Slavernij en arbeidsmigratie

Een opmerkelijk bericht: na pakweg honderdvijftig jaar afwezigheid is slavernij weer terug in Nederland. Zo betitelde de burgemeester van het plaatsje Someren althans de omstandigheden waaronder de migranten op een aspergestekerij leefden.
Op zich zou niemand dat moeten verbazen. Werkgevers zoeken nu eenmaal altijd naar manieren om kosten te besparen, en migranten werven in arme landen als – in dit geval – Roemenië, Polen en Portugal levert nogal wat besparingen op. Hoewel sommige niet nader te noemen partijen u anders willen doen geloven is dat een belangrijke oorzaak van de grote migratiestroom naar West-Europa in de jaren zestig (en dus niet linkse boomknuffelaars, want centrum-rechts was bijna onafgebroken aan de macht). Om het in het jargon van een der niet nader te noemen partijen te formuleren: de overheid ging door de knieën voor een smerige lobby van machtsbeluste slavendrijvers.
In zijn boek ‘Land van Aankomst‘ pleit Paul Scheffer voor het opheffen van de arbeidsintensieve industrie zoals de glas- en tuinbouw. Hij stelt zelfs dat deze industrieën een remmende werking heeft op onze ontwikkeling. Werkgevers die beschikking hebben over goedkope arbeid hebben immers geen prikkel om te zoeken naar alternatieven. Een erg interessante parallel is te trekken met het moderne Verenigde Staten, waar immense aantallen vooral ‘hispanic’ illegalen zorgen voor goedkope arbeid. Strengere immigratiewetgeving en bijvoorbeeld het verplicht dragen van identiteitsbewijzen werd volgens Scheffer lang gefrustreerd door een monsterverbond van werkgevers en humanitaire organisaties.






