Afgelopen week was Ramsey Nasr te gast als Dichter Des Vaderlands bij Pauw en Witteman. De enkele keer dat ik Nasr sprak, viel hij op door zijn welbespraaktheid en absolute adoptie van fatsoen en beleefheid. Ik voelde echter enige twijfel na het lezen en beluisteren van zijn gedicht. Nasr licht in het interview bij Pauw en Witteman toe dat de kloof tussen burger en politiek maar lekker groot moet blijven, en – het hete hangijzer – dat Wilders een fascist is. Ik protesteer en distantieer me ook van Carlos’ opvatting dat Wilders maar moet bewijzen dat hij geen fascist is (maar ik heb wel een alternatief).
Ben ik het nu oneens met tegenstanders van Wilders? Dat mag u verrassen. Ik zal immers iets dergelijks ook ooit hebben geroepen of beweerd. Ik stond vooraan om Wilders vooral erg belachelijk te maken, ik heb zelfs instemmend geknikt toen Wilders door Spong en consorten voor het gerecht werd gedaagd. Immers, ‘de man die een bevolkingsgroep wegzette’, et cetera. En zo grievend over collega-politici sprak, et cetera. Laat hem een lesje leren met zijn haatcampagne. Maar ik heb bedenkingen bij die aanpak.
Die les werd namelijk een les op zich. Een les in gelijk halen door te bewijzen dat de ander vooral géén gelijk heeft. En zie wat er nu gebeurt: de Wilders-aanval is een virtueel, multimediaal monster geworden, bijeengehouden door verontwaardigde anti-strijders die zich slechts thuisvoelen in het Wilders-bestrijden. In de recente Linker, het blad voor GroenLinks Amsterdam, las ik zelfs hoe columnist Wim Molenaar (géén gemeenteraadslid!) het Amsterdamse college met VVD in twijfel trekt omdat we ‘collaborateurs met het fascisme kunnen missen als kiespijn’. Hij mag het van mij zeggen, maar zo’n opmerking vind ik echt een paar worpen terug (met satire had het niks te maken, trouwens).
‘ouderwets links vergeet nogal eens uit de anti-modus te raken’
Femke Halsema twitterde gisteren: ‘Soms word ik wat ongemakkelijk van de toevoeging oud-groenlinkskamerlid: Rabbae doet zijn uitspraken bepaald niet namens ons.’ Halsema reageerde op berichten uit de media waarin Mohammed Rabbae had geroepen dat de strijd tegen ‘het fascisme’ was begonnen. Tofik Dibi twitterde niet lang daarna knorrig: ‘Rene Danen. Zucht. Kan die man geen eigen partij oprichten?’ (Danen is net als Rabbae een van de aanklagers in het Wilders-proces en probeerde in het verleden een voet bij het bestuur van de partij tussen de deur te krijgen). Dat stelde mij gerust. De geluiden van Dibi en Halsema duiden op een andere, meer effectieve strategie.