrouwen monogamie als ideaal, terwijl dat voor mannen juist niet zo was. De man werd verondersteld een jager te zijn.

Verder was het in Griekenland normaal dat oudere mannen niet alleen op vrouwen, maar ook op jonge jongens jaagden, en zich aan hen verbonden door een deel van hun opvoeding op zich te nemen. Deze liefde werd vaak als ‘puurder’ gezien dan de liefde tussen man en vrouw, omdat ze niet gericht was op de noodzakelijke voortplanting.

Foto: Bron: Livius.org

Plato (10): De ideale psyche

[Dit is de tiende aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.] 

Met het stichten van zijn eigen filosofische school, de Academie, had Plato meer succes dan als staatsman. Deze Academie werd een kleine 300 jaar na de oprichting in oorlogsgeweld verwoest, maar er bleven filosofen die zich Platonisten noemden. (Een latere versie van de Academie werd in Athene gesticht in 410 van onze jaartelling, en bleef nog een ruime honderd jaar bestaan.) In zijn Academie onderwezen Plato en zijn opvolgers zijn filosofie en ethiek. Die  laatste hangt samen met de visie van Plato op de menselijke geest.

We zagen het al: zoals de staat in elkaar zit, zo zit volgens Plato ook de geest in elkaar. De samenstellende delen van de staat zijn de bestuurlijke klasse, de klasse die de orde handhaaft, en de werkende klasse. De psyche is op een vergelijkbare wijze op te delen in de ratio, de wil en de emoties.


Het ordenen van de psyche moet volgens Plato net zoals het inrichten van de staat gebeuren. Het rationele element, het bewustzijnsorgaan, is de heerser. Dit bewustzijn moet gedurende het hele leven worden getraind. De wilskracht wordt ondertussen getraind om deze heerser te gehoorzamen en de orde te bewaken. De driften moeten in dit geheel hun plaats kennen en onderling de vrede bewaren. Zij mogen vooral niet de overhand krijgen ten opzichte van de wil en de ratio, en ook mag het niet gebeuren dat sommige emoties andere compleet domineren. Ieder kent zijn plaats.

Foto: Bron: Livius.org

Plato (9): Utopie in praktijk

ACHTERGROND - Dit is de negende aflevering van een reeks over de Atheense filosoof Plato, die veel mensen vooral kennen om zijn zogenoemde ideeënleer, om de Platonische liefde en om zijn ideale filosofenstaat. Dat is echter wat misleidend. Plato’s filosofie is breder en gaat dieper.

Plato’s ideale staat kent geen dik wetboek. Als de algemene regels zouden worden opgevolgd, zijn er verder niet zoveel wetten nodig. In de perfecte harmonie kent iedereen immers zijn plaats, en daarom valt ook alles op zijn plaats. Aanvullende wetten zijn slechts kunstgrepen om onvolkomenheden in het systeem te compenseren. Plato zou beslist met een meewarige blik hebben gekeken naar onze wetboeken, algemene maatregelen van bestuur, regelingen op detailniveau en uitzonderingen daarop.

Van theorie naar praktijk

Voor de lezer die nu denkt ‘ho, ho, dat is wel heel simpel gedacht allemaal’: Plato was de eerste om zijn denkbeelden kritisch onder de loep te nemen. Hijzelf benadrukte al dat zijn model van de ideale staat slechts benaderd kon worden, nooit gerealiseerd. Hij zwakte zijn eisen in later werk ook af. Niet voor niets is een belangrijk later werk van Plato over de ideale staat dan ook getiteld De Wetten. In dit werk probeert hij een ideale route naar zijn ideale staat te beschrijven.

Vorige Volgende