OPINIE - Ik heb nooit zo heel veel om de Nederlandse vlag gegeven, want wat moet je ermee? Rood, wit en blauw – het is niet eens een erg fraaie kleurcombinatie, meer iets voor een transportbedrijf dan voor een land. En toch is het mijn vlag, de vlag die ik heb leren hijsen, strijken en vouwen bij de padvinders, de vlag die ik gegroet heb in het leger, de vlag die ik tegenwoordig op Koningsdag, als ik in Nederland ben, uitsteek voor mijn moeder die dat zelf niet meer kan.
Nederland was nooit zo van het vlagvertoon en dat vond ik eigenlijk wel mooi. Amerikanen die overal stars and stripes op plakken, of mensen die fanatiek zwaaien met een vlag van Zimbabwe, het is niets voor mij. En toch is een vlag een mooi ding, een symbool voor de eenheid van een volk, voor de tradities en geschiedenis die een land maken tot wat het is. Een vlag, daar mag je best respect voor hebben.
De Nederlandse vlag is het symbool van een land dat zich ontworsteld heeft aan vreemde heerschappij. Nederland is ontstaan na een lange oorlog tegen hen die ons een godsdienst wilden opdringen. Willem van Oranje zei al: ‘Ik kan niet goedkeuren dat vorsten over het geweten van hun onderdanen willen heersen en hun de vrijheid van geloof en godsdienst ontnemen.’ Ons land was dan ook een veilige haven voor onder andere Portugese Joden zoals de grootvader van Baruch Spinoza, op de vlucht voor diezelfde Spaanse godsdienstdwang.